KNAKW

In 1808 was Koning Lodewijk Napol de oprichter van het Koninklijk Instituut voor Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten. Inmiddels zijn in veel landen, ook in Nederland, de kunsten eruit gekieperd....

Ronald Plasterk

Ik begin erover omdat ik deze week bijeen was met een brainstormgroepje voor de viering van het tweehonderdjarig bestaan van de academie in 2008. Een van de ideewaar al langer over wordt nagedacht is het herstel van de ingreep van Thorbecke. Is het geen mooi gebaar in 2008 de kunsten er weer bij te halen?

Wat doet de academie? De oorspronkelijke taak was het verzorgen van contact tussen de leden: een gezelschap van verlichte geesten die ideeuitwisselden. In onze haastige samenleving is die taak op de achtergrond geraakt, al geldt dit niet voor de 'rustende leden'.

Dat is een verhaal apart: de huidige academie heeft precies tweehonderd leden: 110 uit de exacte vakken en negentig uit de alfahoek. Alleen als er een dood gaat of 65 wordt, valt er een gaatje vrij, en dan ontstaat een vergadercircuit waarin een prominente vakgenoot tot nieuw lid wordt gekozen. Maar die leden hebben het druk met hun wetenschappelijke werk, en komen dus niet vaak naar bijeenkomsten in het Trippenhuis op de Amsterdamse Kloveniersburgwal.

Heel anders ligt dat voor de 'rustende leden'. Als je 65 wordt, vervalt je lidmaatschap, je wordt rustend lid, maar behoudt stemrecht en het recht bijeenkomsten bij te wonen. Die rustende leden, professoren die vaak slechts met tegenzin hun pensioen bij de universiteit accepteren, zijn blij dat ze via de academie iets kunnen doen. De rustende leden zijn veel actiever dan de gewone leden en maken werk van die oorspronkelijke functie van de ontmoetingsplaats. Inmiddels spelen over de hele wereld academies vooral een grote rol in het adviseren van de politiek over zaken die de wetenschap raken.

De minister vraagt soms om advies, en soms kiest het wetenschappelijk veld zelf de weg van een academie-advies. De academie beschouwt zich daarbij als hoeder van het belang van de wetenschap. Een derde functie van de academie is het beheren van het wetenschappelijk bedrijf. In Oost-Europa bestaat een groot netwerk van academie-instituten. In ons land is dat wat bescheidener, maar toch is er een reeks instituten waarover de KNAW de baas is: het Herseninstituut, de Fryske Akademy, het NIOD, het Meertens Instituut (door Voskuil vereeuwigd), het Hubrecht Laboratorium voor Ontwikkelingsbiologie: totaal zeventien instituten.

Wat zou er nu gebeuren als we de academie zouden uitbreiden met honderd leden uit de kunsten? Die moet je dan verdelen: bijvoorbeeld twintig schrijvers, evenveel musici, beeldend kunstenaars, architecten en podiumkunstenaars. Leden moeten onder de 65 zijn bij aanvaarding van het lidmaatschap (op den duur zal er een segment rustende leden ontstaan). De eerste keer wordt het natuurlijk een grote klus om de honderd leden te kiezen.

Leuk is natuurlijk om te denken wie dat zouden zijn. Maar allereerst kun je je afvragen of het een goed idee is. De oorspronkelijke functie van contact tussen de leden zou versterkt worden als er honderd prominente kunstenaars toetreden. Onder de kunstenaars zullen sommigen de mogelijkheid voor een expositie of andere activiteit aantrekkelijk vinden, en velen zijn geeresseerd in contacten met de wereld van de wetenschap, en omgekeerd.

Een tweede gunstig effect is dat de academie een goed vehikel is voor het organiseren van jury's. Zo wordt de meest prominente wetenschappelijke biomedische prijs in Nederland, de Heinekenprijs, gesponsord door de bierbrouwer, maar het samenstellen van de jury gebeurt door de academie. Een dergelijke constructie kan voor literaire en andere prijzen ook aantrekkelijk zijn.

De KNAW is op dit moment bij uitstek een bolwerk van rationaliteit en vooruitgangsdenken, en zowel in Nederland als wereldwijd zie je dat de onderzoekers in de academie, hoewel ze natuurlijk zeer diverse achtergronden hebben, zich kunnen verenigen op bepaalde opvattingen, en daarover maatschappelijk stelling kunnen nemen. Denk aan de discussie over stamcellen en klonen van mensen, waarin zowel de KNAW als de Amerikaanse en Engelse academies zich actief opstellen. Ik denk niet dat dit zou veranderen na het toetreden van honderd kunstenaars.

Uiteindelijk is de hamvraag of we nog geloven in de gedachte achter de oorspronkelijke genootschappen voor kunst en wetenschap, het Renaissance-ideaal van de homo universalis. Misschien is dat wel achterhaald. We kunnen ook honderd voetballers erbij halen.

Meer over