Kluiten voor ‘n koperen kees

Wie: Alrik Bosgraaf..

Als Alrik Bosgraaf rond het middaguur de zaal van de Koornbeurs te Franeker binnenkomt, is het podium een zwart gat. Theatertechnici zien een theater meestal zo, zonder licht, zonder publiek, zonder illusies. Er staan nu nog stoelen op de plaats van het toneel. Een theatertechnicus van een middelgroot theater (500 plaatsen) moet veel sjouwen. Zeker als er – wat wel eens gebeurt – een toneelgezelschap met reusachtige decorstukken langskomt. Als Alrik met zijn collega’s de stoelen heeft weggezet, bedient hij het toverkastje met de rode knop, die het podium langzaam uit de grond laat verrijzen, als een fenix uit de as.

13 uur uur. De band van vanavond is gearriveerd, Flairck, in oude bezetting. Ze komen met kisten vol gitaren en de harp in z’n tweeorige hoes. Na het uitladen – druppeltjes op de voorhoofden – en een ‘bakje kofje’, begint de technische ploeg aan het licht. De lampen hebben namen als PAR, Fresnel, PC, profielspot en horizonbak. Een simpel peertje is er niet bij. Een kleurenfilter bepaalt in wat voor sfeer de artiesten beschenen worden. De muzikanten van Flairck willen veel blauw en oranje op het podium.

1. Hoe zit dat met die kleuren?

a. Die hebben mooie namen, net als bij de Flexa: Havanageel, lentegroen, Des Bouvrie-wit, we zijn hier onder artiesten tenslotte.

b. Die zijn niet meer dan een nummer, oranje is 158 bijvoorbeeld.

De keizer van het licht, de volgspot, staat rustig aan de andere kant van de zaal, bovenin, te wachten tot hij weer eens een hele avond Najib Amhali of een andere one man achterna kan zitten. Alrik Bosgraaf heeft ‘m vaak in handen. Leuk, maar volgspotten vergt wel opperste concentratie.

Bosgraaf laat de buizen zakken waar hij de lampen inhangt. Als dat gebeurd is, gaan de hijsbalken weer omhoog en is het een kwestie van de lichten precies stellen.

2. Deze hijsbuizen waar het licht ‘inhangt’, heten:

a. trekkies.

b. trekken.

c. tracks.

d. trekkers.

3. Het kan trouwens ook sneller, dat je op de grond alvast het licht stelt, ofwel het:

a. stellen met de natte vinger.

b. stellen met de Franse slag.

c. jojo-stellen.

d. zozo-stellen.

4. En hoe heet dat kleine lampje rechts in de hoek, dat zo snel wisselt van kleuren?

a. discoball.

b. movinghead.

c. rainbow.

d. stroboscop.

5. En dan nog de officiële naam graag voor de kleppen van zo’n grote theaterlamp:

a. saloondoors (klapdeuren)

b. barndoors (schuurdeuren)

c. fake lashes (aanplakwimpers)

d. sunshades (zonneschermen)

Om 17 uur pas is het lichtwerk klaar. Alrik Bosgraaf heeft nu even rust en Flairck begint met soundchecken, dat is het geluid van alle instrumenten en microfoons goed afstellen. De dwarsfluit kwinkelt door de zaal en later komt er een snelle viool bij. ‘Kijk’, zegt Alrik, en wijst op een vierkant koperen plaatje op de grond, vlak voor het podium, ‘dit is het vaste referentiemeetpunt voor licht, geluid en decor.’

6. Het geheim van elk theater dus. Dat noemen kenners een:

a. koperen ploert.

b. koperen poets.

c. koperen kees.

d. koperen karel.

Die geven we een beetje weg. Het heeft te maken met een naam, zoals er wel meer in het theater vernoemd is naar iemands naam, het rubberen elastiekje waarmee de handen van Bosgraaf spelen bijvoorbeeld. Hij heeft er wel een emmer vol van en gebruikt ze om snoeren bij elkaar te binden.

7. Een:

a. Willem Jantje.

b. Malle Pietje.

c. Rubberen Robbie.

d. Henk Jan Smitsje.

Vanuit de zaal is goed te zien welke doeken op het toneel thuishoren.

8. Het horizontale doek dat hoog bovenin hangt is een:

a. fries.

b. deen.

c. noor.

d. bask.

9. Het verticale doek aan de zijkant noemen ze een:

a. pijler.

b. poot.

c. nicht.

d. been.

Dan zijn er nog de twee toneelvullende doeken in de achtergrond, een zwarte en een witte. De witte is de horizon.

10. En de zwarte?

a. De verte.

b. Inferno.

c. Het fond.

d. Het donker.

11. Wat gloort er achter de horizon?

a. een lichtpuntje.

b. een dromerige zonsondergang.

c. een pot met goud.

d. een schimmig gangetje waar je over de kabels struikelt.

Het is hollen of stilstaan volgens Alrik Bosgraaf. ‘Oh, ik hoor een brommetje in het geluid.’ Hij snelt weg. Met de ogen van een nachtdier roetsjt Bosgraaf door de donkere gangen achter het podium. Overal kabels, contactdozen en een berg ijzeren legoblokken.

12. Die werden gebruikt als contragewicht bij het hijsen, dat zijn...

a. klonten.

b. kluiten.

c. kloten.

d. kladden.

Dit is de rustigste tijd voor iedereen, even pauze voor de zaal opengaat. De artiesten en technici gaan eten en zullen rond zevenen terugkomen. Om 20:15 uur moet Alrik zorgen dat de voorstelling begint. Vijf minuten voor het startschot van de voorstelling valt, zal hij aankloppen bij de kleedkamer van de dienstdoende artiest, vanavond dus de leden van de Flairck-reünie.

13. Wat zegt Alrik Bosgraaf dan?

a. Tijd!

b. Klaar voor de start?

c. One two three, go!

d. U mag beginnen als u zover bent.

Vanuit de coulissen vooraan bekijkt Alrik Bosgraaf, zoals altijd, ook deze voorstelling. Hij kent de artiesten beter en profil dan wie ook. Om ongeveer 1 uur vannacht zal het technische team klaar zijn.

Carel Helder en Peter Hoomans

Rectificatie

Rectificatie
Vorige week heeft de redactie per ongeluk de antwoorden van de bovenstaande quiz afgedrukt. De juist antwoorden van vorige week waren: 1b, 2c, 3a, 4a, 5a, 6c, 7a, 8a, 9b, 10a, 11a, 12b

Meer over