Nieuws

Kloof gaat dieper dan inkomen; laagopgeleiden en mensen met migratieachtergrond minder gelukskansen

De kloof in Nederland steekt dieper dan inkomen en vermogen alleen. De ‘brede welvaart’ is bij laagopgeleiden en mensen met een migratieachtergrond het laagst en bij hoogopgeleiden en mensen zonder migratieachtergrond het hoogst.

Wilco Dekker
Nieuwbouw in Wilnis. De druk op de ruimte is erg groot in Nederland, constateert het CBS.

 Beeld Elisa Maenhout
Nieuwbouw in Wilnis. De druk op de ruimte is erg groot in Nederland, constateert het CBS.Beeld Elisa Maenhout

Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek in de Monitor Brede Welvaart & Sustainable Development Goals 2022, die woensdagochtend op ‘Verantwoordingsdag’ is aangeboden aan de Tweede Kamer. Bij brede welvaart wordt verder gekeken dan het traditionele bruto binnenlands product (bbp), waarmee de economische groei wordt berekend. In de brede welvaart zijn ook ‘geluksbepalende’ zaken als gezondheid, vrije tijd, kwaliteit van de leefomgeving en sociale contacten meegenomen.

Op basis van de duurzame doelen van de Verenigde Naties zijn indicatoren geformuleerd rond thema’s als welzijn, materiële welvaart, gezondheid, arbeid en vrije tijd, wonen, samenleving, veiligheid en milieu. Voor mensen met een niet-westerse migratieachtergrond is de uitkomst op alle dertien indicatoren ongunstig, dus onder het gemiddelde. Bij mensen met een westerse achtergrond is dat acht keer het geval. De groep zonder migratieachtergrond heeft geen enkele ongunstige uitkomst en komt op twaalf van de dertien punten boven het gemiddelde uit.

Mensen die niet zelf in Nederland zijn geboren of minimaal een ouder hebben die niet in Nederland is geboren, hebben volgens het CBS een migratieachtergrond. Turkse, Marokkaanse en Surinaamse Nederlanders horen daar dus bij, tenzij zij zelf en hun ouders in Nederland geboren zijn. Volgens CBS gaat het om 2,45 miljoen – van de in totaal 17,5 miljoen – inwoners. Hun ongunstige situatie is slechts deels te verklaren uit onderwijsniveau en leeftijd, zegt het CBS. Wat dan wel de oorzaken zijn, heeft het statistiekbureau niet onderzocht.

Brede welvaart Beeld -
Brede welvaartBeeld -

Kansenongelijkheid
Laagopgeleiden (maximaal mbo 1) hebben negen van de dertien keer een ongunstige uitkomst. Hoogopgeleiden komen maar bij twee indicatoren (tevredenheid met vrije tijd en slachtofferschap criminaliteit) lager dan het gemiddelde uit. In Nederland wordt de laatste tijd veel gesproken over de kloof tussen lager en hoger opgeleiden en (kansen)ongelijkheid. Het CBS heeft daar geen inhoudelijk oordeel over. ‘Duidelijk is dat de brede welvaart niet gelijk is verdeeld. En ook is duidelijk bij welke groepen de grootste achterstanden zitten. Maar of en hoe erg dat is en of en wat er aan gedaan moet worden, is niet aan ons’, zegt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS.

Op individueel niveau was er bij ruim een kwart (26 procent) van de mensen sprake van een ‘stapeling’ van gunstige uitkomsten. Daarbij zijn relatief veel hoogopgeleiden en mensen van 45 tot 64 jaar. Bij bijna een vijfde (18 procent) telden de ongunstige uitkomsten op, vooral bij laagopgeleiden, mensen van 65 tot 74 jaar en mensen met een niet-westerse migratieachtergrond. Het onderwijsniveau blijkt het meest van belang voor het aantal indicatoren waarop mensen een gunstige of ongunstige uitkomst hebben.

Door de coronacrisis en de lockdowns nam onder meer het aantal sociale contacten af en werd werken en het volgen van onderwijs vaak thuis gedaan. Daardoor nam het risico op kansenongelijkheid, eenzaamheid en psychische problemen toe. In 2021 gaf 83,6 procent van de bevolking het leven een rapportcijfer van 7 of hoger. Dat is het laagste percentage sinds het CBS dit in 1997 begon te meten.

‘Natuurlijk kapitaal gaat stelselmatig achteruit’

De brede welvaart is groot in Nederland, stelt het CBS, maar de druk neemt toe. Zo wordt de luchtkwaliteit beter en groeit het Natuurnetwerk Nederland van bestaande en toekomstige natuurgebieden. Maar tegelijkertijd neemt het natuurlijk kapitaal op veel onderdelen stelselmatig af.

Zo gaan wat soortenrijkdom betreft zowel landdieren als zoetwater- en moerasdieren erop achteruit, net als de stads- en boerenlandvogels. Ook raakt een steeds groter deel van de inheemse plant- en diersoorten bedreigd. Meer dan 70 procent van de landnatuur in Nederland kampt met een – lichte of zwaardere – overschrijding van de kritische stikstofgrens. De kwaliteit van het oppervlaktewater daalt en het verbruik van grondwater groeit. Positief is weer de stijging van de capaciteit voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit.

De hoeveelheid grond die gebruikt wordt voor wonen, industrie en infrastructuur nam tussen 2013 en 2020 toe met 200 vierkante kilometer. De oppervlakte landbouwgrond nam af met 244 vierkante kilometer, blijkt uit de ‘Natuurlijke Kapitaalrekeningen’ van het CBS en de Universiteit Wageningen. De oppervlakte natuur en water nam met 44 vierkante kilometer toe, ondanks 53 vierkante kilometer minder bos. Maar per inwoner is er steeds minder ‘groen-blauwe’ (niet bebouwde) ruimte beschikbaar. Het CBS wijst erop dat de ruimte in Nederland ‘duidelijk onder druk staat’, onder meer door de wens voor 1 miljoen nieuwe woningen.

Meer over