Kliniek in Rotterdam exposeert zelfgemaakte kleren, gipsen oester en stilstaande horloges; Tbs-gestelden zetten zichzelf te kijk met eigen kunst

Twee voeten in sportschoenen aan de rand van een papier vol elkaar kruisende lijnen. Een wandelaar die zijn kaart op de grond heeft uitgespreid, is de eerste gedachte die opkomt bij deze foto....

Van onze verslaggeefster

Ineke Jungschleger

ROTTERDAM

De Belgische kunstenaar Michel François heeft, met geld van de Mondriaan Stichting, een paar maanden met de bewoners gewerkt aan de inrichting van de door hem ontworpen vitrine. 'Zoals een conservator van een museum met kunstenaars een tentoonstelling samenstelt', zegt directeur O. Luske van de tbs-kliniek.

De drager van de sportschoenen - een man, in de kliniek wonen geen vrouwen - heeft een ingewikkeld knippatroon op de grond gelegd en probeert daar wijs uit te worden. 'Ik doe mijn best', staat op een papiertje bij de foto geschreven. Hij probeert een kledingstuk te maken. In de werkplaats achter de deur met het opschrift 'textiel' is het altijd druk. Het is niet het eerste dat de buitenwereld verwacht van gewelddadige mannen: dat ze voor hun plezier kleren maken.

Een andere bewoner, Arthur, gaat een stuk verder met wat hij van zichzelf wil laten zien. Van gips maakte hij een oester, die een klein stukje openstaat. 'De binnenkant is mooier dan de buitenkant', schreef hij erbij.

De foto van de naailes, de gipsen oester en tientallen andere voorwerpen staan tentoongesteld in de centrale hal van de tbs-kliniek, waar mannen worden behandeld die niet toerekeningsvatbaar waren tijdens het plegen van een ernstig delict. De hal is niet toegankelijk voor publiek, wel voor bezoekers.

Het voelt als te kijk staan, zegt Arthur. 'Maar ik sta er niet alleen, dat scheelt. En het maakt ook uit dat die vitrine er omheen zit. Dat is een soort paraplu waar je met z'n allen onder zit.'

Arthur is achter in de dertig. Hij heeft zich gerealiseerd dat hij zijn nek uitsteekt, met het tentoonstellen van die oester, maar het commentaar van zijn medebewoners valt mee. 'Veel mensen hier zullen dat denken: mijn binnenkant is mooier dan de buitenkant. We kennen allemaal het vooroordeel ten opzichte van tbs'ers.'

Jaap is een stuk jonger dan Arthur en maakt een gesloten indruk. Toch wil ook hij graag uitleg geven bij zijn voorwerpen. Het zijn er drie: een met prikkeldraad omwikkelde wegversperring, een geboetseerd hondje met een levensgrote injectienaald in zijn rug ('Zo ziek als een hond') en het beeldmerk van het ministerie van Justitie, omgeven door stilstaande horloges. 'Zonde van je tijd, die ben je voor altijd kwijt', heeft hij erbij geschreven.

'Ik heb de batterijtjes eruit gehaald, want de tijd staat hier stil', zegt Jaap. 'De hoeveelheid tijd die je te leven hebt, kun je niet vermeerderen. De tijd die ik hier moet doorbrengen, ben ik voorgoed kwijt. Toch moet ik misschien een van die horloges weer laten lopen. Je moet je vrijheid terugwinnen, hier. Daarvoor moet je veranderen. Het gaat niet altijd in het tempo dat je zou willen, het veranderen van jezelf. Maar ik heb nu niet meer het gevoel dat het helemaal verloren tijd is.'

J. Hauwert, beeldend therapeut, staat erbij en trekt verrast zijn wenkbrauwen op. Hij weet veel van de ideeën achter de voorwerpen in de vitrine, maar lang niet alles.

'Als je hier in dienst bent, ben je natuurlijk toch van het systeem', zegt Hauwert. 'Iemand van buiten, zoals Michel François, is opener, onbevangen. Als dingen niet kunnen, loopt hij daar wel tegenaan. Terwijl ik al uitga van de beperkingen.' Ter illustratie laat hij in zijn werkplaats een schilderij zien van een vrouw met een zweep. 'Iemand die erg seksueel gericht is, zetten we niet voor de hele kliniek te kijk.'

Het onderwerp seks komt volgens Hauwert bij het tekenen, schilderen en boetseren in de tbs-kliniek waarschijnlijk veel minder aan de orde dan in gevangenissen. 'In de huizen van bewaring zijn sport en het zogeheten crea de enige uren waarin de bewoners hun emoties kunnen uiten. Hier wordt de hele dag met hen gepraat. We hebben drama, muziek: alles is gericht op het leren omgaan met gevoelens.'

In de vitrine hangt een gedicht ('Op Curaçao was ik architect', meldt de schrijver) over liefde, verraad en verdriet. 'Ik kijk goed uit voor degenen van wie ik houd. Ik spreek mijn liefde niet uit, zelfs niet voor de grap.'

Meer over