Nieuws

‘Klimwand’ of prachtige boerengrond? Tweede Kamer meteen verdeeld over achterwand in nieuwe plenaire zaal

De komende jaren zullen plenaire debatten in de Tweede Kamer zich afspelen tegen een decor van vijf grote panelen in bruintinten, waarop klonten zijn aangebracht. Die klonten blijken bij nadere beschouwing kluiten aarde te zijn, met hier en daar nog plukjes vegetatie of riet. Dat verraadt ook de naam van het kunstwerk: Aarde.

De wand van Jos de Putter in de plenaire zaal van de tijdelijke Tweede Kamer.  Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
De wand van Jos de Putter in de plenaire zaal van de tijdelijke Tweede Kamer.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

De bewoners van het nieuwe Kamergebouw hadden de bijnaam al snel gevonden. Een klimwand, dat was het; wie als eerste boven is, heeft de beste plek op de apenrots of mag aanschuiven bij de formatie. Kamerleden en anderen deden er op sociale media lacherig over. Volgens Pieter van Vollenhoven zijn het stenen die je desgewenst naar je tegenstanders kunt gooien. Kamerlid Caroline van der Plas (BBB) was juist enthousiast: ‘Gewoon boerengrond in de Tweede Kamer, echt prachtig.’

De belangrijkste muur van het land, zo noemen ze die achterwand graag in de Tweede Kamer. Er is amper een plek voor kunst in de openbare ruimte met een grotere zichtbaarheid. De kluiten aarde zullen de komende vijfenhalf jaar of zoveel langer als de verbouwing van het Binnenhof gaat duren, de achtergrond vormen bij debatten, journaalflitsen, krantenfoto’s en verhitte onderonsjes.

Poten in de klei

De maker heet Jos de Putter (62), die voor zijn werk 200 duizend euro kreeg. De kunstcommissie van de Tweede Kamer, voorgezeten door Salima Belhaj (D66), koos hem uit vijf kandidaten. De Putter werkte voor tv, onder meer bij Diogenes en Tegenlicht (VPRO). Zijn bekendheid als kunstenaar dankt hij aan zijn documentaires, over de sloppenwijken van Rio de Janeiro (Solo, the Law of the Favela) en over een groep dansende Tsjetsjeense kinderen (Dans, Grozny dans). Hij won prijzen op internationale festivals, zijn werk wordt getoond in grote musea. Tegenwoordig maakt hij ook beeldende kunst en videoinstallaties. Het eerste plan dat hij bij de Tweede Kamer indiende, behelsde een videoscherm met Hollands licht dat heel geleidelijk van intensiteit en kleur zou veranderen, zoals de seizoenen. Dat plan ging niet door omdat gevreesd werd dat het kunstwerk gehackt kon worden.

De Putter gooide het over een andere boeg. Hij ging naar lowtech, zoals hij het zelf noemt, een radicaal andere manier om de buitenwereld binnen te brengen: klei verzamelen, van Zeeuws-Vlaanderen – waar hij vandaan komt – tot Oost-Groningen en het land van Maas en Waal, alle hoeken van het land. Die klei kan de Kamerleden herinneren aan de relatie tussen mens en planeet, ze als het ware met hun poten in de modder zetten. ‘Een verticale aarde’, zegt De Putter, ‘alsof het een gesprekspartner is.’ De vijf panelen laten ook zien wat de mens met aarde doet: van onbewerkte substantie naar aarde als handelswaar en ‘aarde waar je mee speelt’, zoals op het strand.

Traditionele ophef

In zekere zin volgt hij daarmee de gedachtengang die architect Pi de Bruijn aanhield voor het parlementsgebouw waaraan nu groot onderhoud wordt gepleegd. Ook daarin zijn elementen van het Nederlandse landschap verwerkt: de getijden in de natuurstenen vloeren, polderland in de vloerbedekking, Hollandse luchten in de plafonds, de tulpenvorm van de stoelen. ‘Ik ben van representeren naar presenteren gegaan', zegt de Putter: ‘De aarde is echt.’

Ook met de ophef die hij veroorzaakt staat De Putter in een traditie. De paarsrode panelen die Rudi van de Wint voor de plenaire zaal maakte, werden indertijd snel geaccepteerd. Met de inrichting van de Oude Zaal, ontworpen door Jan van den Dobbelsteen (grote lichtornamenten, een veelkleurig tapijt)’, hebben veel Kamerleden zich nooit kunnen verzoenen. Die ruimte wordt nu in oude staat hersteld.

De Putter, die nooit eerder iets voor de publieke ruimte maakte, moet wennen aan de kritiek. ‘Het is nu voor het eerst te zien, ik ben nog in de overgevoelige fase.’ Met de bijnaam kan hij goed leven. ‘Zo’n naam is ook een kwestie van je iets eigen maken.’

Meer over