Kleuter aan vaders hand

VRESELIJK IS de gemiddelde reisgids, kom maar eens mee naar de boekhandel en ga naast me staan bij het plankje Berlijn - want daar moesten we toevallig even heen - en pak nu eens zo'n boekje....

Het lijkt wel of uitgevers van reisgidsen niet beseffen dat je zo'n ding onderweg vaak te voorschijn haalt en dan iets moois wilt zien. In Berlijn, jawel, maar daar vooral ook in je hand en niet iets van een schreeuwerige en lelijke opdringerigheid.

Het toppunt van ellende zijn die dingen, waar dan ook nog een plastic omslagje omheen is gedaan, met daarin een plattegrond, alsof je niet genoeg bij je verstand bent om geheel zelfstandig een losse plattegrond aan te schaffen als je aan de kaartjes in het boekje niet genoeg hebt. Op reisgidsen wordt, kortom, nooit een goede ontwerper los gelaten.

In die boekjes word je ook aangesproken alsof je een kleuter bent die aan vaders hand mee moet worden genomen op de vijf stadswandelingen die vader voor je bedacht heeft. Ja, waar we wandelen maken we zelf wel uit, maar we willen graag wat actuele telefoonnummers, adressen, openingstijden en zo meer.

Zijn die gegevens nog up to date? Om daarachter te komen zoek je voorin zo'n gids naar het jaartal van de laatste druk en in veel gevallen vind je zo'n jaartal niet - net of je een halfje karnemelk koopt waarop de uiterste consumptiedatum niet staat vermeld. Oplichterij, daar stinken die dingen vaak naar, met hun vermelding dat ze van de gebruikers graag willen horen wat er in Berlijn intussen is veranderd. Nee, reisgidsje, daar kopen we jou nu juist voor!

Je verlaat de winkel dus met de enige gids die niet stuitend is van lelijkheid, niet tuttig van inhoud en voorzien van het jaartal 1995: The Rough Guide/Berlin van Jack Holland & John Gawthrop (¿ 29,95). Dat leek ook de boekhandelaar voor iedereen het beste. Een Engelse gids, helaas, ja, want je had natuurlijk liever een Duitse gehad, maar naar Duitstalige Berlijn-gidsen is in de Nederlandse boekhandel nu eenmaal geen vraag.

Je zoekt er een goedkoop hotel in op en ja, het telefoonnummer klopt, je reserveert een kamer. Maar dan ben je in Berlijn en je wilt het voormalige hoofdkwartier van de Stasi zien. De gids stuurt je naar U-Bahnhof Leopoldplatz, waar je tevergeefs naar het adres zoekt, tot iemand je vertelt dat je aan de andere kant van de stad moet zijn, bij U-Bahnhof Magdalenenstrasse.

Over de Alexanderplatz meldt de gids dat Alfred Döblin er een onleesbare roman over heeft geschreven, nou ja, dan is Ulysses van James Joyce dus ook onleesbaar - wat een luie lezers zijn die schrijvers van deze Rough Guide. Berlin Alexanderplatz is een meesterwerk en als liefhebber van dat prachtboek zou je wel eens willen weten waar Döblin woonde en dat meldt de gids niet.

Cultureel is hij zwak, historisch-politiek is hij goed en over de horeca is hij lekker nichterig. In het ene café mag je niet luid lachen omdat je de barman dan uit zijn concentratie haalt, in het andere moet je je adem liever niet inhouden tot je wordt bediend en in het derde staat de lucht stijf van de Perrier. Zo beland je bij Briefe an Felice, een paar huizen vandaan bij het adres waar Felice Bauer woonde toen, in 1912, Kafka verliefd op haar werd.

Je zit er een uur op het terras tevreden te kijken naar twee mannen en een hond die een auto repareren, met op je tafel die Rough Guide. Hallo, Immanuelkirchstrasse, jawohl, hier bin ich!

Martin Schouten

Meer over