AnalyseSuper Tuesday

Kleurloze Biden wint voornamelijk als alternatief voor de te linkse Sanders

De verrassende zege van Biden op Super Tuesday is de voorlopige uitkomst van de interne Democratische strijd tussen een verdeeld midden en een verdeelde linkervleugel. Nu hielpen de gematigden in de partij Biden aan de winst, maar de race is nog geenszins gelopen.

Joe Biden bezoekt een ijssalon in Los Angeles. Beeld REUTERS

En zo waren de Democra­tische kiezers dinsdag ineens het meest enthousiast over de kandidaat die al wekenlang het ­minste enthousiasme ­teweegbrengt.

Joe Biden is de oud-vice­president die weinig geld en weinig ­vrijwilligers had, die weinig campagne voerde en aan matig gevulde zaaltjes iets presenteerde wat nauwelijks een visie kon heten. Op Super Tuesday – de belangrijkste dag in de Amerikaanse voorverkiezingen voor het presidentschap – kreeg hij echter zo veel nieuwe kiezers op de been, dat hij in negen of tien van de veertien staten won. Zo is hij ineens weer favoriet om de Democratische presidentsnominatie in de wacht te slepen.

Daartegenover is Bernie Sanders de progressieve senator die miljoenen dollars inzamelde, die hele bataljons aan vrijwilligers het land instuurde en kon bogen op een leger fanaten op sociale media. Hij hield toespraken in barstensvolle sporthallen en ­beloofde het onrecht in Amerika recht te zetten. Maar hij mobiliseerde zo weinig nieuwe kiezers dat hij moest terugvallen op Californië, het bastion van de toekomst dat hem in elk geval nog de gedelegeerden opleverde om zonder al te veel gezichtsverlies als underdog in de race te blijven.

Daarmee slaagde Biden – zijns ­ondanks – in een opzet die Sanders zag mislukken: het vergroten van de opkomst om zo de balans tussen gematigden en progressieven in het eigen voordeel te laten doorslaan.

Sanders had gehoopt dit jaar door te breken met behulp van nieuw Amerika: een coalitie van jongeren, latino’s, Afro-Amerikanen en ook witte werkende achtergestelden om zijn ‘politieke revolutie’ naar het Witte Huis te brengen. Maar hoeveel die doelgroepen ook te winnen hebben, juist de opkomst onder jongeren en zwarte Amerikanen viel tot dusver tegen, zeker in het zuiden. Volgens peilingen bij de stemlokalen is dinsdag bijvoorbeeld maar 13 procent van de twintigers gaan stemmen, niet meer dan vier jaar geleden.

Nieuwe kiezers

Voor Biden daarentegen togen wel veel nieuwe kiezers naar de stembus, of preciezer: kiezers die bij de vorige voorverkiezingen, in 2016, nog niet op de Democraten stemden maar twee jaar later, bij de verkiezingen voor het Congres, wel. Zo deed Biden het bijzonder goed in Virginia, North Carolina en Texas, in districten met welgestelde voorsteden waar vrouwen in 2018 de doorslag gaven en de Democraten naar een meerderheid in het Huis van Afgevaardigden loodsten. In Virginia ging een half miljoen mensen méér stemmen dan bij de voorverkiezingen van 2016 – en die stemden dus vooral op Biden.

Net als in 2018 ging het bij hen eigenlijk maar om één ding: weg met Trump. Geen gekke dingen, geen grote veranderingen, een terugkeer naar het land van vóór Trump is voor die kiezers al genoeg. Terug naar het land van Barack Obama, dus. Dat sentiment wordt het best ver­tegenwoordigd door de man die jaren in Obama’s nabijheid verkeerde en die deze nabijheid sinds de bekendmaking van zijn kandidatuur als belangrijkste argument gebruikt.

Klein verschil: Obama richtte zich op de toekomst met een boodschap van hoop. Biden richt zich op het verleden, en appelleert vooral aan de heimwee naar hoop.

Daartegen lijkt Sanders het dus af te leggen, met zijn veel ambitieuzere ­belofte het hele systeem op de schop te ­nemen. Ook al is volgens peilingen een meerderheid van de Democratische kiezers voorstander van Sanders’ belangrijkste agendapunt – collectivisering van de ziektekostenverzekeringen in één groot door de overheid betaald ziekenfonds – toch laten ze hun stem daar kennelijk niet door bepalen.

Groter risico

De inhoud doet er nu even niet toe. Sanders wordt door de kiezers als groter risico gezien dan Biden, aantrekkelijk in al zijn kleurloosheid. Helemaal rationeel is dat niet: in virtuele electorale gevechten met Trump doet Sanders het in de sleutelstaten minstens zo goed als ­Biden. Maar de aanvallen van de afgelopen tien dagen op Sanders’ vermeende socialisme hebben de angst toch aan­gewakkerd dat hij minder kans maakt in een race met Trump.

Het Democratische partij-apparaat speelde daarbij zeker een rol, net als de media. Als Sanders het Cubaanse onderwijs zegt te waarderen wordt hem dat veel zwaarder aangerekend dan wanneer Obama dat zegt en de angst voor Sanders ‘democratische socialisme’ lijkt soms meer door belangen dan door feiten te worden aangewakkerd.

Maar ook Sanders en zijn beweging zijn verantwoordelijk voor hun gebrek aan groei. In al hun ideologische zuiverheid deden met name de zeloten online veel kwaad: zelfs een progressieve medestander als Elizabeth Warren werd weggezet als verrader of overloper, als een verkapte Republikein of erger nog, reïncarnatie van Hillary Clinton. Iedereen die ook maar een beetje kritiek heeft wordt door geharnaste woordvoerders als David Sirota en Nina Turner van ‘establishment’ beticht, waarna de onlinetrollen los gaan. Dat de vrijwilligers op de grond veel tolerantere idealisten zijn, maakt het agressieve gedrag op sociale media nog betreurenswaardiger.

Aantrekkelijke consistentie

Sanders’ ideologische consistentie door de decennia heen is precies wat hem zo aantrekkelijk maakt, en dus was de onwil tot concessies of tot een reikende hand zo bedoeld: dit is precies wat miljoenen jonge kiezers zou moeten lokken. Maar die kwamen dus niet. In plaats daarvan stootte de compromisloosheid potentiële geïnteresseerden af: de ene veranderingsgezinde kandidaat, Pete Buttigieg, adviseerde zijn aanhangers zich achter Joe Biden te scharen. De ­andere veranderingsgezinde kandidaat, Elizabeth Warren, is nog steeds in de race en zit daardoor Sanders dwars.

En zo won Biden. Naar hém stroomden de twijfelaars, de zoekers, de kiezers die op een tweede of derde keus moesten terugvallen na het vertrek van miljardair Tom Steyer, technocraat Pete Buttigieg, pragmatist Amy Klobuchar (en straks ook Mike Bloomberg). Naast de vrouwen in de voorsteden kreeg Biden ook opvallend veel kiezers achter zich in arbeideristische districten in Minnesota, Oklahoma, Maine en de Appalachen-­valleien van Tennessee en North Carolina. Biden kreeg daar meer stemmen dan Clinton in 2016 (en Sanders minder dan in 2016), wat zou kunnen betekenen dat Biden ook in de strijd tegen Trump meer kans maakt – al heeft hij veel zwakke plekken die Trump nog kan uitbuiten.

Dit alles betekent niet dat de race al ­gelopen is. In gedelegeerden gerekend liggen Sanders en Biden nog dicht bij ­elkaar (als alle stemmen zijn geteld en Sanders’ overwinning in Californië groot genoeg uitpakt, kan die zelfs nog aan kop gaan) en er zullen zich zoals ­altijd nog verrassingen voordoen. Toch wordt het lastig voor Sanders: er zijn nog zuidelijke zwarte staten die naar Biden zullen gaan, er zijn nog grote staten als New York, New Jersey en Pennsylvania die in 2016 ruim naar Clinton gingen, en dan is er nog Florida, met veel ouderen en weliswaar veel latino’s, maar die zijn vaak afkomstig uit Cuba en Venezuela en daardoor conservatiever dan die in Californië en Nevada.

Verdeeld midden of lamme linkervleugel

Met de opgave van Bloomberg woensdag (die een half miljard heeft uitgegeven om alleen Samoa te winnen) en diens stemadvies voor Biden zullen de centristische kiezers verder consolideren achter de gematigde vaandeldrager. Aan de andere kant blijft Warren maar doorgaan. Zo gaat straks niet Sanders van het verdeelde midden profiteren, maar Biden van de verdeelde linker­vleugel. En dan hoef je dus helemaal niet zo sterk zijn om te winnen.

Meer over