Kleurige muur verjaagt 'Monster van Marcinelle'

In de Route de Philippeville lijken alle clichés over Wallonië samen te komen. Toch gloort er hoop, met de kleurige afdrukken van kinderhanden....

Op donderdag 15 augustus 1996 was de Route de Philippeville breakingnews. In het straatje in Marcinelle, voorstad van het Belgische Charleroi,werden twee meisjes, gewikkeld in dekens, uit het huis met nummer 128gehaald. De beelden gingen de wereld over. De doodsangst van SabineDardenne (12) en Laetitia Delhez (14) was in hun ogen te zien.

Sabine had ruim twee maanden in de kelder van het huis vastgezeten,Laetitia een week. Ze waren 12 en 14 jaar. Hun tiran heette Marc Dutroux,een sjoemelaar van rond de 40 die van een uitkering leeft en bijklust meteen handel in tweedehands auto's en oud ijzer.

Dutroux begon eind 1993 een oude regenput in zijn kelder te verbouwentot gevangenis. Hier gingen in 1995 de 8-jarige Julie en Mélissa dood vanhonger en dorst, omdat Dutroux' vrouw Michelle Martin hen geen eten durfdete geven, terwijl haar man weer eens in voorarrest zat wegens een duisterzaakje.

Ook An en Eefje werden in het huis vastgehouden, maar zouden volgensDutroux nooit in de kelder hebben gezeten. Zelf kunnen ze het niet meernavertellen.

Nu, tien jaar later, lijkt het huis niet meer te bestaan. Dat wilzeggen: de gehele gevel gaat verscholen achter een foto. Een blond jongetjein een geel T-shirt houdt met gespreide armen een vlieger in de lucht. Hijstaat in de duinen, de lucht is hemelsblauw.

'Vindt u het mooi?', vraagt een voorbijgangster die haar hond uitlaat.Ik antwoord bevestigend. 'U weet toch wel wat hier is gebeurd?' Ja, zeg ik.'We proberen er het beste van te maken', vervolgt ze, 'al is het nietgemakkelijk.'

Ze wijst op de oude vrieskist die iemand voor het huis van Dutrouxheeft gedumpt. Maar ook op de bloemen die de wederzijdse oud-buren vanDutroux voor hun huis hebben gezet. Het bewoonde linkerhuis is ookhemelsblauw geverfd, met donkerblauwe kozijnen.

Ook zonder haar gruwelijke geschiedenis oogt de Route de Philippevilletegen de schemering somber en naargeestig. Alle clichés over Walloniëlijken hier samen te komen. Het is grijs, vervallen, vies. De straat kijktuit op twee grote bruggen, fly-overs van de ring van Charleroi. De meestehuizen zijn groezelig, met verveloze daklijsten en kozijnen, de houtenrolluiken omlaag.

Vloekend zoekt een man met een paar glaasjes te veel op naar zijnautosleutels. Dan rijdt hij zonder te schakelen weg, stinkendeuitlaatgassen achterlatend. Verder is er weinig te doen in de straat.

Bebouwing is er slechts aan één kant. Aan de overzijde loopt een muurvan ongeveer vijfhonderd meter lang. Daarachter ligt het spoor. Goederen-en personentreinen boemelen van en naar het station Charleroi-Zuid,anderhalve kilometer verderop.

Toch gloort er een sprankje hoop in de Route de Philippeville. Sindsseptember vorig jaar is de muur tussen spoor en straat omgedoopt in La Murde la Civilité, ofwel de Muur van Burgerzin. Kinderen en scholieren hebbenenkele tientallen panelen beschilderd.

Leerlingen van de basisschool van Marcinelle hebben een handafdrukgezet in gele, rode, groene, blauwe of roze verf. Ene Kevin schilderde eenbol, grasgroen heuveltje waar twee knusse flatgebouwtjes op staan. Ertussenin twee hangt wasgoed te drogen, er staat een fietsje. Een lieflijktafereel, maar linksonder krult de plaat om, als een bladzijde in een boek.Daaronder schuilt een doods en guur landschap.

De Route de Philippeville is een straat om snel te vergeten, zeker voorde slachtoffers van Dutroux. Eén keer zijn Sabine en Laetitia nog teruggeweest in de kooi, samen met de rechters, juryleden, verdachten enadvocaten. Het was in april 2004, midden in het proces-Dutroux. De massaaltoegestroomde pers kon het plaatsbezoek vanaf de fly-over gadeslaan.

Lijkbleek kwamen Sabine en Laetitia uit het huis. De moeder vanLaetitia werd per brancard naar een tent van het Rode Kruis gebracht.Alleen Marc Dutroux, in kogelwerend vest, toonde geen spoortje emotie.

Anno 2006 wordt nergens in De Route de Philippeville expliciet verwezennaar het monster van Marcinelle, alias staatsvijand nummer 1. Er hangt geenherdenkingsbordje op het huis. Wel is er schuin tegenover, op de Muur vanBurgerzin, een marmeren gedenksteen: 'En memoire de tous les enfants,victimes de pedophilie', ter nagedachtenis aan alle kinderen, slachtoffervan pedofilie.

Dat moet genoeg zijn. Het zou te veel eer zijn voor Marc Dutroux omhier zijn naam te vereeuwigen.

Bart Dirks

Meer over