Kleinste verschillen 4: gelijk geëindigd, dus twee gouden medailles

1. Van de 26 keer dat er geen verschil viel aan te wijzen tussen een gouden en zilveren olympische medaille, betrof het merendeel (19 keer) turnonderdelen als paard, rekstok of vloeroefening. In 1956 kregen de Rus Valentin Moeratov en de Duitser Helmut Bantz evenveel punten voor hun paardsprong. Bantz was aan het eind van de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangene van de Engelsen. Na zijn vrijlating bleef hij in Engeland hangen. Bij de Spelen van 1948 was hij trainer van de Britse turnploeg, in 1952 van de Duitse collega's. En in 1956 won hij zelf op 35-jarige leeftijd gedeeld goud.

2. Tweemaal kende een zwemnummer twee winnaars. In 1984 gebeurde het op de 100 meter vrije slag vrouwen. Een van de winnaressen, Nancy Hogshead, was drie jaar ervoor op gewelddadige manier verkracht en was als therapie gaan wedstrijdzwemmen. In 2000 wonnen Gary Hall en Anthony Ervin, twee trainingsmaatjes uit het Amerikaanse Arizona, de 50 meter vrij in 21,98 seconden. Ervin veilde vier jaar later zijn medaille ten bate van de Aziatische tsunami-slachtoffers.

3. In 1908 kregen de Amerikanen Alfred Gilbert en Edward Cook allebei het goud omgehangen bij het polsstokhoogspringen. Beiden sprongen 3,71 meter hoog. Tijdens die Spelen in Londen waren er grote meningsverschillen tussen Britse en Amerikaanse officials over de polsstokregels en waren er geen voorzieningen om de landing te verzachten. Verder had het nummer last van de tumultueuze finish van de marathon.

4. Bij het gewichtheffen was er twee keer geen eenduidigheid. In 1936 werd aanvankelijk de Egyptenaar Anwar Mohamed Mesbah uitgeroepen tot winnaar in de categorie tot 77 kilo. De Oostenrijkse equipe diende echter een protest in: Robert Fein had in de voorronde een paar honderd gram meer omhoog gekregen. Dat protest werd gehonoreerd en beide mannen kregen het goud overhandigd. Ook in 1928 waren er twee winnaars in dezelfde categorie.

5. Grote consternatie in 1992 bij het onderdeel synchroonzwemmen. De Amerikaanse Kristen Babb-Sprague behaalde het hoogste puntenaantal en kreeg het goud omgehangen. Later bleek dat het Braziliaanse jurylid een fout had gemaakt bij de beoordeling van de winnares van het zilver, Sylvie Fréchette uit Canada. Het jurylid had Fréchette per ongeluk een lagere beoordeling ingetikt dan de bedoeling was: 8,7 in plaats van 9,7. In 1993 besloot het Internationaal Olympisch Comité na lang beraad ook Fréchette het goud toe te kennen.

undefined

Meer over