Kleine pensioenfondsen niet opgewassen tegen strenge regels

Het aantal pensioenfondsen is sinds 2007 bijna gehalveerd. Uit cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB) blijkt dat Nederland nog krap 400 fondsen telt. De daling is nog niet ten einde. Veel kleinere fondsen zijn van plan zichzelf op te heffen omdat het steeds lastiger is te voldoen aan de strengere regels.

AMSTERDAM - De afgelopen jaren gaf ongeveer wekelijks een pensioenfonds zijn zelfstandigheid op. In 2007 telde Nederland nog ruim 700 fondsen; begin dit jaar iets minder dan 400. Het zijn vooral ondernemingspensioenfondsen, fondsen die zijn gekoppeld aan een specifiek bedrijf, die de moed opgeven. Het aantal grote sectorfondsen, zoals APB (overheid), PFZW (zorg), PMT (metaal) en bpfBouw, is vrij stabiel (ruim 60). Deze fondsen zijn veel groter dan de meeste ondernemingspensioenfondsen, die niet meer dan een paar duizend deelnemers hebben.

DNB juicht de daling toe. In 2010 zei Joanne Kellermann, directielid pensioenen, dat het aantal fondsen op den duur terug kan naar circa 100. Het is voor de toezichthouder makkelijker 100 grote fondsen in de gaten te houden dan een versnipperde sector met veel kleine spelers. Het zal ook eenvoudiger worden geschikte bestuurders te vinden.

Voor de deelnemers kan de opheffing van hun fonds zowel positief als negatief uitpakken. De (ex-)werknemers van Pensioenfonds Mediagroep Limburg zagen hun pensioen begin deze maand met ruim 12 procent dalen als gevolg van de aansluiting bij het grotere PGB (zie inzet).

Andere deelnemers hebben het geluk dat de werkgever het fonds een afscheidscadeau meegeeft. Zo is de voorgenomen pensioenverlaging van 7 procent bij de pensioenregelingen van CSM, die ook naar PGB zijn overgeheveld, van de baan. Het voedingsbedrijf heeft het fonds een bruidsschat meegegeven om de tekorten aan te zuiveren.

De grote opruiming in de pensioensector wordt veroorzaakt door een combinatie van strengere regels en financiële tegenvallers. De tijd dat de afdeling personeelszaken het pensioenfonds er even bij deed, is voorbij. Ook is het besturen van een fonds een serieuze zaak geworden. Bestuurders moeten verstand hebben van complexe beleggingen en aan toezichthouder DNB kunnen uitleggen waarom ze hun renterisico al dan niet hebben afgedekt.

Er is nog een belangrijke reden waarom pensioenfondsen het loodje leggen: werkgevers hebben tabak van pensioenfondsen. Ze moeten vaak opdraaien voor tekorten en hebben liever een minder innige relatie met hun fonds, dat vaak relatief groot is in verhouding tot het bedrijf. Bovendien moeten sommige bedrijven de pensioenrisico's op hun balans zetten. Tekorten bij het fonds tikken dan door in de cijfers van de onderneming.

Bestuurders die hun fonds opheffen, kunnen kiezen tussen de wijd gespreide armen van een verzekeraar of een ander fonds. De meeste besturen vallen voor de charmes van een verzekeraar. Voordeel voor de werkgever is dat hij precies weet hoeveel hij premie hij kwijt is. Bovendien claimen verzekeraars dat ze de pensioenen nooit zullen verlagen. Keerzijde van de medaille is dat ze de pensioenen meestal ook niet indexeren.

Sommige fondsen zoeken aansluiting bij een sectorfonds waar ze het best bij passen, zoals het fonds van de Mediagroep Limburg. Een ander voorbeeld is het fonds van Stork, dat is opgegaan in metaalfonds PME. Predikanten bouwen sinds vorig jaar hun pensioen op bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn.

Medewerkers en gepensioneerden van de Mediagroep Limburg, uitgever van onder meer dagblad De Limburger, moesten begin deze maand een verlaging van hun pensioen met ruim 12 procent slikken. Bijna het dubbele van andere fondsen die in de penarie zitten.

Reden voor de forse daling is het opheffen van het fonds. Het kleine fonds heeft onderdak gezocht bij het veel grotere PGB, het fonds voor de media en de grafische sector. Omdat de dekkingsgraad, de verhouding tussen het vermogen en de verplichtingen, van het Limburgse fonds ver onder die van PGB lag, moest het kleine fonds een flinke veer laten. Fondsen kunnen alleen over naar een ander fonds nadat de dekkingsgraad is gelijkgetrokken. Anders zou het ontvangende fonds de tekorten moeten aanzuiveren. Uiteraard is geen fonds daartoe bereid.

Ineens 12 procent eraf

undefined

Meer over