Kleine fondsen niet langer fijn

Kleine beursfondsen hebben de afgelopen jaren een flinke inhaalslag gemaak. Het is uit met de pret, luidt de voorspelling van Fortis Bank....

Tot voor kort barstte het in de onderste regionen van de Amsterdamse aandelenbeurs van de koopjes. Smallcaps waren onbekend en daarmee onbemind. Het dieptepunt was twee jaar geleden. Gemiddeld waren de allerkleinste beursfondsen ruim 40 procent goedkoper dan hun grote broers in de AEX-index. Maar toen keerde het tij, vertelt analist Herman van der Sluis van Fortis. 'De smallcaps hebben sinds 2000 een enorme inhaalslag gemaakt.' Deels op eigen kracht en deels dankzij de vele 'ongelukjes' bij de gerenommeerde AEX fondsen.

Schandalen, winst en reserve-waarschuwingen, deden de waarderingen van onder andere Ahold, Unilever, Koninklijke Olie en Aegon tuimelen. Daarnaast bleken vooral de grote jongens gevoelig voor de almaar dalende dollar. Tel daar de overweging in sectoren waar geen droog brood te verdienen viel bij op (denk aan de bankensector en de farmacie) en het zal niet verbazen dat beleggers plotseling verder wilden kijken dan hun neus lang was. De smallcaps stonden er als verlegen lachende derden naast. Pensioenfondsen, verzekeraars, maar ook beleggingsfondsen als het Delta Deelnemingen Fonds en het ING European Small Caps Fund deden goede zaken met de vergeten pareltjes van het Damrak.

De koopjes lagen nog voor het oprapen, herinnert Edwin van Oosten van het ING European Small Caps Fund zich. 'Een uitzender als Vedior was nog niet half zo duur als Adecco en hetzelfde gold voor een IT-bedrijf als Ordina ten opzichte van LogicaCMG'. Puur en alleen omdat klein bij veel belggers nog synoniem was voor risicovol. Van Oosten: 'Nu is dat voor individuele kleine bedrijven natuurlijk ook waar, want ze hebben een klein assortiment en opereren doorgaans op kleine markten, hetgeen ze ook kwetsbaarder maakt.' Spreiding middels een beleggingsfonds verkleint de risico's. Bovendien hebben de smallcaps volgens Van der Sluis juist veel baat gehad bij hun focus op de thuismarkt: 'Ze bleken redelijk ongevoelig voor de duikeling van de dollar'.

Diverse kleine beursfondsen profiteerden verder ook van de trend dat veel kleinere fondsen het Damrak verlieten. Zo zeiden Free Record Shop en Petroplus de beurs vaarwel. Ze vonden dat de lasten (openheid, administratieve lasten) niet opwogen tegen de lusten (naamsbekendheid, een relatief goedkope financieringsmogelijkheid). Bij vertrek van de beurs incasseren beleggers vaak een premie die kan oplopen tot 30 procent van de beurskoers.

En zo begonnen de small en midcaps aan hun opmars. De koers-winstverhoudingen - ofwel het aantal jaren waarin de investering in het betrokken aandeel zich naar verwachting zal terugverdienen - van de midcaps steeg sinds eind 2002 van 8 naar 12,6. Daarmee zijn de midcaps nu zelfs duurder dan de AEX fondsen, die gemiddeld 11,1 keer hun winst kosten. Ook qua dividendrendement (winstuitkering in verhouding tot de koers) hebben de kleintjes hun glans verloren. Keerden ze eind 2002 nog 5,5 procent uit, nu is dat gedaald tot 3,2 procent. De AEX-fondsen leverden ook in, maar minder: Van 4,2 naar 3,9 procent.

Kortom, het is uit met de pret. Wie geld wil verdienen kan zich beter op de grote jongens richten. Tenzij de dollar door blijft duikelen natuurlijk, maar volgens Van der Sluis wijst de algemene consensus, zeker voor de langere termijn, in omgekeerde richting. Hij wijst er verder op dat small caps relatief hogere schulden hebben, waardoor ze gevoeliger zijn voor de verwachte rentestijgingen. Een veelgehoord argument dat kleinere bedrijven, dankzij hun kleine schaal, in lucratievere nichemarkten operen, wijst Van der Sluis van de hand. 'De cijfers vertellen een ander verhaal. Iedere door een largecap geesteerde euro levert gemiddeld anderhalf keer zoveel op als de euro van een smallcap.'

Van der Sluis' rijtje met meest aantrekkelijk geprijsde beursfondsen bestaat op een na uit AEX-fondsen. Unilever, CSM, Koninklijke Olie, Akzo Nobel en KPN hebben allen een dividendrendement hoger dan vier en genereren bovendien voldoende kasstroom om dat ook in de toekomst op peil te houden.

Edwin van Oosten ziet het minder somber in voor zijn kleine fondsen. Hij is niet alleen op Nederland aangewezen voor de selectie van zijn fondsen. 'Ons fonds telt 75 namen uit een universum van ruim vijfduizend. Daar zit nog genoeg prachtigs tussen'. Een tip? 'Het Franse General de Santeen bedrijf dat in Frankrijk voortvarend ziekenhuizen privatiseert en daar prima zaken mee doet. Daar zit naar mijn mening nog heel veel groei in. En vergeet niet dat smallcap een relatief begrip is. We moeten pas uitstappen als een bedrijf meer dan vijf miljard euro waard wordt.'

Meer over