Kleinburgerlijke slagvelden

Het licht in de winkelpassages van Parijs deed de surrealistische schrijver Louis Aragon nog het meest denken aan 'het oplichten van een zich ontblotend been onder een rok die wordt opgetrokken.' De passages zelf vergeleek Aragon in zijn in 1926 verschenen collagetekst De boer van Parijs met 'menselijke aquaria' die...

Het tijdschrift Bzzlletin heeft zijn nieuwste nummer geheel gewijd aan de 'literatuur van de grote stad' en gelukkig heeft de redactie besloten om naast bekende kosmopolitische romans als Ulysses en Berlin Alexanderplatz ook het minder bekende De boer van Parijs aandacht te geven. Aragon heeft dit boek weliswaar zelf in de jaren dertig om ideologische redenen verworpen, toch had hij als geen ander in de besloten wereld van de passages een poëtisch beeld gezien voor het ontstaan van de metropool. Hoofdredacteur Pieter de Nijs maakt in zijn essay over 'nostalgie en moderne tijd' gebruik van de nieuwe, prachtige vertaling die onlangs van De boer van Parijs is verschenen en hij wijst op de grote invloed die Aragons boek heeft gehad op het werk van Walter Benjamin, de schrijver voor wie geen stad te groot was. In navolging van Aragon werkte Benjamin jarenlang aan een omvangrijke studie over het moderne stadsleven, zijn zogeheten Passagen-Werk. Voordat Benjamin aan dit nooit voltooide project begon, oefende hij zich in zijn Moskauer Tagebuch in het beschrijven van het leven aan de hand van architectuur: 'Zulke kleinburgerlijke kamers zijn slagvelden waar de verwoestende stormloop van het warenkapitaal zegevierend overheen is gejaagd, er kan daar niets menselijks meer gedijen.'

Zoals Hester Eymers in haar bijdrage terecht opmerkt, zijn de observaties in het Moskauer Tagebuch geschreven vanuit een marxistisch gezichtspunt, maar is het Passagen-Werk 'een doorwrochte studie van het fenomeen van de metropool, waarin de marxistische invalshoek vervlochten is met een freudiaanse.' Benjamin ging in zijn studie een stap verder dan Aragon en zag in de verwaarloosde winkelpassages niet alleen de opkomst van de wereldstad, maar ook de verschillende fasen van een mensenleven weerspiegeld.

Naast het Parijs van de passages komen vervolgens het Venetië van Thomas Mann, het Haarlem van Louis Ferron en het voormalige Oost-Berlijn van Hans Aarsman ter sprake, maar tot slot is er in deze Bzzlletin nog eenmaal de passage. Niemand minder dan Bordewijk schreef een verhaal met de titel 'Passage, een architectuur' en op zijn beurt lijkt Bordewijk door Benjamin te zijn beïnvloed: in dit als een bouwwerk geconstrueerde verhaal vindt een zelfde verstrengeling plaats van 'stedelijke beelden met het innerlijk van de passant.'

Bzzlletin heeft met dit nummer getracht 'de literaire fundamenten op het spoor te komen die aan de verschillende stadsbeelden ten grondslag liggen'. Niet de auteur en zijn omzwervingen door de metropool moesten vooropstaan, maar de romans die onze kijk op de moderne stad hebben gevormd. Een moeilijke opdracht die in feite door geen van de schrijvers geheel is vervuld. Wat niet wegneemt dat veel van de artikelen goed geschreven en, toegegeven, leerzaam zijn. Een compleet overzicht biedt het niet en steden als Londen en Amsterdam blijven onbesproken, maar liefhebbers van passages, al of niet in Parijs, komen ruimschoots aan hun trekken.

Meer over