Klein vaatje buskruit domineert reuzinnen

VAN ONZE VERSLAGGEVERMARK VAN DRIEL

LONDEN - Zevenkampsters zijn lege tribunes gewend, ook tijdens WK's en Olympische Spelen. Maar in Londen is alles anders, dankzij de lokale favoriete Jessica Ennis. Bijna tachtigduizend toeschouwers wist Ennis nagenoeg eigenhandig te lokken naar de ochtendsessie van vrijdag. Ze bleven zelfs zitten toen alle andere wedstrijden waren afgelopen en alleen de zevenkampsters aan het hoogspringen waren. Dat is nog nooit gebeurd. De ochtendsessies van atletiektoernooien worden altijd slecht bezocht.

Ennis stelde haar fans niet teleur. De wereldkampioene van 2009 en ranglijstaanvoerder van dit jaar ligt na vier van de zeven onderdelen op koers voor goud. Ze begon sterk met een verbluffende tijd op de 100 meter horden: 12,54 seconden. Die tijd was vier jaar geleden goed voor olympisch goud op de horden.

De 26-jarige atlete, die een bachelor psychologie heeft behaald, bouwde haar voorsprong gestaag uit. Na het hoogspringen (1,86 meter), kogelstoten (14,28 meter) en de 200 meter (22,83) had ze de leiding stevig in handen. De Nederlandse deelneemsters Dafne Schippers en Nadine Broersen volgden op respectabele afstand.

Ennis weet al sinds haar wereldtitel dat er olympisch goud van haar wordt verwacht. Ze is de dochter van een Jamaicaanse vader en Britse moeder en vanwege haar 1.65 meter een ongewone zevenkampster. Veel meerkampsters zijn twintig centimeter langer, of meer. Haar rivale Austra Skujyte is 1,88 meter, wereldkampioene Tatjana Chernova is 1,89 meter.

Ennis compenseert het lengteverschil met een uitzonderlijke explosiviteit. Ze behoort bij het hordenlopen tot de wereldtop en kan geweldig hoogspringen. Ze is in staat meer dan dertig centimeter hoger te springen dan haar lengte. Dat is zelfs voor specialisten niet weggelegd. Tia Hellebaut (1,82) en Blanka Vlasic (1,92) - die goud en zilver pakten bij de Spelen van Peking - blijven doorgaans steken op vijftien tot twintig centimeter boven hun eigen lengte.

Ennis' geringe lengte draagt vermoedelijk bij aan haar populariteit. Ze weet een veld van reuzinnen te domineren en maakt van een vermeende handicap haar voordeel.

Ennis werd zevenkampster dankzij haar trainer Toni Minichiello, die haar als 11-jarige scholiere onder zijn hoede nam bij de atletiekclub van Sheffield. Hij is nog steeds haar coach. Aanvankelijk wilde Minichiello haar slechts laten kennismaken met alle atletiekonderdelen, opdat ze later een specialisme kon kiezen. Gaandeweg ontdekte hij dat ze alles kon. De zevenkamp bleek haar lot.

Dankzij financiële steun van de Britse bond kon Minichiello zich vanaf 2007 volledig richten op de begeleiding van Ennis. Ze ontwikkelde zich snel, al miste ze de Spelen van Peking door een voetblessure.

Na haar wereldtitel van 2009 veroverde ze snel de harten van de Britten. Ze is innemend, extravert en fotogeniek. Ze laat zich graag fotografen voor modebladen. In Londen is haar atletische lijf overal te zien dankzij lucratieve contracten met sponsoren als Adidas, BP, Powerade en Olay. Als ze vandaag goud wint, kan ze volgens marketingexperts miljoenen verdienen.

Dat de roem een keerzijde kan hebben, heeft Ennis ook al ervaren. Dit jaar ontstond een mediarelletje nadat een anonieme sportbestuurder haar te dik had genoemd. Charles van Commenée, de Nederlandse technisch directeur van de Britse atletiekbond, zag zichzelf genoodzaakt te ontkennen dat hij die uitspraak had gedaan. Van Commenée staat in Engeland bekend als iemand die geen blad voor de mond neemt.

Het gedoe lijkt de atlete weinig te deren, al moet ze nog wennen aan het feit dat haar billen op internet veelvuldig worden bezongen. Ze ontdekte dat het woord bum (kont) een van de eerste dingen is die op Google verschijnt zodra ze haar naam intikt.

Als het meezit, is Ennis na vandaag voorgoed gekoppeld aan gold.

undefined

Meer over