Klein land, grote natuur

Nederland heeft met De Nieuwe Wildernis nu ook een natuurfilm van BBC-achtige proporties. Maar hoe film je de flora en fauna van de Oostvaardersplassen?

DOOR CASPAR JANSSEN FOTO'S RUBEN SMIT

Je moet wel wat overhebben voor het maken van een echte, volwassen natuurfilm in Nederland. 'Veldregisseur' en ecoloog Ruben Smit moest en zou het beeld hebben van een kudde konikpaarden die in de Oostvaardersplassen wegrent voor het onweer. Het was het enige moment waarop de voor het natuurgebied zo sfeerbepalende kudde paarden in paniek raakte en in een machtige galop de grond deed dreunen, op de vlucht voor het noodweer. Smit wilde een shot met zowel de rennende paarden als de bliksem. Van dichtbij.

Smit: 'Uiteindelijk stond ik daar, tussen die paarden. Toen de paarden de eerste donder hoorden en een bliksemflits zichtbaar was, gingen ze rennen. Ik stond daar in mijn eentje in het veld, met de camera - een supergeleider - terwijl overal om me heen de bliksem insloeg. Ik dacht: nu gaat het echt verkeerd. Ik heb in paniek de camera aan de kant gegooid en ben gaan rennen. Naar de plek waar de auto mij zou komen ophalen. Maar die auto kwam niet, want daar was de bliksem ingeslagen. Toen heb ik wel een gebedje gepreveld. Als ik daar nu op terugkijk, denk ik: we hebben veel risico's genomen. Want ik was niet de enige die in het veld stond. Er waren nog zeven mensen, en vijf camera's. Dat had zomaar fout kunnen lopen.'

Ruben Smit en Mark Verkerk liepen wel tegen meer moeilijkheden op tijdens het maken van De nieuwe wildernis, de eerste grote natuurfilm in Nederland. Leeuwen die een zebra bejagen, die heb je hier nu eenmaal niet, net zo min als orka's die uit het water omhoog springen. Het filmbudget, 1,5 miljoen euro, en de draaitijd, slechts twee jaar, waren een fractie van die van de wereldberoemde natuurdocumentaires van de BBC, waarmee de Nederlandse film over de Oostvaardersplassen onherroepelijk vergeleken zal worden. En er waren technische beperkingen.

Die beperkingen hadden ook een voordeel. Mark Verkerk, die eerder het veelgeprezen Buddha's Lost Children maakte: 'We waren er vanaf het begin over eens dat we het anders wilden doen dan in de grote BBC-series. Die zijn weliswaar spectaculair en trekken een groot publiek, maar zijn tegelijkertijd exotisch en afstandelijk. Je hebt als kijker nooit het idee dat je dichtbij bent, dat de natuur waarover het gaat binnen handbereik is. Ze zijn ook vooral bedoeld voor televisie en bestaan uit miniverhaaltjes, met steeds een spanningsboog van hooguit drie minuten. We wilden een bioscoopfilm maken. Dat vereist een verhalender en poëtischer aanpak. We wilden het hele systeem in beeld brengen, van heel dichtbij, waarbij je als kijker het idee krijgt dat je er middenin zit.'

Er moet wel een verhaallijn, een ontwikkeling in de film zitten. Die vonden Smit en Verkerk in de loop van de seizoenen, door het systematisch volgen van een groot aantal dieren in de Oostvaarderplas- sen. Ruben Smit kende het natuurgebied goed omdat hij er eerder een fotoboek over maakte. 'Ik wist ongeveer wat we konden verwachten.'

Op basis van die voorkennis maakten Verkerk en Smit een uitgebreid script, en een 'boodschappenlijst' waarmee Smit en het camerateam twee jaar lang het gebied ingingen. Smit: 'Het is een film geworden over samenhang en samenwerking. Niet alleen miniverhaaltjes, maar een flow, waarin je ziet dat het een met het ander samenhangt: dat er een verband is tussen konikpaarden, strontvliegen en de gele kwikstaart. In die flow ga je mee met de vos, die tegen karpers aanloopt, de karpers gaan dood, er komen maden op, daar komen waterrallen op af, die waterrallen lopen het moeras in, en daar zit de bruine kiekendief. Zo loop je door het hele ecosysteem heen.

'De meeste natuurfilms gaan toch vooral over de relatie tussen predator en prooi, over het elkaar tegenwerken. Dat is weliswaar spectaculair, maar de mooiste momenten uit De nieuwe wildernis gaan juist over samenwerking tussen dieren. Zoals de scène waarin een konikpaard een veulen dat onderkoeld dreigt te raken, dwingt om overeind te komen, omdat het anders een wisse dood tegemoet gaat. Of de scène waarin twee ganzen een zwaan afleiden, waardoor de jonge kroost ongehinderde doorgang heeft.

Iets van predatie moest er natuurlijk wel in, predatie op Nederlandse schaal, een vos die jonge gansjes grijpt. Smit: 'Ik was ongelooflijk blij dat we die scène uiteindelijk konden maken. Ik had het de vos het eerste jaar zien doen. In het tweede jaar hebben we met twee teams, een week lang, alleen maar op dat ene shot zitten wachten. Toen gebeurde het, cameraman Michael Sanderson pakte het shot.Geweldig, want dat was nog nooit gefilmd, een wilde Europese vos die een prooi vangt.'

Niet alle dieren hielden zich aan het script. De zeearend, toch het icoon van de Oostvaardersplassen, liet zich moeilijk filmen. In het eerste jaar hadden de makers ruim voor het broedseizoen een schuilhut gebouwd, maar toen koos de arend ervoor elders een nieuw nest te bouwen.

In het tweede jaar waaide de nestboom om. Smit: 'Dan moet je accepteren dat de zeearend een bijrol speelt in de film. Mensen vragen: waarom heb je dan geen opnamen gemaakt van zeearenden elders in Europa? Ik weet dat dit aan de lopende band gebeurt, maar als we daaraan waren begonnen, hadden we de focus op dit gebied verloren, op dit ecosysteem, en zou de film in feite oppervlakkiger worden. In deze film is alles honderd procent echt.'

Vanuit het oogpunt van de filmmakers was het een meevaller dat ze te maken kregen met twee strenge winters. Niet alleen vanwege de plaatjes van besneeuwde vlaktes en van ijs, maar ook vanwege het harde, realistische beeld van stervende dieren. De functie van de dood in het ecosysteem kon met gemak worden geïllustreerd met beelden van raven en vossen die zich te goed doen aan een dood paard. Smit: 'Dat is nu eenmaal de dramatiek in dit gebied, we wilden die niet verstoppen.' Een ander geluk was dat de makers stuitten op een zwart konikveulen, wat vrij uitzonderlijk is, dat zich vanwege zijn afwijkende huidskleur makkelijk liet volgen.

Smit en Verkerk hadden een taakverdeling. De eerste probeerde, na het gezamenlijk schrijven van het script, vooral het boodschappenlijstje in het veld af te werken, terwijl Verkerk de rode draad in de gaten hield en zocht naar de juiste maatvoering en naar evenwicht.

De muziek (van componist Bob Zimmerman) is minder dominant dan in de gemiddelde natuurdocumentaire, en ingetogener. De enorme hoeveelheid geluidsopnamen die Henk Meeuwsen daarnaast opnam van de dieren, trekt de kijker nadrukkelijk het gebied in. Vanwege die keuze voor intimiteit sneuvelden ook alle opnamen van menselijke invloed in het gebied: het afschot van verzwakte dieren, volgens protocol, en de verwijdering van kadavers van paarden en heckrunderen, ook volgens protocol. De enige mens die in de film voorkomt, is een eenzame schaatser in de winter.

Ook ontbreken beelden en geluid van de treinen die langs het gebied reden, evenals overzichtsopnamen uit de lucht. Mark Verkerk: 'Het leidde te veel af. Mensen en grootse luchtopnamen werken wel in documentaires. Ze zullen ook voorkomen in de televisieserie die voor de VARA wordt gemaakt, maar voor de bioscoopfilm werkte het niet. Terwijl die geluidsopnamen van dieren juist wel werken in de bioscoop.'

De teksten in de film ontkwamen niet aan de voorwaarde dat ze voor een breed publiek behapbaar moesten zijn. Daar is, geven de makers toe, uitvoerig over onderhandeld. De teksten zijn dan ook niet bepaald diepgravend, al is voorkomen dat de hoofdrolspelers in de film, de dieren, met een naam zijn opgezadeld.

Dat de film zich zou moeten afspelen in bejubelde en verguisde Oostvaardersplassen stond vooraf vast. Verkerk: 'Ik ben opgegroeid in Kenia, waar grootschalige natuur binnen handbereik is. Als je dit gebied ziet, zo tussen Almere en Lelystad, met een trein die erlangs loopt, en in het besef dat deze natuur door mensenhand is ontstaan, lijkt die keuze misschien vreemd. Maar dit is wel een gebied dat wordt gestuurd door de natuur. Dat is, ook wereldwijd, tamelijk uniek.'

Ruben Smit: 'Dit is het ultieme gebied om een film op te nemen. Het is superdynamisch, de snelheid van het afbreken van organisch materiaal is hoog, en van alles, behalve van de zeearend, is er heel veel. Als de karpers gaan paaien, zijn het er meteen duizenden, als koolwitjes gaan baltsen zijn het er honderdduizenden, sabelsprinkhanen komen in duizenden en de edelhertenbronst is een massaspektakel. De natuur is hier bijzonder omdat er veel van is.'

Smit weet, als ecoloog, dat de Oostvaardersplassen omstreden zijn, niet alleen bij mensen die vinden dat Staatsbosbeheer een zorgplicht heeft voor de grote grazers, maar ook bij sommige ecologen en vogelliefhebbers, die constateren dat veel kleinere vogelsoorten uit het gebied zijn verdwenen, onder meer vanwege het grazen der konikpaarden, edelherten en heckrunderen. Het verwijt dat hij en Verkerk een propagandafilm hebben gemaakt voor Staatsbosbeheer ligt op de loer. 'Ja, dat weten wij maar al te goed. Maar wij zijn onafhankelijke filmmakers, Staatsbosbeheer heeft niets betaald en niets bepaald. Er zitten nogal wat scènes in de film waar Staatsbosbeheer niet blij mee zal zijn. We hebben dode paarden gefilmd die volgens het protocol uit het gebied verwijderd zouden moeten zijn.

'Wij hebben geen opiniërende film willen maken. Dit is een film die laat zien hoe het ecosysteem hier werkt. Los daarvan vind ik het prima dat er een discussie losbreekt over wat natuur eigenlijk is, of zou moeten zijn. Wat mij betreft is natuur continu in ontwikkeling. Dat betekent ook dat soms ergens soorten verdwijnen. Wat we in Nederland nog altijd veel doen, is proberen natuur te fixeren op een bepaald punt, om die ene orchidee koste wat het kost te behouden. Terwijl er juist in Nederland in de afgelopen jaren grote successen zijn geboekt met grootschalige natuur die niet, of minder door mensen wordt gestuurd.

Internationaal gezien zijn de Oostvaardersplassen een begrip, want in alle westerse landen speelt dezelfde discussie. In die zin is dit een optimistische film: wie twintig jaar geleden had geroepen dat de zeearend, de grote zilverreiger en de kraanvogel weer in Nederland zouden gaan broeden, was keihard uitgelachen. Maar nu is het zover. En dit gebied is nog jong, pas veertig jaar. Geef het een kans, zou ik zeggen. Het is ook leerzaam. Op dit moment gebeuren hier weer interessante dingen. Een afname van het aantal grote grazers bijvoorbeeld, door natuurlijke sterfte, maar ook door een afname van de reproductie. Dat gaat gevolgen hebben voor de vegetatie en voor de vogelstand. Zo gaat het steeds weer door; dit gebied doet je elke keer weer verbazen.'

Budget: 1,5 miljoen euro

Het idee voor de eerste echte grote natuurfilm uit Nederland, over de Nederlandse deltanatuur, bestond al jaren bij producent Ton Okkerse van EMS Films en bij Mark Verkerk. Maar een eerdere poging strandde. Pas nadat Okkerse stuitte op Ruben Smit, die een fotoboek over de Oostvaardersplassen had gemaakt, en nadat Staatsbosbeheer haar reserves had laten varen, kwam het project in een stroomversnelling. De plotselinge en overweldigende populariteit van de natuurdocumentaires van de BBC trok ook financiers, zoals Lex Harding, over de streep. Met een budget van 1,5 miljoen euro werd 300 uur film geschoten, waarvan 94 minuten overbleven. De nieuwe wildernis (ondertitel: Grote natuur in een klein land) is vanaf volgende week te zien in 90 bioscopen.

undefined

Meer over