Klein huisleed

De jonge Duitse regisseur Thomas Ostermeier heeft 'Nora' van Ibsen in extreme mate geactualiseerd. Het negentiende eeuwse stuk speelt zich af in het hippe Berlijn van nu....

Door Hein Janssen

Vlak naast het theater van het Berliner Ensemble aan de Bertolt Brecht Platz in Berlijn wordt op dit moment een splinternieuw appartementencomplex gebouwd. 'Spreekarree' gaat het heten, want wie straks in de luxueuze lofts van glas, staal en steen zullen wonen, krijgen een magnifiek uitzicht op de Spree. Even verderop staat het standbeeld van Bertolt Brecht - het zal hem een gruwel wezen, deze producten van slimme projectontwikkelaars die overal in de stad oprukken.

In dit deel van het voormalige Oost-Berlijn, vooral aan de Oranienburgerstrasse en Friedrichstrasse worden oude gebouwen gesloopt om nieuwe complexen met kantoren, winkels en woningen neer te zetten, de een nog duurder dan de ander. Nora, de titelheldin uit Ibsens toneelstuk Nora woont inmiddels ook in zo'n luxe appartement. De jonge Duitse regisseur Thomas Ostermeier heeft haar laten verhuizen van haar Noorse woning waarin Ibsen haar in 1879 situeerde naar een moderne loft in het Berlijn-Mitte van nu.

In de voorstelling van Ostermeiers Schaubühne am Lehniner Platz woont Nora tussen de yuppen en tweeverdieners, die allemaal hard moeten werken om hun luxe leventjes te kunnen betalen. Deze Nora is in de meest extreme vorm geactualiseerd, en heeft in het Berlijnse theater voor de nodige opwinding gezorgd. De productie was eerder deze maand te zien op het Theater Treffen, als een van de beste tien voorstellingen van het seizoen. In juni komt Nora naar Amsterdam, als gast van het Holland Festival, samen met haar man en kinderen, gekleed in bontjas en temidden van haar designmeubeltjes en het grote aquarium dat het interieur in haar huis domineert.

'Kijk, hier wonen de vissen als ze niet hoeven te spelen.' Thomas Ostermeier loopt door de gangen van zijn Schaubühne en wijst op het logeeraquarium van de sierkarpers die 's avonds de stille getuigen zijn van het leed dat Nora over zichzelf afroept.

Zijn kantoor is in alles het tegenovergestelde van de vaak chique directiekamers van Duitse intendanten. Een houten tafel met simpele Thonet-stoeltjes, een pakje Gauloises naast een volle asbak. Stapels scripts en videobanden, vele jaargangen van het tijdschrift Theater Heute en uitpuilende boekenplanken - van de biografie van Charlie Chaplin tot het verzameld werk van Eugene O'Neill.

Hij ziet er, op een shabby wijze, modieus uit - een bruin trainingsjack boven een hippe broek die laag op de heupen hangt. Het maakt zijn wat slungelachtige gestalte nog langer. Diep liggende, grijze ogen, rossig haar. Thomas Ostermeier (34) is de jongste intendant van Duitsland. Toen hij in 1999 bij de Schaubühne am Lehniner Platz werd benoemd, trad hij in de voetsporen van Peter Stein die het West-Berlijnse gezelschap groot heeft gemaakt. Tot dan was Ostermeier vooral bekend als hip-wilde regisseur van stukken uit de Britse New Violence-golf en het eigen Duitsland; pleitbezorger van auteurs als Sarah Kane, Mark Ravenhill en Marius von Mayenburg. Zijn regie van Ravenhills jongerendrama Shoppen und Ficken was al eerder op het Holland Festival te zien.

Nu dus zijn eerste grote klassieker, Nora van Ibsen. Hij heeft er een keiharde oorlog tussen twee echtelieden van gemaakt, een slagveld met aan het eind dood en verderf. Ostermeier onderscheidt zich met een harde, meedogenloze visie: bij Ibsen verlaat Nora aan het eind van het stuk man en kinderen om eindelijk een eigen leven te kunnen leiden, in Berlijn schiet ze haar man eerst dood. Pas als de man is geofferd, kan Nora de deur voorgoed achter zich dicht trekken. Op dat moment zingt Annie Lennox I don't love you anymore.

Ostermeier is erg benieuwd hoe zijn Nora in Nederland zal worden ontvangen. 'Voor ons is het een belangrijke voorstelling omdat wij een bekend en klassiek stuk naar het nieuwe Berlijn hebben verplaatst. Nora speelt zich nu af in het milieu van de nieuwe rijken, die steeds minder rijk worden. Die zogenaamde nieuwe economie is hier helemaal ingestort en al die zelfbewuste jonge mensen zitten in hun luxe woningen vooral bang te wezen, met alle depressies van dien.'

Volgens Ostermeier is dat kleine huisleed te vertalen naar het grote economische leed in het huidige Duitsland. Na de val van de Muur overheerste begin jaren negentig de euforie van de economische groei, van carrière maken, nu is er de angst dat alles weer weg zal vloeien. 'Berlijn heeft een tijdlang gedacht naast Londen en Parijs een nieuwe metropool te worden. Er werd al gedroomd over een Berlijn zoals dat was in de jaren twintig van de vorige eeuw - bruisend, modieus, bepalend. Maar die droom is niet in vervulling gegaan. Veel jongelui die hard werken en veel geld verdienen, zijn in wezen kleinburgers die zich hebben opgewerkt. Maar ze leven voortdurend met de angst dat ze dat allemaal weer kwijt zullen raken. Heel Duitsland is trouwens bang de risée van Europa te worden, zeker economisch gezien. Dat is de achtergrond van deze voorstelling, en van alle ellende van Nora in haar mooie loft.'

In Ibsens drama heeft Nora in het geheim financiële transacties verricht om aan haar luxe levensstandaard te kunnen voldoen. Manlief werkt hard, maar het is nooit genoeg. De kinderen worden verwend met dure cadeaus, in huis staan peperdure Barcelona-stoelen van Ludwig Mies van der Rohe. Om het echtpaar heen cirkelen vrienden die kwaad willen, en zo gaat dit broze huwelijksgeluk langzaam ten onder.

Volgens Ostermeier is zijn Nora ook de personificatie van de moderne Duitse vrouw, althans van het moderne vrouwbeeld zoals de media dat voorschrijven. Duitsland loopt voorop in het opnieuw creëren van een reactionair vrouwbeeld, vindt hij. De relatie tussen vrouw en maatschappij is er weer een van ouderwetse dienstbaarheid.

'Mijn vriendin komt uit Noorwegen en daar is het gelukkig heel anders, net als in Nederland, vermoed ik. Maar hier ervaar ik op dit moment een duidelijke reactionaire tendens, een triomf van de neoliberale en conservatieve ideologieën, inclusief de ouderwetse gedachten over de rol van mannen en vrouwen daarin. Daarom vind ik Ibsen juist nu interessant. Dat negentiende-eeuwse emancipatiedrama van toen, is vandaag de dag nog steeds navoelbaar en zelfs actueel. Ik vind dat tamelijk schokkend.'

Actrice Anne Tismer speelt de rol van Nora als een mengeling van Lara Croft en een toegewijde huisvrouw. Haar Nora vist niet naar complimentjes, nooit wil ze sympathiek gevonden worden, en in het lot van slachtoffer berust ze al helemaal niet. Naarmate de huiselijke onvrede toeneemt, wordt haar rol agressiever, uitmondend in een huiveringwekkende gevechtsscène. Tismer beweegt zich als een popzangeres over het podium, een kat in het nauw - hyperactief, vibrerend, fenomenaal.

De regisseur erkent dat lang niet alle stukken van Ibsen een actualisering verdragen. Hedda Gabler bijvoorbeeld laat zich maar moeilijk naar nu vertalen, in welk hip decor je haar ook neerzet. Maar bij het Wiener Burgtheater gaat hij Bouwmeester Solness doen, een stuk dat wel degelijk veel te vertellen heeft over de moderne tijd.

'Ibsen bediende zich van een dramaturgie die nog steeds wordt gebruikt voor Hollywood-films en die interesseert mij veel meer dan alle psychologie in die stukken. Bovendien moet Ibsen nog steeds gespeeld worden vanwege de heldere sociale relevantie van zijn werk. Het gaat altijd over de confrontatie van de mens met zijn eigen levensleugens. Die stukken gaan ook over hemzelf, over het karige bestaan van de leerling-apotheker die hij was, en later de weinig succesvolle toneelschrijver. Altijd geldzorgen, altijd uitvluchten zoeken - de mens in het nauw, prachtig beschreven.'

De Schaubühne gaat met Nora uitvoerig op wereldtournee, na Amsterdam volgen Avignon, Londen, New York en Belgrado. Het toont de internationale aspiraties van Ostermeier, die na een moeizame start inmiddels aardig is geaccepteerd als leider van een van de belangrijke Duitse theatergezelschappen. 'Toen ik hier vier jaar geleden begon was ik toch vooral de jonge hond die eerst maar eens moest bewijzen dat hij deze zware taak aankon. Juist omdat je jong bent, moet je alles beter doen dan wanneer je hier als vijftigjarige intendant zou zitten. In het begin lukte dat niet en ben ik behoorlijk onderuit gehaald. Maar zo langzamerhand begint het tij te keren en worden we serieus genomen.'

Ostermeiers gezelschap aan de Lehniner Platz, midden op de Kurfürstendamm, is samen met de Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz gericht op vernieuwing en het bedienen van een jong publiek. Het ensemble bestaat uit 17 vaste acteurs, en kan worden uitgebreid tot 28 spelers. Maar de intendant wil meer geld dan de 12,7 miljoen euro die hij nu jaarlijks aan subsidie krijgt; om sterspelers te kunnen aantrekken, om bekende gastregisseurs te engageren. Voorlopig komt dat geld er niet, want de stad Berlijn heeft een groot financieel tekort.

De eerste jaren heeft Ostermeier een straf regime gevoerd: alle spelers verdienden evenveel, of ze nu beroemd waren of niet. En ze mochten geen uitstapjes maken naar film of televisie - reclame was al helemaal uit den boze. Dat alles om de saamhorigheid in de groep te vergroten. Over aandacht heeft hij inmiddels niet te klagen. Algemeen wordt hij gezien als een van de grote regisseurs voor de toekomst. Zijn Schaubühne is populair in Berlijn, vooral bij studenten en mensen die mee willen tellen in cultureel-intellectuele kringen.

Ostermeier: 'Berlijn met zijn vier miljoen inwoners is een echte theaterstad. Er zijn hier drie universiteiten en een aantal kunstopleidingen, dus het is hier goed toeven voor jonge mensen met een culturele interesse. Dat genereert een publiek dat graag naar ons theater komt, het geeft de mensen ook een bepaalde identiteit. Ja, je kunt gerust zeggen dat het hier hip is om naar theater te gaan.'

Anders dan in veel Duitse stadstheaters waarin hedendaagse opvoeringen van de grote klassieken domineren, probeert Ostermeier een ander repertoire op te bouwen. Zo is in de artistieke leiding choreografe Sacha Walz opgenomen. Samen onderzoeken ze hoe het theater minder 'talig' kan worden en de acteur zijn lichaam meer kan gebruiken. Eerder deze maand is Ostermeiers regie van Büchners Woyzeck in première gegaan, waarin de tekst zoveel mogelijk is aangevuld door beweging. Acteurs werden dansers, lichaam in plaats van taal.

Ook is hij op zoek naar een hechte samenwerking met andere groepen en regisseurs, waaronder Johan Simons van ZT Hollandia, Luk Perceval van Het Toneelhuis, het Wiener Burgtheater, theaters in Polen en Hongarije, in uitwisselingen en coproducties, met de bedoeling om Europees repertoire op te bouwen. Zelf gaat hij in de toekomst een gastregie bij ZT Hollandia doen. Er komt nog meer Nederlands bij de Schaubühne: dit najaar regisseert Ostermeier Der Würgengel, een stuk van Karst Woudstra dat nog niet eerder is opgevoerd.

Zo timmert de zoon van een beroepsmilitair uit Beieren behoorlijk aan de weg. Die vader was streng, oerconservatief en hardhandig. Al vroeg verliet hij het ouderlijk huis en trok naar Berlijn. Eerst nog als muzikant in een bandje, maar hij koos voor het theater. Het is nog niet zo lang geleden dat hij overdag op de theaterschool zat, 's avonds theater maakte en 's nachts zijn geld verdiende als hulp in een tankstation. Nu bekleedt hij de riante positie van intendant van een groot stadsgezelschap.

'Ik droom van een groep acteurs met een sterk karakter en kunsthistorisch besef. Een ensemble dat langzaam toegroeit naar een speelstijl die geheel eigen is en niet inwisselbaar. Ik droom van een ensemble zoals Frank Castorf dat heeft ontwikkeld, of Peter Stein of Ariane Mnouchkine bij haar Théâtre du Soleil. Deze Schaubühne heeft in het verleden spelers voortgebracht als Jutta Lampe en Angela Winkler. Zulke mensen moeten hier weer komen, uit onszelf ontstaan. Als het ooit zover komt, ben ik al ver in de veertig en zal de bonus van 'jong en veelbelovend' die nu nog aan mij hangt niet meer geldig zijn.'

Als Nora straks in Amsterdam neerstrijkt, zal Thomas Ostermeier er helaas niet bij kunnen zijn. In die periode is hij in Mongolië voor de voorbereidingen van een muziektheaterproject dat in 2007 uit moet komen. Een voorstelling met Aziatische en Europese experimentele musici. 'Ja, dat hoort ook bij het leven van een artistiek leider, dat je nu al naar Mongolië moet voor iets dat pas over vier jaar te zien is.' De manier waarop hij tussen neus en lippen door zijn vele plannen ontvouwt, wijzen niet op enige weerzin tegen dit alles.

Meer over