interviewKlaus Stroink

Klaus en zijn huisgenoten sleepten Spanje door de lockdown: ‘Voor ons was muziek maken logisch’

Klaus Stroink: ‘Als musici konden we alleen thuisblijven en de situatie niet erger maken. Voor ons was het logisch om dan muziek te gaan maken.’Beeld Maria Contreras Coll

Met zijn twee huisgenoten stuurde Klaus Stroink tijdens de lockdown in Spanje elke dag een liedje de wereld in vanaf hun dakterras. Dat sloeg aan: hun groep Stay Homas sleepte het land door de quarantaine. 

Voor wie ze het doen? Misschien wel voor de artsen die hun aan het einde van een lange werkdag een berichtje sturen. Die hun schrijven: ik heb net een dienst gehad van tien uur, de hele dag was ik bezig met coronapatiënten, al die tijd zat ik opgesloten in mijn beschermende pak, en toen ik thuiskwam heb ik jullie liedje gezien en tijdens die twee minuten heb ik even nergens aan gedacht en moest ik glimlachen. 

‘Alleen dat al maakt het voor mij de moeite waard’, zegt Klaus Stroink (25). Samen met zijn twee huisgenoten Rai Benet en Guillem Boltó vormt hij de muziekgroep Stay Homas. Ze sturen tijdens de lockdown iedere dag een zelfgemaakt liedje de wereld in vanaf hun dakterras in Barcelona. En daar worden ze beroemd mee: ze hebben meer dan 420 duizend volgers op Instagram, verkopen hun concerten razendsnel uit en werken samen met de Frans-Spaanse muzikant Manu Chao.

Op de eerste dag van de algehele opsluiting in Spanje beginnen ze gewoon. Ze hebben de dag ervoor net als iedereen op grote schaal wc-papier ingeslagen, hun agenda’s zijn leeg en ze hebben niets beters te doen dan een biertje opentrekken en muziek maken. Rai pakt de gitaar en speelt een bossanova, Guillem en Klaus zingen een tekst in improvisatie-Portugees: ik baal zo, ik zit in quarantaine. Aan het einde van de dag zetten ze het liedje op Instagram. Meteen stromen de aanmoedigingen binnen: maak meer!

Dat doen ze, op de tweede dag van de quarantaine. Nu wordt het een reggaenummer. In het Engels, met een Jamaicaans accent. Please stay homa, luidt de tekst, en zo gaan ze zichzelf noemen: Stay Homas. Eerst willen ze zelf rappen, maar dan denken ze: we bellen een rapper hier uit de buurt op, Sr. Wilson. Hij zal zich ook wel vervelen. Aan het einde van de dag is er opnieuw een liedje, met Sr. Wilson die zijn bijdrage levert vanaf het schermpje van een mobiele telefoon.

Op de derde dag denken ze: nu moeten we doorgaan. Rumba dan. De tekst wordt een beetje melig, ik dacht dat corona een biertje was. Zo gaat het verder. Elke dag iets nieuws. Al bij het vijfde liedje, Gotta Be Patient, een samenwerking met zangeres Judit Neddermann, komt de grote doorbraak. Het filmpje vliegt in Spanje van de ene telefoon naar de andere. Het komt ook terecht bij de Canadese jazz-zanger Michael Bublé, die op Twitter een oproep plaatst: wie zijn deze jongens? Later zal Bublé zijn eigen versie van het nummer opnemen.

De muziek van Stay Homas sleept Spanje door een quarantaine die uiteindelijk acht weken lang zal aanhouden. Hun liedjes zijn lichtpuntjes die elke dag even opflakkeren in dagen die in het teken staan van ziekte, dood en eenzaamheid.

Nu, midden in de zomer, is alleen Klaus thuis in het appartement met een van de beroemdste dakterrassen van het land. De planten staan er als vanouds te verdrogen in hun bakken, de uitgedrukte peuken vullen een asbak van drie etages, en beneden hoor je het verkeer door de straten van de wijk Eixample rijden.

Hij gloeit nog na van het concert van het weekend ervoor. ‘We doen iets wat we nog nooit in ons leven hebben gedaan’, vertelt hij. ‘Ik ben eigenlijk trompettist, Rai is bassist en Guillem is trombonist. Nu staan we op het podium, terwijl we op een emmer spelen, en toetsen en ukelele en zo. Het is een echte eerste keer, met het gevoel dat daarbij hoort. En dan zijn er ook nog eens zeven- of achthonderd mensen die betalen om ons te zien. Ongelooflijk.’

Waarom dachten jullie: dit is wat we moeten doen, tijdens de lockdown iedere dag een liedje maken?

‘We hadden er plezier in, en we dachten ook: dit is een manier om de verveling te verdrijven. Want dat leek ons het tweede grote gevaar, na die verdomde covid. Ineens moest de hele samenleving op de rem. We zaten allemaal thuis, een beetje angstig, want ineens viel de maalstroom stil, die maalstroom waarin we voortdurend productief moesten zijn.

‘Kijk, als we artsen waren geweest, dan had de samenleving van ons verwacht dat we levens zouden redden. Maar als musici konden we alleen thuisblijven en de situatie niet erger maken. Voor ons was het logisch om dan muziek te gaan maken.’

Met jullie eerdere muziekgroepen maken jullie rebelse teksten. Nu waren jullie in het begin heel volgzaam: blijf thuis, was je handen. Is dat niet tegennatuurlijk voor een artiest?

‘Nee. Als rebels zijn betekent dat je ingaat tegen de adviezen – niet alleen van de politieke gezagsdragers, maar ook van de gezondheidsexperts – dan ben je een imbeciel. Als zij vinden dat dit virus een reële dreiging is, dan moet alles gedurende een paar weken of maanden tot stilstand komen.

‘Onze liedjes hadden in het begin twee boodschappen. Eén was de bewustwording: blijf thuis, want we moeten nu thuisblijven, klaar. Wat wil je anders doen, gaan zitten blowen in het park? Dat zou dom zijn. Op bezoek bij je oma? Doe maar niet. Als je van de mensen om je heen houdt, doe maar niet. En als je van je eigen soort houdt, doe maar niet.

‘Daarnaast probeerden we een boodschap van positivisme af te geven. Please stay home, maar ook: it’s okay to be alone. Jongen, het is goed, denk er eens over na. Het is toch niet normaal dat zelfs wanneer je in de metro zit, je je telefoon tevoorschijn moet halen, omdat je iets moet doen de hele tijd. We demoniseren de verveling, we zien het als iets negatiefs, terwijl verveling uiteindelijk een van de belangrijkste oorzaken van de menselijke creativiteit is.’

Merkte je dat zelf ook, die therapeutische werking van de lockdown?

‘Ja. Ik werd nu als vanzelf gedwongen om na te denken over datgene wat niet goed ging in mijn leven. Soms was het alsof het leven een bubbel was die plotseling kapot ging, alsof er helemaal niets meer deugde.

‘Veel van de teksten die we maakten werden zonder dat we het wilden een beetje triest. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij Les merdes (De rotzooi). Of toen we zongen: het gaat slecht, maar dat is normaal.

‘We hebben nooit gedacht dat we mensen gelukkig moesten maken. Nee, we wilden een spiegel zijn. Er zijn liedjes bij die vertellen over heel concrete dingen: dat je moe thuiskomt, en dat je een foto ziet, en dat je je iets herinnert, en dat je je realiseert hoe je leven veranderd is. Als je zoiets op het juiste moment luistert, dan resoneert er iets. Iets wat niet te maken heeft met een majeur of met de vierde trap of de vijfde. Het heeft te maken met de magie die bestaat buiten de wiskundige of objectieve benadering van de muziek. De verbinding die je kunt voelen als mensen muziek maken en zingen.

‘Uiteindelijk gingen onze liedjes over allerlei thema’s. Het liedje over Les merdes deed het heel goed, en daar werd ik gelukkig van, want het had helemaal niets meer met de opsluiting te maken. Het betekende dat de essentie van onze groep, de reden van ons succes, niet meer de lockdown was, maar dat we ook daarbuiten konden bestaan.’

Beeld Maria Contreras Coll

Hoe gingen jullie te werk?

‘Ik denk dat we op een verbazingwekkend horizontale manier hebben gewerkt. Dat was voor ons allemaal nieuw. We hadden tot dan toe altijd alleen gecomponeerd, één persoon met een piano of een gitaar of een computer. Pas als het dan klaar was, stuurden we het op naar de groep om te horen wat de anderen ervan vonden. Nu ging het heel anders. Rai pakte de gitaar, en we zeiden: oké, rumba! Als iemand dan een goede melodie bedacht, prima, doen we. En bij een tekst die goed was, oké, goed. En zo verder. 

‘We moesten ons ego opzijzetten, dat viel aan het begin niet mee. Het kwam voor dat ik zei: ja, dit kan de melodie zijn! En dat de andere twee ineens zeiden: nee. Als je iedere dag, of iedere twee dagen, een liedje wilt maken, dan is er heel weinig tijd om dingen te herzien. Op het moment dat er een idee opkomt dat ook maar een beetje goed is, is het goed genoeg. We hebben immers op een dag wel vijftig ideeën nodig, over de harmonie, het ritme, de melodie, de coupletten, de refreinen, de teksten, enzovoorts. Als het klaar was, dan namen we het op en dat was dat. Had het beter kunnen worden? Vast. Maar misschien ook niet, ik weet het niet.’

Nu was het iets minder serieus.

‘Ja. En wat ook zo is: anno 2020 is het heel moeilijk om in de muziekindustrie iets te maken wat niet ongelooflijk goed klinkt. Speelt iemand vals? Autotuner. Uit de maat? Dan bewerk je dat achteraf. Hoor je de stem niet? Compressoren. Met een goedkope geluidskaart en een goedkope microfoon en een computer kun je heel goed klinken. Héél goed. Beter dan de Beatles, en dat is de beste groep van de wereld.

‘In zo’n dictatuur van de perfectie is het een risico om buiten de lijntjes te gaan, maar het is ook leuk. Het is volgens mij waarnaar we op zoek zijn als we oude cd’s of platen luisteren. Dat knisperende van de first take. Want uiteindelijk is het perfecte niet een must. Het is niet echt.

‘Je moet bedenken: de meeste mensen waren in april of mei gewoon aan het werk, al was het dan vanuit huis. Maar wij waren werkloos. Zonder uitkering. Want als musicus zul je nooit een vast salaris hebben, en voor de hulpgelden voor zelfstandigen kwamen we ook niet in aanmerking.’

Klaus Stroink op een van de beroemdste dakterrassen van Spanje, het dakterras in Barcelona waar Stay Homas zijn liedjes speelde.Beeld Maria Contreras Coll

Hoe overleefden jullie dan?

‘Nou ja, wij hebben veel geluk gehad, want ons project sloeg aan. Maar we hebben veel collega’s in de muziek die hun cv nu maar bij de Mercadona (supermarktketen, red.) naar binnen gooien. Op dit moment is het onmogelijk om muzikant te zijn. In Catalonië en in heel Spanje leeft de muziek van de mensenmassa’s. Van de muziekfestivals, waar mensen geld uitgeven aan alcohol. En mensenmassa’s kunnen er nu niet zijn.’

En voor jou, wordt dit een beter of een slechter jaar dan hiervoor?

‘Voor mij wordt dit misschien wel het beste jaar. In financieel opzicht, omdat we geld kunnen verdienen met onze concerten. En in muzikaal opzicht zeker, omdat ik een project heb kunnen doen met mijn twee beste vrienden, en omdat we muziek maken op een schoonmaakemmer.

‘Het is allemaal zo paradoxaal. Ik heb mijn hele leven gestudeerd om een goede trompettist te worden, zodat andere bands of musici me zouden bellen om trompet te spelen. Ik ben er zoveel uren mee bezig geweest, gemiddeld twee of drie uur per dag in de laatste tien jaar.

‘Nu is de trompet totaal vergeten. Ik raak hem maar op drie momenten in het hele concert aan. We zingen en spelen en componeren. Dat is wat we alle drie het leukste vinden. Liedjes maken, die min of meer professioneel klinken, hier op het terras, met de auto’s die voorbij rijden, en terwijl we op een pannendeksel slaan. En het paradoxale is: nog nooit heeft de muziek zozeer als iets van mezelf gevoeld.’

Uit de interviewserie Corona & Ik

Wouter Koolmees, minister van Sociale Zaken: ‘Dit is geen gezonde baan.’

Edith Kwaspen, die beide ouders verloor aan corona: ‘Het bood veel troost dat ze op dezelfde dag dingen.’

Roger van Boxtel, topman NS: ‘Deze crisis heeft de grenzen van de totaal vrije markt blootgelegd.’

Won Yip, horecaondernemer: ‘Als ik failliet ga, is 95 procent van Amsterdam failliet.’

Don ­Mario Carminati, aartspriester in Bergamo: ‘Ik begin nu pas te begrijpen wat voor golf van verwoesting er door de stad is getrokken.’

Meer over