klassiek Enrico Pace *****

Liszt's geest was voelbaar aanwezig tijdens magistraal optreden

Liszt. Enrico Pace.

Amsterdam, Concertgebouw, 11/12. Uitzending op 8/1 om 20 uur via Radio 4.

Op de valreep van het Lisztjaar 2011 kan er een hoogtepunt worden bijgeschreven in de reeks hommages aan de componist die tweehonderd jaar geleden werd geboren.

Enrico Pace (Rimini, 1967), lang geleden winnaar van de tweede editie van het internationale Lisztconcours in Utrecht, legde in de serie Meesterpianisten de vinger op de ziel van de man die het pianorecital heeft uitgevonden. Het werd een historische avond waarin de geest van Liszt voelbaar aanwezig was, compleet met de reacties die te lezen zijn in de biografieën: tranen bij het publiek en euforisch applaus.

Pace koos voor een programma dat fysiek nauwelijks te volbrengen is: Boek 1 en 2 van de Années de Pèlerinage, waarin Liszt aan de pianist eisen stelt die je kunt vergelijken met een triatlon en daar bovenop nog een ererondje hordelopen. Maar, en dat zou je bij de overdaad aan octaafroffels en vliegensvlugge fluistertonen bijna vergeten, die sportieve prestatie is bijzaak. Liszt was bij alle excentrieke trekjes allereerst een man die zocht naar uitbreiding van de klankmogelijkheden van zijn instrument en daarmee uiteindelijk reikte naar het hogere in de muziek.

In het Eerste pelgrimsjaar, gewijd aan Zwitserland, liet Pace de subtiele klankverschillen horen tussen het water in het kalm kabbelende Meer van Wallenstadt en een snel stromende bronnetje uit een gedicht van Schiller.Het Tweede jaar, Italië, beschrijft kunstschatten van Rafael en Michelangelo en een drietal sonnetten van Petrarca. Het magistrale slot van de cyclus is voor Après une lecture de Dante, gebaseerd op het Inferno uit de Divina commedia. Enrico Pace wist de veelheid van onheilspellende akkoorden te laten culmineren in één kale melodie, zonder begeleidingsfiguren of akkoorden, die in haar eenvoud al het voorgaande sublimeerde - een onwaarschijnlijke prestatie.

En toch wordt de naam van Pace relatief klein geschreven tussen die van de Pollini's, Kissins en Lupu's die het 25ste jaar van de serie Meesterpianisten sieren. Hij mag in kennerskringen worden bejubeld, een wereldcarrière is er tot nu toe niet van gekomen. In de kamermuziek, domein van de kleine zalen, speelt hij met grote violisten als Leonidas Kavakos en Frank Peter Zimmermann. Dat genre mag zuiver muzikaal onovertroffen zijn, het doet te weinig recht aan zijn solistische charisma.

Ook de grote cd-labels laten het tot dusver afweten. Alleen het kleine Piano Classics pakt de handschoen op. Deze maand verschijnt daarop Enrico Paces eerste solo-cd. Als ze bij Piano Classics voldoende aandacht hebben voor opnametechniek en daarnaast nog een fatsoenlijk instrument klaarzetten, kan er niets verkeerd gaan. Pace speelt op zijn eersteling dezelfde Années de Pèlerinage als tijdens het Meesterpianistenrecital. Daar kan niemand in de wijde wereld van de pianisten tegenop.

undefined

Meer over