Klassiek: Collegium Vocale Gent & Accademia Chigiana

In barok- en renais-sancemuziek gespecia-liseerd koor overtuigt met modern repertoire.

LONNEKE REGTER

Collegium Vocale Gent & Accademia Chigiana o.l.v. Kaspars Putnins. Pärt, Schnittke: ****

Muziekgebouw, Amsterdam, 16/10.

Een nieuwe zet van Collegium Vocale Gent, bekend als specialist in barok- en renaissancemuziek: het kwam afgelopen zondag in het Amsterdamse Muziekgebouw aan 't IJ met modern werk op de proppen. Samen met Accademia Chigiana uit Siena vertolkte het Vlaamse gezelschap als 'symfonisch koor' onder leiding van Kaspars Putnins muziek van Arvo Pärt en Alfred Schnittke uit 1988 en 1989.

Blijkbaar zoekt Collegium Vocale Gent naar verbreding. Het ensemble dat ruim veertig jaar geleden werd opgericht door Philippe Herreweghe als solistisch en gespecialiseerd, ging een paar jaar geleden met Accademia Chigiana samenwerken om ook het romantische, moderne en hedendaagse repertoire te brengen. Hoe ironisch: ageerde Herreweghe in de jaren zeventig tegen 'instituten' (en dus grote koren), nu gaat hij zelf met zijn groep die richting op.

Het doel van het symfonische koor is naar eigen zeggen een flexibele groep creëren en jonge zangers uit Europa werven en ervaring bieden. Het lijkt vooral op een poging tot herprofilering en daarmee uitbreiding van het takenpakket.

De gewaagde stap pakte goed uit: Pärts Magnificat en Magnificat antifonen waren strak en secuur. En het koor leek zich nergens verloren te voelen in de nieuwe noten. De kloof tussen oude en sommige nieuwe muziek is vaak kleiner dan gedacht. Werken van Pärt vragen bijvoorbeeld, net als renaissancemuziek, om pure heldere lijnen. De dirigent liet in de Antifonen de koren zorgvuldig omgaan met volume, vaart en volheid van klank.

Schnittkes Twaalf boetepsalmen op een 16de-eeuwse tekst, in 1988 geschreven ter ere van duizend jaar Byzantijns christendom in Rusland, sloot aan bij de ingezette aanpak van Putnins. De harmonisch rijke compositie van bijna een uur gaf hij afwisseling en spanning door kleine verschuivingen in sfeer, klank en dynamiek. Met als hoogtepunten: een schrijnend klaaglied van een monnik (deel negen) en een hemels slot met contrasterend gezoem van diepe bassen en hoge sopranen die lang zullen bijblijven.

Meer overtuigingskracht had het koor niet misstaan, maar het heeft zijn flexibiliteit ruimschoots bewezen. En het publiek kan een omschakeling ook prima aan, te merken aan de belangstelling (een volle zaal) en het warme applaus.

undefined

Meer over