Klassiek Brabants Orkest

Bij Stravinsky beleeft het orkest in virtuoos samen-spel zijn finest hour.

FRITS VAN DER WAA

Het is een merkwaardige ervaring om een concert bij te wonen van een orkest dat eigenlijk niet bestaat, vooral als dat orkest de sterren van de hemel speelt. Op papier bestaat Het Brabants Orkest namelijk al niet meer, net zo min als het Limburgs Symfonie Orkest, waarmee het een door de overheid opgelegde fusie aangaat. Die is nog allesbehalve rond. Zelfs de nieuwe naam, Orkest van het Zuiden, is nog niet definitief.

Intussen maken de twee helften van het nieuwe orkest onder hun oude naam het lopende seizoen af. Het wrange, zo bleek afgelopen zaterdag, is dat Het Brabants Orkest juist nu aan een soort artistieke wedergeboorte bezig is.

Dat valt voor een belangrijk deel toe te schrijven aan Kees Bakels, die het afgelopen seizoen door het intussen dirigentloze orkest is uitgenodigd de honneurs waar te nemen. Bakels, 68 inmiddels, lang- en grijshariger dan voorheen, is een oude rot in het vak die onder meer chef is geweest van het ook al opgedoekte Radio Symfonie Orkest, en veel in het buitenland heeft gewerkt. Als een wonderdokter heeft hij bij het Brabants Orkest, toch al niet het bleekneusje van de niet-randstedelijke orkesten, weer een gezonde blos op de wangen gebracht.

Het was een bijzonder feestelijk programma, een beetje lukraak aan de man gebracht onder het motto Filmmuziek zonder film. Speciale gast was pianist Enrico Pace, wiens spel sinds zijn triomf bij het Liszt Concours van 1989 niets aan sprankeling heeft ingeboet. In de virtuoze Paganini-variaties van Rachmaninov liet hij vingers en handen haasje-over spelen, terwijl het orkest hem met even grote precisie opving of stootjes in de ribben gaf. Ook in Sjostakovitsj' Concert voor piano en trompet, dat ook wemelt van de stijlcitaten en pastiches, kwam hij samen met trompettist Raymond Vievermanns tot een uitgesproken zonnige vertolking.

Terwijl de blazers van het orkest in de opening, Willem van Otterloo's Symphoniëtta, hun kunnen toonden in de beurtelings speelse en sonore klanken, beleefde het voltallige orkest zijn finest hour in Stravinsky's Vuurvogelsuite, die ondanks de nogal droge akoestiek van de Bossche Parade uitmuntte door kleurnuances, zuigkracht, razend virtuoos samenspel en een triomfale catharsis.

Jammer dat zo'n wedergeboorte voor dit gezelschap niet is weggelegd.

Intussen is een interim-directeur aangesteld, Fons Bruins, die zijn sporen heeft verdiend in de theaterwereld en nu de strubbelingen bij dit gedwongen orkestenhuwelijk in goede banen mag gaan leiden.

undefined

Meer over