Kippen in Hoxha's laatste verdedigingslinie

In een voormalige heilstaat zijn de stenen herinneringen aan het totalitaire verleden doorgaans in de stad te vinden. Zo niet in Albanië....

Het heeft niet kunnen voorkomen dat zelfs in Hoxha's eenzame Balkanbastion het kapitalisme zijn intrede heeft gedaan. Dezelfde Albanese burgers die de bunkers al die jaren hebben aangelegd en onderhouden, proberen nu een tweede gebruik voor ze te vinden. Als kippenren, paddestoelenkwekerij, café of zelfs woonhuis. Overal in Albanië vindt een wilde privatisering plaats van Hoxha's laatste verdedigingslinie tegen het imperialisme.

Kico Tola lacht luid maar enigszins bitter als ik hem naar de reden voor zoveel bunkers vraag. Al enkele uren stuurt hij zijn roestige Bedford door de kuilen in de Albanese wegen, waarbij vergeleken de Russische provinciewegen een wonder van techniek zijn.

Vanaf de weg zien we overal Hoxha's witte bunkers liggen. Het meest gangbare model is een koepel van iets meer dan een meter hoog, met dertig centimeter dikke wanden van gewapend beton, een ingang en een schietgat. Ze lijken op volkomen willekeurige plaatsen neergekwakt, soms in groepjes van vijf, soms in eenzaamheid. Tegen een heuvel, of juist langs de weg. Midden in een akker, maar ook op de rand. Het ziet eruit alsof iemand boven Albanië een gigantische zak halve pingpong-ballen heeft geleegd.

Langs de mooie stranden aan de Adriatische Zee staat om de tien meter een bunker tegen amfibische landingen. Het waren favoriete schuilplaatsen voor minnaars. Maar ook op afgelegen plaatsen in de bergen, waar nooit een mens komt en genoeg natuurlijke schuilplaatsen zijn, wemelt het van de bunkers. Zelfs in de stad tref je ze aan. Bijvoorbeeld op het trottoir voor de bakkerswinkel in Kavaje. Mensen die een brood komen kopen, lopen er met een geroutineerde beweging omheen.

Toch weet Kico te vertellen dat de plaats van de bunkertjes zorgvuldig werd gekozen door de militaire autoriteiten. Hij behoort tot de miljoenen burgers die met zware zakken cement hebben moeten zeulen om ze aan te leggen. Na 1975 werden de bunkers geprefabriceerd. 'Albanië moest van alle kanten beschermd zijn', zegt Kico. Wij dansen voor de muil van de wolf, hield de propaganda ons voor.'

Enver Hoxha brak in de jaren zestig met de Sovjet-Unie, toen Stalin in eigen land verguisd werd. Naast het Amerikaanse imperialisme had Albanië nu een tweede vijand, het 'sociaal imperialisme'. De eerste tijd onderhield Hoxha nog warme banden met het China van Mao. Maar toen die vriendschap sloot met de Verenigde Staten, brak hij ook met de Chinezen, en moest het kleine land moederziel alleen voor de revolutie strijden. Geen wonder dat Albanië in 1980 het eerste land was dat de Surinaamse officier Desi Bouterse feliciteerde met zijn machtsovername.

De angst voor een buitenlandse invasie was zo groot, dat het Albanese leger bajonetten plaatste op de stokken in de wijngaarden, tegen een aanval uit de lucht. 'In de tijd dat de mens naar de maan vloog, vond Hoxha de bajonet tegen vijandige parachutisten uit', zegt Kico, die thuis twee bajonetten op zijn schoorsteenmantel heeft staan.

De bunkers in het binnenland waren voor de partizanenstrijd Albaniës laatste redmiddel als de eerste verdedigingslinies doorbroken zouden worden. Op de fabriek van Kico moesten ze elke maand in totaal zeven dagen militaire oefeningen doen rond de bunkers. Maar de schietgaten werden niet vaak gebruikt. Meestal kregen de arbeiders in het veld theoretisch onderricht: geschiedenis van de partij, marxisme-leninisme, sociaal imperialisme en Amerikaans imperialisme.

Los hiervan werden de werknemers vijftien dagen per jaar ingezet voor schoonmaak en onderhoud van de bunkers. Dat kon een vies karweitje zijn, omdat de bunkers vaak werden gebruikt als wc. Vonden de arbeiders dit alles niet absurd? 'We waren bloedserieus. Als je een grapje had gemaakt, was je onmiddellijk in grote moeilijkheden gekomen. Ik ben in die jaren gewoon gestopt met denken, en ik heb gewerkt als een Chinees.'

Kico, die nog Engels had geleerd onder koning Zog, moest in de jaren zestig zijn geliefde buitenlandse bibliotheek verbranden. Dostojevski, Remarque, Dante en Dickens, ze verdwenen allemaal in de kachel omdat het 'antirevolutionaire' auteurs waren. 'Er zat niets anders op', verzucht hij in zijn hobbelende busje.

Op de weg naar het dorp Divakje zien we dat een aantal bunkers opgeblazen zijn. Als eierschalen liggen ze ondersteboven op de grond. 'Dat doen de mensen om het ijzer uit het beton te halen en te verkopen.' Het is niet het enige hergebruik van de bunkers dat we onderweg tegekomen.

Verkopers gebruiken ze om hun waar uit te stallen, boeren om hooi en landbouwwerktuigen in op te slaan of kippen te houden. Sommigen proberen er paddestoelen te kweken. Opstandelingen in het zuiden gebruiken ze, dichter bij de oorspronkelijke bedoeling, als schuttersputjes tegen het centrale gezag in Tirana.

De grotere bunkers, waar je in kunt staan, zijn nog beter te gebruiken. Bij Durres hebben enkele ondernemende Albanezen er strandbars van gemaakt. Iets verder naar het zuiden, in Qeparo, heeft een stel Italianen ze beschilderd. Twee zijn roze geverfd, zodat ze op reusachtige borsten lijken. En dan zijn er de Albanezen die voor hun huisvesting zijn aangewezen op dit enorme reservoir aan gratis woonruimte. Hier en daar in het landschap is aan een bunker een houten hutje vastgebouwd.

In Tirana verkopen souvenirfabrikanten inmiddels mini-bunkertjes van marmer aan toeristen. Maar wat ook het postcommunistische nut is van de betonnen halve bollen, ze staan toch vooral in de weg bij de bewerking van het land. Officieel mogen ze echter niet worden verwijderd, vertelde kolonel Qemal Mehmeti van het ministerie van Defensie onlangs aan het persagentschap Reuter.

Als jong officier nam hij deel aan tests waarbij met zware artillerie werd gevuurd op bunkers waarin schapen en koeien zaten. Sommige dieren overleefden het. Waarom mogen de bunkers nu niet worden weggehaald? 'Ze zouden nog nodig kunnen zijn', aldus kolonel Mehmeti. 'De Balkan is een instabiele regio.'

Philippe Remarque

Meer over