Kip kan ophokplicht wel aan, boer steeds minder

Kippenboer Mark Rijkers uit het Brabantse Hapert heeft zijn kippen door de ophokplicht naar binnen geloodst. Makkelijk en romantisch is het vak al jaren niet meer....

Van onze verslaggever Peter de Graaf

‘Kijk, daar liepen ze dan’, zegt kippenboer Mark Rijkers (35), en hij wijst naar de lege wei naast de stal, die deels bestaat uit modder, deels gras en doorloopt tot de snelweg A67. ‘Het was wel mooi en ontspannend om er doorheen te wandelen.’ Nu zitten zijn 45 duizend vrije-uitloopkippen 24 uur per dag binnen, een gevolg van de ophokplicht van landbouwminister Veerman.

Wat zijn vrije-uitloopkippen?

‘Dat zijn kippen die de mogelijkheid hebben om naar buiten te gaan. Op de stal zit een tijdklok, waardoor de uitloopluiken automatisch ’s morgens opengaan en tegen de avond weer dichtgaan.

‘De meeste eieren worden om een uur of negen in de ochtend gelegd. Dan is het spitsuur. Maar er zijn ook kippen die ’s avonds leggen. Het is net als met werkende mensen: de meesten gaan tussen 7 uur en 9 uur naar hun werk, maar anderen later.

‘Om een uur of tien, elf – precies weet ik het even niet, want kippen doen niet aan zomer- en wintertijd – gaan de luiken open. Dan staan de kippen al voor de deur te wachten. De meeste lopen meteen naar buiten, dat gaat heel snel. Ze kennen hun plekjes.

‘Veel dieren rennen zo snel mogelijk naar de bosjes achterin. Tegen de avond gaan ze weer naar binnen. Ze weten wanneer de deur weer dichtgaat, dat is hun biologische klok. Als ze te laat zijn, moeten ze buiten slapen. Maar de meeste zijn trouw op tijd binnen.’

Hoe hebt u de kippen opgehokt?

‘Zaterdagavond heb ik de tijdklok in de stal uitgeschakeld. Vanmorgen zijn de luiken dus niet opengegaan. Dat zal zeker tot eind dit jaar duren, misschien langer.’

Hoe reageerden de dieren?

‘Tja, ze staan netjes voor de deurtjes te wachten. In dat deel van de stal is het dan heel druk. Maar de deur gaat dus niet open. Ze blijven er een tijdje staan. Maar daarna zoeken ze allemaal weer een plekje in de stal. Dan voer je ze.

‘Ik denk dat ze snel gewend zijn aan de nieuwe situatie. Het is even vreemd dat de deuren niet opengaan, maar over een paar dagen weten ze niet anders. Ze scharrelen wat, eten wat, drinken wat, lopen een stukje, meer is het niet. Een potje kaarten, dat kunnen ze nog net niet.’

Zitten ze alle 45 duizend binnen?

‘Ik geloof het wel. Ik heb ze speciaal wat eerder opgehokt, want dan kon ik vandaag nog de kippen vangen die gisteren niet naar binnen zijn gegaan. Ik ben vanmorgen in de wei wezen kijken, maar heb er geen één meer kunnen vinden.’

Zijn er verder nog aanpassingen nodig?

‘Nee, eigenlijk niet. De stal is groot genoeg. De stal heeft een vloeroppervlak van drieduizend vierkante meter. Maar er zijn ook stellingen, waardoor de kippen ruim vijfduizend vierkante meter hebben om te leven. Per meter is dat ongeveer 8,5 kip. Ook financieel maakt het me weinig uit, als ik dezelfde prijs voor vrije-uitloopeieren mag behouden, en daar ziet het wel naar uit.’

Hoe voelt dat: vrije-uitloopkippen die permanent binnenzitten?

‘Als kippenboer moet je aan jezelf denken. Het is natuurlijk veel leuker om ze buiten te zien scharrelen. Maar je kunt het risico niet nemen. Ik weet niet hoe groot de kans is dat vogels uit Rusland hier komen en een besmetting kunnen veroorzaken. Maar ik weet wel dat als er een besmetting plaatsvindt, de gevolgen desastreus zijn.

‘Het is niet onverstandig dat de minister het zekere voor het onzekere heeft genomen. Na de vogelpest van twee jaar geleden hebben we nog anderhalf jaar dramatische eierprijzen gehad. Als de pest nog een keer uitbreekt, dan is het voor veel bedrijven einde oefening.’

Is het nog leuk om kippenboer te zijn?

‘Ik ben erin gerold van vader op zoon. Maar het bedrijf is wel veranderd. Het gaat om steeds grotere hoeveelheden en kleine marges. Twee jaar geleden heb ik heel veel geluk gehad.

‘De grens van het vogelpestgebied lag tien kilometer verderop, maar ik heb kunnen doordraaien en zelfs het voordeel gehad van iets hogere prijzen.

‘Maar met die dierziekten is het elke keer onzeker: word ik wel of niet getroffen?

‘Het boerenbedrijf is lang niet meer het romantische leven van samen met je vrouw thuis voor de beesten zorgen. Het is een keiharde onderneming geworden, net als elke andere.

‘Ik weet niet of ik dit mijn hele leven blijf doen. Echt geld maken kun je niet met boeren, je kunt er de kost mee verdienen.

‘Maar het gaat wel zeven dagen in de week door. Het lijkt me ook wel eens lekker: vandaag hoef ik even niets te doen dat met kippen te maken heeft.’

Meer over