King Lear onder overscherende vliegtuigen

Lear door Theater het Amsterdamse Bos, regie: Frances Sanders. Openluchttheater Amstelveen t/m 26 augustus...

'Je zou een goeie nar zijn. Als jij mijn nar was, zou ik je afranselen omdat je oud werd voor je tijd. Je had eerst wijs moeten worden.' Bijna terloops voegt de nar van Koning Lear zijn meester in een paar zinnen toe waar het in Shakespeare's beroemde stuk om draait. Het tragische sprookje van de oude koning wiens blik is vertroebeld door zijn hoge positie en die vleierij houdt voor waarachtigheid.

Als hij zijn rijk wil verdelen onder zijn drie dochters om van zijn oude dag te genieten, weigert de jongste zich uit te putten in liefdesbetuigingen jegens haar vader. Ze is oprecht, maar hij is ontzet en verbant haar. De twee oudsten verslikken zich in mooie woorden, maar uiteindelijk zetten zij Lear wreed buiten de deur. De koning zwerft berooid over de hei met zijn nar en langzamerhand verliest hij zijn verstand.

In het Amsterdamse Bos is het dan donker geworden en het water in de bassins is veranderd in modder. De gelukkige dagen zijn voorbij, kinderen staan op tegen hun vaders, landen bevechten elkaar, en wij mensen geven de schuld aan de natuur. Het verval, de ondergang, de oorlog, dat is het thema van deze Lear. Maar wat viel er veel te lachen, dat eerste uur. Om de ouderwetse gebaren waarmee de spelers hun woorden onderstrepen, om het afzakkende rokje van de boosaardige dochter, om de dwaasheid van de nar en om Oswald, de knipmessende bediende. Regisseur Frances Sanders heeft een arsenaal grappen door het stuk gestrooid en dat werkt in dit theater, waar de nuance vervliegt en bijna tweeduizend man het moet hebben van grote gebaren.

De spelers dienen opgewassen te zijn tegen laag overscherende vliegtuigen, tegen knallende kurken van de meegebrachte wijnflessen en hondegeblaf. Dat gaat ze verbazend goed af, elk vliegtuig kijken ze op hun eigen manier na, er valt ook weinig anders te doen bij zulk moorddadig geronk.

In een imposant decor van hoge, grijze muren zien we hoe het net van intriges zich sluit. Shakespeare vlecht minstens drie verhaallijnen door elkaar: Lear die tot waanzin vervalt, vernederd door zijn twee boosaardige dochters die allebei geilen op de bastaardzoon Edmond. De bastaard staat zijn vader naar het leven, Gloucester, vriend en vertrouweling van Lear. En dan is er nog de verbannen Kent die in vermomming de koning blijft volgen.

Shakespeare zag kans alle losse eindjes aan elkaar te knopen, maar hij nam er de tijd voor: integraal duurt het stuk een kleine zes uur. Sanders heeft de tekst bewerkt, ingekort en tot we zijn aangeland op de hei lijkt deze Lear een feestje te worden. Maar zodra het drama inzet, krijgen haar grappen minder kans en allengs wordt duidelijk dat ze de greep op haar materiaal heeft verloren.

De lijn van de vertelling verdrinkt in losse ideetjes. Het openingsbeeld, waarin een stokoude Lear (Jaap Hoogstra) getuige is van zijn eigen begrafenis, wordt niet doorgezet. Kent is hier een vrouw, waarom? De live muziek komt nauwelijks uit de verf en de talloze rolwisselingen waarbij het kostuum als herkenningspunt dient, dragen al evenmin bij aan de helderheid.

De laatste anderhalf uur geven je het gevoel dat je in een stadsbus bent beland die met het eindpunt in zicht, nog tientallen haltes aandoet. De onafzienbare reeks brieven die wordt onderschept, legers die elkaar bestoken in een vurig spektakel, het houdt allemaal nodeloos op. Op deze manier komt het tragische slot, een verdwaasde Lear met zijn dode dochter in zijn armen - een geheide tearjerker - nauwelijks aan.

Dat is jammer, want er wordt overtuigend gespeeld. De acteurs schieten energiek van het ene in het andere kostuum en het merendeel is geestiger dan ooit. Bodil de la Parra, Erik de Vogel, Mijs Heesen en Geert Lageveen, ze kunnen zelfs een stadion aan. Dankzij hun inzet blijft de voorstelling overeind, maar met de keuze van dit gecompliceerde stuk heeft de regisseur haar hand overspeeld.

Marian Buijs

Meer over