Kindslaven na helse zeetocht naar Benin

Na een zwerftocht langs de West-Afrikaanse kust stond een schip met mogelijk tweehonderd kindslaven aan boord gisteravond op het punt aan te meren in de haven van Cotonou in Benin....

Het schip was eerder weggestuurd door de havenautoriteiten in Libreville (Gabon) en Douala (Kameroen). Het heeft een reis achter de rug van 2000 kilometer, volgens Estelle Guluman van het VN-kinderfonds Unicef. De consul van Benin in Douala betaalde om het schip daar weer te kunnen laten vertrekken.

Guluman verwachtte dat de Etireno vandaag zou kunnen aanmeren in Cotonou. Het schip staat in Nigeria ingeschreven, maar is volgens Interpol gecharterd door een Beninees. Volgens onbevestigde berichten zou het schip drie weken geleden illegaal de haven van Cotonou hebben verlaten.

Unicef schatte het aantal kinderen aan boord van de Etireno op 250. De Beninese minister van Sociale Zaken, Ramatou Baba-Moussa, noemde een aantal van 180.

De kinderen zijn volgens Unicef afkomstig uit Benin zelf en het naburige Togo. De menselijke scheepsvracht zou onderdeel zijn van een lucratieve handel in minderjarigen die door hun arme ouders worden verkocht, en te werk worden gesteld op plantages of als huisknechten.

Volgens Guluman zijn in Benin centra opgezet om kinderen zoals die op het schip op te vangen. 'Ze kunnen daar tijdelijk verblijven terwijl wij hun identiteit vaststellen.' Zo mogelijk worden de kinderen herenigd met hun families.

Ondanks internationale pogingen om een eind te maken aan de handel, komt kindslavernij nog altijd voor in West- en Centraal-Afrika. Europese slavenhandelaren vervoerden vanuit dit gebied van de zestiende tot de negentiende eeuw miljoenen slaven naar Amerika.

Volgens Guluman hebben de ouders hun kinderen waarschijnlijk laten gaan nadat hun valselijk was voorgespiegeld dat zij regelmatig een deel van het loon zouden krijgen opgestuurd. Maar na een eenmalig bedrag, soms maar dertig tot zestig gulden, horen of zien veel ouders nooit meer iets van hun kinderen.

Veel kindslaven uit landen als Benin, Togo en Mali eindigen op plantages in Gabon en Ivoorkust, waar boeren de handelaren bedragen betalen van ongeveer 750 gulden per kind. Verondersteld wordt dat in Ivoorkust, de grootste cacaoproducent ter wereld, duizenden kinderen tussen de negen en twaalf jaar op plantages werken.

Het leven voor hen is zwaar. Activisten tegen kinderarbeid zeggen dat kleine kinderen vaak gedwongen worden twaalf uur per dag te werken. Ook mishandeling en seksueel misbruik komen voor.

Douanebeambten in Benin treffen regelmatig kinderen aan die onderweg zijn om verhandeld te worden. Volgens de politie zijn dit jaar al 86 kinderen tegengehouden voor ze het land werden uitgesmokkeld.

De werkelijke omvang van het probleem is echter moeilijk vast te stellen. 'We hebben geen betrouwbare cijfers', zegt Estelle Guluman van Unicef. 'De grenzen zijn erg poreus en de oceaan vormt niet de enige route. Overal langs de grens met Nigeria worden kinderen het land uitgesmokkeld.'

Meer over