Kindjes maken gaat drukker slecht af

Onder de bezoekers van voortplantingsklinieken bevinden zich veel mensen die regelmatig in aanraking komen met oplosmiddelen, zoals drukkers, tapijtleggers en schilders....

S CHILDERS, drukkers, tapijtleggers; al eerder is aangetoond dat ze vaker vergeetachtig en prikkelbaar zijn, terwijl ze niet zelden, zonder ook maar één slok op, lallerig thuiskomen. Deze zenuwaandoeningen, het zogeheten organisch psychosyndroom (OPS) zijn het gevolg van hoge blootstelling aan oplosmiddelen.

Op grond van wetenschappelijk onderzoek kan een nieuw risico aan het gebruik van oplosmiddelen worden toegevoegd. Schilders, drukkers, tapijtleggers en andere 'hoogblootgestelden' hebben ook een verhoogde kans op problemen met de vruchtbaarheid. 'Werknemers die in een hoge mate worden blootgesteld aan oplosmiddelen als tolueen en xyleen, hebben een duidelijk verhoogde kans op fertiliteitsstoornissen dan een controlegroep van niet aan oplosmiddelen blootgestelde mensen', zeggen ir. Erik Tielemans en dr. ir. Dick Heederik van de afdeling Gezondheidsleer van de Landbouwuniversiteit in Wageningen.

Tielemans heeft het onderzoek, dat is uitgevoerd vanuit de vruchtbaarheidsklinieken van het Academisch Ziekenhuis in Utrecht en het Dijkzigt Ziekenhuis in Rotterdam, samen met onderzoekers van de Erasmus Universiteit geanalyseerd. In juni promoveert Tielemans in Utrecht. De studie wordt in april gepubliceerd in het wetenschappelijk blad Fertility and Sterility.

De wetenschappers onderzochten 899 echtparen die in de periode tussen mei 1995 en september 1996 de beide fertiliteitsklinieken bezochten. Zonder succes poogden de stellen een zwangerschap te bereiken. 'De relatie met oplosmiddelen werd zichtbaar als we keken naar mannen die niet eerder een kind hadden verwerkt.' Mannen met slecht ingedaalde testikels, of met een verleden van infecties en chemotherapie bleven buiten beschouwing.

Uit analyse van de kwaliteit van het sperma van de goedgekeurde proefpersonen, en informatie afkomstig van vragenlijsten en interviews over medische achtergrond, beroep en levensstijl, bleek dat de mannen die beroepshalve aan hoge concentraties oplosmiddelen werden blootgesteld over het minste en zwakste zaad beschikten.

Uit eerder zogeheten reprotoxisch onderzoek is een dergelijke relatie ook wel gesuggereerd, maar minstens zoveel onderzoeken leverden geen duidelijk verband op. De onderzoekers menen evenwel dat er nu niet langer sprake is van vage vermoedens over verminderde vruchtbaarheid. 'Er zijn nu duidelijk sterkere aanwijzingen', aldus Tielemans en Heederik. Ze ontlenen hun stelligheid aan een uitgebreid, extra onderzoek naar blootstelling op het werk, waaraan de onderzoekers ongeveer tweehonderd mannen onderwierpen.

'Tot nog toe vond epidemiologisch onderzoek op dit terrein vooral plaats met vragenlijsten', zegt Heederik. 'Behalve vragen, hebben wij bij tweehonderd mensen uit de risicogroepen urine onderzocht en ze een badge meegegeven, waarmee we inzicht verkregen in de daadwerkelijke concentraties oplosmiddelen op het werk. Het is de eerste keer dat de relatie tussen onvruchtbaarheid en blootstelling aan oplosmiddelen wordt gelegd, terwijl tegelijkertijd in de praktijk is gemeten.'

De urinemonsters van de blootgestelden toonden een verhoogde concentratie hippuurzuur en methylhippuurzuur. Dat zijn afbraakstoffen van tolueen en xyleen, en ze worden internationaal gezien als betrouwbare markers voor oplosmiddelen. Ook de badge, die een vliesje met actief kool bevat waarop de oplosmiddelen adsorbeerden, registreerde verhoogde doses op de werkvloer. Deze chemische analyses werden uitgevoerd door de onderzoeksgroep Beroepsgezondheidskunde van de Katholieke Universiteit Leuven.

De onderzoekers denken dat een hoge blootstelling aan oplosmiddelen bij de man ook leidt tot een verslechterde implantatie van embryo's, ook bijvoorbeeld na een IVF-behandeling. Hoe het mechanisme precies werkt, is onderwerp van nader onderzoek. Behalve verminderde vruchtbaarheid zijn ook spontane abortussen, vroeggeboorten, kinderen met aangeboren afwijkingen of met een verminderd geestelijk vermogen in andere studies wel toegeschreven aan blootstelling met oplosmiddelen. Heederik: 'Het is cynisch om te moeten constateren dat de huidige probleemstoffen xyleen en tolueen indertijd zijn ingevoerd als alternatief voor het kankerverwekkende oplosmiddel benzeen.'

De groep van 899 echtparen is groot genoeg om tot betrouwbare statistische uitspraken te komen. Het verband tussen slecht zaad en blootstelling aan zware metalen of bestrijdingsmiddelen is niet gevonden. Eerder onderzoek bracht aanwijzingen voor vruchtbaarheidsproblemen bij fruittelers aan het licht. 'We konden nu geen relatie met pesticiden leggen', zegt Tielemans. 'Mogelijk komt dit door doordat er te weinig telers in de onderzochte groep zaten om degelijke uitspraken te doen.'

In de milieu- en arbeidstoxicologie is het onderzoek naar spermakwaliteit doorgaans omstreden. Een zaadmonster dat in Helsinki het predikaat 'goed' verdient, kan in Parijs als 'onvruchtbaar' worden bestempeld. Dat leidde in het verleden tot een nog altijd onopgehelderde controverse over de vermeende geslachtshormoonverstorende werking van bijvoorbeeld chloorhoudende stoffen.

Ook in Nederland leiden interpretatieverschillen over de kwaliteit en de hoeveelheid zaadcellen onder de microscoop tot enorme meetfouten voor het gehele ejaculaat. 'Klopt', zegt Heederik, 'daarom hebben we ons beperkt tot de fertiliteitsklinieken in Utrecht en Rotterdam. Zij werken volgens dezelfde analysemethode, en lopen voorop in het toepassen van de standaardisatiemethode van de wereldgezondheidsorganisatie WHO.'

Het analyseren van de patiëntenbestanden van vruchtbaarheidsklinieken heeft als voordeel dat de invloed van doorgaans sterk verstorende lifestyle-factoren, zoals roken of drinken, op natuurlijke wijze kan worden geminimaliseerd. 'In de kliniek melden zich uiterst gemotiveerde mensen, met een grote kinderwens, die, zo blijkt, betrouwbare informatie over leefgewoonten verschaffen', aldus Heederik. 'Voorzover mensen op de vragenlijst te kennen gaven niettemin te drinken, is daar met een standaardmethode voor gecorrigeerd.'

Volgens Tielemans en Heederik toont dit onderzoek aan dat de reprotoxische effecten van oplosmiddelen bedreigend kunnen zijn. 'Nederland telt 5,5 miljoen werkende mensen, waarvan naar schatting tien procent regelmatig met oplosmiddelen in aanraking komt.'

Ondanks slechte ervaringen met onderzoek naar vruchtbaarheid in arbeidssituaties vanwege de privacy-gevoeligheid, is het volgens de onderzoekers onontkoombaar dat er in de risicogroep van schilders, drukkers en ook mensen die metaaloppervlakken ontvetten, verder wordt gezocht naar bewijzen voor onvruchtbaarheid.

Meer over