Kindervriend zonder vrienden

Roald Dahl had het niet op mannen met baarden. Bij diverse gelegenheden, waaronder een Nederlandse talkshow, verweet hij baarddragers dat ze iets te verbergen hadden. Meestal was de aangevallene te verbouwereerd om snedig te kunnen reageren en niet zelden kreeg Dahl met enkele vileine opmerkingen de lachers op zijn hand. 1-0 voor de schrijver, wedstrijd afgelopen.


Provoceren, irriteren en ruziemaken lagen in Dahls natuur besloten. De held van miljoenen kinderen was zo'n recalcitrante persoonlijkheid dat hij aan het eind van zijn leven bijna geen vriend meer over had. In zijn zojuist verschenen biografie Storyteller - The Life of Roald Dahl suggereert Donald Sturrock als karaktervormende gebeurtenissen Dahls traumatische jeugdervaringen en de nasleep een bijna-fataal ongeluk op zijn 24ste.


Roald Dahl, vernoemd naar poolvorser Amundsen, werd in 1916 geboren uit Noorse ouders. Zijn vader, een geslaagd zakenman, emigreerde in de jaren 1890 samen met zijn echtgenote naar Wales en kocht daar een landhuis, compleet met bedienden en een flinke lap grond. Toen Roald drie was overleed eerst een van zijn zusjes en vervolgens zijn vader. Het gezin moest verhuizen. In de jaren die volgden werd het landgoed voor de kinderen Dahl weinig minder dan een verloren paradijs.


De Dahls waren buitenbeentjes. Moeder Sofie had weinig op met de vormelijke Britten en moedigde haar kinderen aan zich als Noren te beschouwen: stoer en onconventioneel. Wat niet wegnam dat ze haar zoon, geheel volgens de Britse conventies, op zijn zevende naar een prep school stuurde en vervolgens naar een public school, waar de jonge Roald naar eigen zeggen een verschrikkelijke tijd had. Medeleerlingen bevestigen die ervaring, maar noemen niet zelden Dahl zelf als een van de oorzaken.


Na zijn schooltijd trad Dahl in dienst bij Shell en kreeg een post in wat nu Tanzania is. In 1939 nam hij wat waarschijnlijk de belangrijkste beslissing van zijn leven was: hij trad in dienst bij de RAF en ging een opleiding tot vlieger volgen.


Het jaar daarop kreeg Dahl de order met zijn Gloster Gladiator van het Suezkanaal naar het Libisch Plateau te vliegen. Hij slaagde er niet in het gecamoufleerde vliegveld te vinden en maakte, terwijl de duisternis inviel en zijn brandstof opraakte, een mislukte noodlanding die hij ternauwernood overleefde. Hij hield er een schedelbasisfractuur en een geplette neus aan over, en zou voor de rest van zijn leven pijn aan zijn rug houden.


Tot zijn grote geluk was er een collega-piloot die zijn toestel wel veilig aan de grond wist te zetten en zich over Dahl ontfermde. Waarschijnlijk redde hij zo diens leven. In latere jaren zou Dahl vele malen over deze gebeurtenis vertellen. Al snel verdween echter de tweede piloot uit zijn verhalen, als ook de aanleiding van de crash, en werd vijandelijk vuur de oorzaak. Het lijdt weinig twijfel dat Dahls vliegongeluk het begin markeert van zijn loopbaan als verhalenverteller.


Na voldoende te zijn hersteld en missies te hebben gevlogen in Zuid-Europa, werd Dahl aangesteld als assistent-luchtmachtattaché in Washington. Dat Dahl als hij wilde buitengewoon charmant kon zijn, bleek uit zijn succesrijke verblijf in de Amerikaanse hoofdstad, waar hij een graag geziene gast werd in de wereld van diplomaten, politici en - niet in de laatste plaats - societydames.


In 1942 begon hij te werken aan een verhaal over 'gremlins', een term die RAF-piloten gebruikten voor mythische wezentjes die zorgden voor allerlei mechanische problemen. Het verhaal belandde uiteindelijk bij Walt Disney, die zich geïnteresseerd toonde in een verfilming. The Gremlins werd in boekvorm uitgegeven, maar de film die er in 1984 kwam, was volgens regisseur Joe Dante maar heel in de verte op Dahls roman gebaseerd.


Begin 1946 - de schrijver was inmiddels terug in Groot-Brittannië - verscheen Over to You, een reeks verhalen die Dahl baseerde op zijn ervaringen als RAF-piloot. De bundel, die eerder in de VS werd gepubliceerd dan in Groot-Brittannië, kwam in handen van Maxwell Perkins, de redacteur van onder anderen Ernest Hemingway en Scott Fitzgerald. Perkins stuurde Dahl een bewonderende brief en meldde graag een eventuele roman te willen publiceren.


De befaamde redacteur overleed voordat hij het manuscript van Sometime Never (1948) kon lezen, maar het is de vraag of dit veel had uitgemaakt: de roman was een mislukking en de kritieken waren vernietigend. Dahl besloot zich op verhalen te concentreren. Hij publiceerde een reeks tot op de dag van vandaag populaire, uitgesproken sinistere verhalen waarvan er vele werden verfilmd of voor televisie bewerkt.


In 1953 trouwde Dahl met de opkomende Amerikaanse filmster Patricia Neal, de voormalige geliefde van Gary Cooper. Het was bijna van meet af aan een moeizaam huwelijk. Het feit dat Dahl er grote moeite mee had dat zijn echtgenote beroemder was dan hij en meer verdiende, hielp daarbij niet.


Pas in de jaren zestig zouden de financiële verhoudingen veranderen. Op 45-jarige leeftijd publiceerde hij met De reuzenperzik zijn eerste 'echte' kinderboek (het gremlinboek was immers een voorproefje voor een film). Hij had er zeven jaar mee moeten leuren, net als met het drie jaar later verschijnende Sjakie en de chocoladefabriek. Maar het betekende wel zijn grote doorbraak. Deze en latere boeken, zoals De heksen, De GVR en Matilda, maakten hem tot de populairste kinderboekenauteur van zijn tijd en ongetwijfeld ook de rijkste. Er werden wereldwijd meer van 100 miljoen boeken van hem verkocht.


Ondanks zijn geweldige succes, bleven Dahls boeken lange tijd controversieel. Menige bibliothecaris weigerde ze aan te schaffen, uit afkeer van de 'gruwelijkheden' en 'smerigheden' die erin werden beschreven. Dahl reageerde dat hij voor kinderen schreef en dat het hem geen fuck kon schelen wat volwassenen vonden. Hij vereenzelvigde zich schaamteloos met de psychologie van zijn doelgroep, ging een stevige pies-en-poep-grap niet uit de weg en nam het altijd op voor het kind, dat zich teweer moest stellen tegen een wereld vol onbetrouwbare en wreedaardige volwassenen.


Biograaf Donald Sturrock kon, als een van Dahls laatst overgebleven vrienden, beschikken over het complete archief van de schrijver en de medewerking van de familie.


Toch is Storyteller een evenwichtig boek geworden, dat zijn onderwerp toont in zowel zijn grandeur als misère. We leren de ruziemaker en huistiran Dahl kennen, maar ook de man die zijn hele leven door pijn werd gekweld. De charmante converseerder en onweerstaanbare practical joker, maar ook de man die zowel in zijn jeugd als later door een grote hoeveelheid persoonlijk drama werd getroffen: het ongeluk in 1960 dat zijn zoon Theo blijvende hersenschade bezorgde, de dood van zijn favoriete dochter Olivia in 1962, de hersenbloeding van zijn vrouw in 1965.


Dahls reactie op de gebeurtenissen was pragmatisch, als van een slim jongetje uit een jeugdboek. In samenwerking met een chirurg ontwikkelde hij voor Theo een drain om overtollig hersenvocht te doen afvloeien, die later ook bij vele andere kinderen is toegepast. En dankzij een door hem voorgeschreven en strikt aangehouden regime aan revalidatieoefeningen, wist Patricia te herstellen en kon ze zelfs haar acteerloopbaan voortzetten.


Dahl, die in 1990 stierf aan leukemie, heeft zichzelf op latere leeftijd wel een 'geriatrisch kind' genoemd, een typering waarvoor wat valt te zeggen. Tot geregeld verdriet van zijn omgeving, tot vreugde van miljoenen lezende kinderen - en volwassenen.


Donald Sturrock: Storyteller - The Life of Roald Dahl.


Harper Press; 655 pagina's; € 33,99 (hardcover), € 18,99 (paperback).


ISBN 978 0 0072 5476 7.


Op 15 januari verschijnt: Donald Sturrock: Verhalenverteller - de biografie van Roald Dahl. De Geus; 768 pagina's; € 29,90. ISBN 978 90 445 1138 3.


Meer over