Reportage

Kindervragenuurtje in de Kamer: de juf van Zoë mag Mark Ruttes 06-nummer hebben

Anders dan bij het normale vragenuurtje in de Kamer hebben bewindslieden van kindervragen niets te vrezen. Voorzitter Bergkamp vindt alles ‘supergoed’, premier Rutte schiet in zijn toffe peer-modus.

Yvonne Hofs
Scholieren uit groep 7 en 8 bestoken premier Rutte en de ministers Harbers, Staghouwer en (op de foto) Dijkgraaf in de Tweede Kamer met vragen tijdens het kindervragenuur. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Scholieren uit groep 7 en 8 bestoken premier Rutte en de ministers Harbers, Staghouwer en (op de foto) Dijkgraaf in de Tweede Kamer met vragen tijdens het kindervragenuur.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Vera Bergkamp legt het er qua zoetsappigheid dik bovenop tijdens de kinderuitvoering van het wekelijkse vragenuur. De voorzitter van de Tweede Kamer prijst de jonge vragenstellertjes de hemel in. ‘Wat een uitstekende vraag, volgens mij zijn we allemaal benieuwd naar het antwoord’, koert ze als de Tilburgse basisscholier Zoë van den Burg achter het spreekgestoelte staat. Ook de andere kinderen stellen allemaal ‘heel goeie vragen’, ‘heel mooie vragen’ en ‘heel belangrijke vragen’.

Na tweeëneenhalf jaar coronapauze wekt de Tweede Kamer dinsdagmiddag de jonge traditie van het kindervragenuur weer tot leven. Dit jeugdevenement beleefde zijn debuut in november 2018 en ging een jaar later op herhaling. Scholieren in de hoogste twee groepen van de basisschool mogen nu voor de derde keer vragenuurtje spelen in de Tweede Kamer. Ze mogen vijf vragen stellen aan échte ministers. Interrupties en vervolgvragen zijn toegestaan.

Politiek steekspel

Het kindervragenuur zou een kopie moeten zijn van het politieke steekspel dat zich elke dinsdag tussen 14.00 en 15.00 uur in de plenaire zaal afspeelt. De volwassenen haken tijdens hun vragenuur steevast in op de actualiteit. Ze bevragen bewindslieden scherp over hun laatste – vermeende – beleidsmisser, meestal naar aanleiding van een of ander bericht in de media. Zo wil D66’er Anne-Marijke Podt deze dinsdag opheldering van de staatssecretaris van Justitie over het volgende nieuwsbericht van RTV Noord: ‘Crisis aanmeldcentrum Ter Apel bereikt dieptepunt: asielzoekers slapen urenlang op grasveld’. Freek Jansen van Forum voor Democratie vraagt op boze toon waarom Klimaatminister Rob Jetten huizenbezitters vanaf 2026 wil dwingen een warmtepomp aan te schaffen.

Het wekelijkse vragenuur voor volwassenen is een parade van stekeligheden. De enige overeenkomst tussen het origineel en de kindervariant zijn de wollige antwoorden van de bewindspersonen. Premier Rutte, drie ministers en een staatssecretaris weten dat ze niets te vrezen hebben van vragen als: ‘Wat wordt er gedaan tegen het stijgende water?’ en ‘Wat gaat er de komende jaren veranderen in de landbouw?’ Minister Harbers van Infrastructuur en minister Staghouwer van Landbouw kunnen volstaan met een opsomming van het kabinetsbeleid. Stevig doorgevraagd wordt er toch niet. Dat kun je van 10- tot 12-jarigen die voor het eerst het parlement bezoeken niet verwachten.

Groepsfoto met de premier

De premier is altijd in zijn element als hij de toffe peer-modus kan opzoeken. Hij werpt Zoë uit Tilburg, die een kinderkabinet wil oprichten dat maandelijks ideeën voorlegt aan Ruttes regering, een stralende glimlach toe. ‘Ik vind het een spannend idee, maar het is heel ingewikkeld om het goed uit te voeren.’ Vervolgens doet hij de ‘toezegging’ dat hij samen met de ‘minister die gaat over de basisscholen’ (Dennis Wiersma) zal bekijken hoe Zoë’s voorstel werkelijkheid kan worden. De juf van Zoë mag zijn 06-nummer hebben. De kinderen krijgen voor het maken van de groepsfoto een boks van de premier. Nog een opvallende afwijking van de gebruikelijke gang van zaken: tijdens het kinderdebat kijkt Rutte geen één keer op zijn telefoon. Hij luistert vol aandacht naar zijn kabinetscollega’s en de vragenstellers uit de zaal, een eer die gewone Kamerleden zelden te beurt valt.

Staghouwer weet de juiste toon minder goed te treffen. Hij vraagt de schoolklas uit Overijssel of ze weten wat een boer is. De kinderen – Genemuiden is een plattelandsdorp – kijken hem wazig aan. Een meisje vraagt waarom de boeren zo vaak protesteren. Volgens Staghouwer is dat omdat de politiek de afgelopen jaren te weinig met de boeren heeft overlegd. ‘Ik ben ervan overtuigd dat als we samen met de boeren aan tafel het gesprek voeren, gewoon over en weer… als je met elkaar praat en met elkaar het gesprek voert, dan ben ik ervan overtuigd dat we het gesprek met elkaar kunnen gaan voeren.’ Na deze verhelderende woorden heeft de schoolklas geen vragen meer.

Bergkamp sluit af: ‘Ik hoop dat jullie het leuk vonden. Ik vond zelf dat jullie het supergoed deden, alsof jullie hier al jaren vragen stellen. Natuurlijk ook de bewindspersonen, want die hebben toch maar even met zijn vijven alle moeilijke vragen weten te beantwoorden.’ Staatssecretaris Eric van der Burg moet meteen door naar het echte vragenuur, maar dat is nu natuurlijk een eitje.

Meer over