Nieuws

Kinderopvangmedewerkers op de barricades: ‘De situatie is schrijnend’

Naar schatting 2.500 kinderopvangmedewerkers uit het hele land komen vandaag naar Nieuwegein om te staken. Drie van hen vertellen waarom. ‘Na de financiële crisis is de kinderopvang volledig uitgekleed.’

Dit jaar staken en demonstreren kinderopvangmedewerkers voor het eerst in 20 jaar. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Dit jaar staken en demonstreren kinderopvangmedewerkers voor het eerst in 20 jaar.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Petra van der Sloot (41 jaar), Eindhoven, werkt sinds 2000 in de kinderopvang

‘Een paar jaar geleden kreeg ik een burnout. Doordat ik alsmaar moest werken, kon ik er niet genoeg voor mijn eigen kind zijn. Een slechte moeder en partner, zo voelde ik me.

‘Uiteindelijk ben ik naar een psycholoog gegaan. En ik heb veel steun gekregen van mijn partner en de vakbond. Want met de FNV ben ik gaan kijken: waar heb ik recht op? Sindsdien heb ik mijn mond opengetrokken en gezegd: dit red ik zo niet.

‘De jaarurensystematiek zie ik het liefst verdwijnen. Telkens moet je bijspringen, en als je een tijdje minder werkt, maak je je weer zorgen dat je uren moet inhalen. Ook zou het beter zijn als de groepen kleiner worden. Je hoort en ziet de kinderen dan sneller. Zestien kinderen op een dag is te veel.

‘Het is fijn dat het administratieve werk inzicht geeft in de ontwikkeling van een kind. Maar door al die handelingen breng je minder tijd met de kinderen door. Het aantal niet-groepsgebonden uren moet gewoon omhoog. 47 uur per jaar: dat is nog geen uur per week voor het uitwerken van thema’s, het bedenken van spelletjes, registratie. Veel te weinig.

‘De reacties van ouders op de staking zijn wisselend. Sommigen vragen: ‘Goh, zijn jullie dan dicht?’ Ze zijn meer gericht op de praktische kant. Veel mensen weten niet wat er allemaal op ons afkomt, denk ik.

‘Uiteindelijk vind ik het nog altijd prachtig om met kinderen bezig te zijn. Elk karakter geeft zijn eigen uitdagingen. Met stabiele roosters en een lagere werkdruk vind ik mijn werkgeluk heus wel terug. Maar als dat niet gebeurt, ben ik bang dat ik niet lang meer in de kinderopvang blijf werken.’

Thérèse Hasselbaink (50 jaar), Arnhem, werkt sinds 1994 in de kinderopvang

‘Een poos geleden hadden we een ‘jongetje met een rugzakje’ bij ons op de buitenschoolse opvang. Een jongetje van zes dat regelmatig kinderen sloeg en ruzie maakte. Ondanks dat hij speciaal onderwijs kreeg, mocht hij wel bij ons komen. Maar als zo'n kind in een drukke groep terecht komt, krijgt hij simpelweg te veel prikkels. We moesten eerlijk tegen zijn moeder zijn: ‘Je moet een andere, minder drukke opvang zoeken. In het belang van je kind, dit gaat zo niet langer.’

‘Zo zie je wat de gevolgen kunnen zijn van te grote groepen. Maar dat is niet alles. Vroeger kreeg ik anderhalf uur voorbereidingstijd. Voor het klaarzetten van de spullen, de kinderen van school halen, administratie. Nu begin ik pas om 2 uur, terwijl de kinderen vijf voor half 3 binnenkomen. Nog geen half uur voorbereidingstijd.

‘We hebben ook gewoon te weinig personeel. Maar veel collega’s moeten werken met kleine contracten, van 12 uur. Ik snap dat mensen daar niet op afkomen: daar kan je je huis niet van betalen. Maar zo komen we in een vicieuze cirkel terecht.

‘Terwijl het fantastisch werk is. Als ik kinderen een dagje niet gezien heb, komen ze me knuffelen en zeggen ze: ‘Juf, ik heb je zo gemist.’ Of ik hoor van collega’s dat ze de hele dag naar me gevraagd hebben. Daar doe je het voor. Maar maatschappelijk missen we waardering. Dat zag je ook tijdens de pandemie. We vallen onder zorg en welzijn, hebben doorgewerkt, maar kregen geen bonus. De maat is nu vol. Liever dat we nu een dag staken, dan dat we doorwerken en er door de werkdruk collega’s gaan uitvallen.’

Douwina Hutting (34), Groningen, werkt sinds 2006 in de kinderopvang

‘Ik dacht: Is dit een artikel van de Speld? Bizar, het cao-akkoord dat CNV gesloten heeft met de werkgeversorganisaties. Elke cao-onderhandeling, de afgelopen jaren, hebben we (namens FNV, red.) de hoge werkdruk aangekaart. Maar daar gebeurt gewoon niks mee. De loonsverhoging van 3 procent is hartstikke leuk, maar daar is het ons niet om te doen.

‘Als pedagogisch coach werk ik niet direct met kinderen, maar ondersteun ik kinderopvangmedewerkers in hun werk of met het uitvoeren van pedagogisch beleid. De werkdruk waar ze tegenaan lopen raakt me enorm. Je ziet dat mensen dit vak kiezen vanuit passie, omdat ze kinderen gelijke kansen willen geven. Maar die toewijding is tegelijkertijd ook hun valkuil. Als er iemand uitvalt, springt er altijd weer iemand in. Omdat ze de werkdruk van collega’s niet willen verhogen door een invalkracht. Of omdat ze de kinderen niet in de steek willen laten. Je merkt dat werkgevers daarop inspelen. Dat is niet netjes. Maar er zijn ook gewoon ‘te weinig poppetjes’.

‘Ik ga staken voor mijn collega’s. De situatie is schrijnend. Na de financiële crisis is de kinderopvang volledig uitgekleed. Het personeel moest veel meer gaan doen in minder tijd. Ondanks economische voorspoed is het de afgelopen jaren nog erger geworden. Kinderopvangmedewerkers zijn continu bezig met randzaken – de was of boodschappen – tijdens hun ‘kindtijd’. En de werk-privé-balans is volledig verstoord. De beschikbaarheidsdag zorgt ervoor dat mensen standby moeten staan en dat levert veel stress op.

‘Zes jaar geleden was ik op een bijeenkomst van mbo-scholen waar werd gezegd: de kinderopvang is een stervend beroep. We zagen dat het aantal aanmeldingen voor sociaal-pedagogische opleidingen sterk daalde. Gelukkig worden er nu weer vaste contracten uitgedeeld. Hopelijk krijgt dit prachtige vak opnieuw een boost.’

Meer over