'Kinderen krijgen weer Koerdische namen'

Acht fruitverkopers op het plein voor de Dag Kapisi, de Bergpoort, hebbenhun waar uitgestald op handkarren. Tevergeefs proberen ze voorbijgangers te verleiden tot het kopen van mandarijnen of bananen....

Van onze verslaggever Eric Outshoorn

In Turkije dateert de trek van het platteland naar de stad van de laatste tientallen jaren. In het geval van Diyarbakir heeft die toestroom een wrange bijsmaak: veel plattelanders zijn hierheen gevlucht. Weg van de bloedige burgeroorlog die werd uitgevochten tussen de Koerdische afscheidingsbeweging en het Turkse leger. Vaak zijn hun dorpen met geweld ontruimd door de strijdkrachten.

Diyarbakir is een van de twee zuidoostelijke provincies die nog onder militair bestuur staan. De uitzonderingstoestand is al eerder opgeheven in vier andere provincies en Ankara heeft toegezegd in november het bestuur over te dragen aan de burgerautoriteiten.

Zo ver is het nog niet. Aan het eind van de ochtend denderen vier gevechtshelikopters intimiderend laag over de stad aan de Dicle, de Tigris. De militaire aanwezigheid heeft op het oog wel iets van haar scherpe kantjes verloren - zo zijn de militairen op het vliegveld ongewapend - maar de strijdkrachten laten toch even weten wie hier de baas is.

Burgemeester Feridun Celik is een van de vooraanstaande leden van de pro-Koerdische Hadeppartij die in 1999 bij lokale verkiezingen aan de macht kwam. Bijna alle grote steden in het zuidoosten worden geregeerd door Hadep-burgemeesters.

'Van alle toezeggingen die premier Ecevit heeft gedaan na het oppakken van PKK-leider Öcalan is niets terechtgekomen. Hij beloofde extra investeringen in de regio, maar die zijn alleen maar achteruitgegaan. Zij vertrouwen ons niet, zij geloven dat we gelieerd zijn aan de PKK.' Celik is 'veel te beleefd', zegt een Koerdische compagnon later. 'Ecevit heeft ons gewoon verneukt.'

Toch is Celik vol goede moed: 'De campagne wordt nauwelijks in de weg gestaan door de autoriteiten. Als er niet wordt geknoeid met de uitslagen, worden dit de meest democratische verkiezingen uit de Turkse geschiedenis.'

Leden van Hadep hebben een verstandshuwelijk gesloten met twee onaanzienlijke linkse partijen. Zij opereren onder de naam Dehap, de Democratische Volkspartij. Die stap was een voorzorgsmaatregel.

De speciale aanklager Sabih Kanadoglu beschouwt, net als de meerderheid van het establishment, Hadep als het politieke verlengstuk van de PKK en wilde de partij verbieden. Hadep en Dehap staan voor hetzelfde doel, dat weten de kiezers ook.

Door het aanvaarden van het hervormingspakket met het oog op de kandidatuur voor de Europese Unie, heeft het parlement het moeilijker gemaakt om politieke partijen te verbieden, maar de Hadep-politici waren er toch niet gerust op. Ten onrechte, want de rechter veegde de bezwaren van de aanklager van tafel en Hadep had onder eigen naam kunnen meedoen aan de verkiezingen.

De autoriteiten stellen zich, anders dan tijdens de verkiezingscampagne in 1999, terughoudend op. Zij weten de kritische blik van de EU op zich gericht. Intimidaties en pesterijen van Koerdische stemmers maken geen goede indruk in Brussel.

Dehap heeft de wind in de rug. Volgens sommige politieke waarnemers zal de partij in staat blijken zondag de kiesdrempel van 10 procent te halen. 'De partij speelt het slim', vindt de politicoloog Menderes Cinar uit Ankara, 'zij richt zich niet alleen op Koerdische kiezers, maar ook op andere minderheidsgroepen zoals de alevieten. Deze hebben traditioneel altijd gestemd op linkse partijen als de Democratisch Socialistische Partij van premier Bülent Ecevit of de Republikeinse Volkspartij van Deniz Baykal.'

Het partijkantoor van Dehap in Diyarbakir is felgeel: het grijze beton gaat schuil onder een zee van partijvlaggen. De concurrentie aan de overkant van de straat lijkt de moed te hebben opgegeven: er is geen vlag of banier te bekennen bij de Republikeinse Volkspartij, waar slechts een trouw lid wat suf op een stoeltje voor de deur zit.

Binnen bij Dehap bruist het: overal druk discussiërende mannen, van wie er een aantal aanschuift. 'Wij willen brood, water en werk', zegt een stevige man in zwart pak. En meer rechten natuurlijk, dat spreekt vanzelf. 'We hebben onze kinderen nooit Koerdische namen mogen geven, dankzij de Europese Unie wordt dat nu mondjesmaat toegestaan', zegt een ander.

'Echt, wij hebben jullie steun hard nodig, want we zijn er nog lang niet. Mensen als Murat Bozlak (de voormalige partijvoorzitter van Hadep, red.) en Akin Birdal (een bekende mensenrechtenactivist) hebben een verbod om politiek te bedrijven', zegt de man in het zwart. Zijn naam? 'Zeg maar Çervet.' Geen achternaam alsjeblieft, want zeker van hun zaak zijn de Koerden nog niet.

Meer over