Kikker

GARE DU NORD (PARIJS) - De clochard was moe. Of beter gezegd, hij had een kater. Een snerpende hoofdpijn floot door zijn schedeldak als een onder een stationsoverkapping fluitende stoomlocomotief uit een oude film noir....

Gisteren was het nogal laat geworden. Of vroeg, het was maar net van welke kant je het bekeek. Een fles rode wijn van slechte kwaliteit was leeggedronken. En daarna nog een. Geld voor stokbrood en camembert was er niet overgebleven.

De clochard voelde over zijn stoppelbaard en wreef zijn ogen uit. Toen hij ze weer opende zag hij juist de totaal mislukte Nederlandse programmamaker in vaste dienst bij de publieke omroep uit de Thalys stappen. De programmamaker liep recht op de clochard af.

'Bonjour', zei hij, zonder zijn hand uit te steken. 'In het kader van de Boekenweek willen wij wat sfeerbeelden maken van clochards op het Gare du Nord. U graait in een prullenbak en vist er een stokbrood en al aangebroken camembert uit op, dat soort werk. Zowel stokbrood en camembert zijn vers, maar dat weet de kijker niet.'

De mislukte programmamaker haalde een uit Nederland meegenomen stokbrood en een doosje camembert uit een plastic tas van de Aldi. 'Brood en kaas blijven daarna uiteraard uw eigendom.'

De clochard huiverde bij de aanblik van de typisch Franse produkten uit een Nederlandse supermarkt. Onder de clochards van het Gare du Nord was het algemeen bekend dat alles uit Nederland naar niks smaakte. Hoe het kwam was een raadsel. Het had iets te maken met een ingewikkeld systeem van uitkeringen, subsidies en vaste dienstverbanden waardoor de goede smaak al bij voorbaat werd doodgeslagen.

'Ik doe het voor twee flessen Chateau Demi Domaine uit de brasserie hier recht tegenover', zei de clochard.

De programmamaker keek om zich heen en begon te huilen.

'Wat is er?', vroeg de clochard geschrokken.

'Ach niets', antwoordde de programmamaker. 'Het is alleen. . . Er zijn hier zoveel schitterende sfeerbeelden te maken, maar van mijn superieuren mag het niet langer duren dan tien minuten. Ik zou u graag een bos bloemen aanbieden, maar dat mag ook niet meer van het zure en verziekte kankersysteem waarbinnen ik mooie dingen moet maken. Dat geeft een kutgevoel.'

Vanuit zijn ooghoeken zag de clochard hoe op dat moment een lege goederenwagon op een zijspoor werd gerangeerd, maar de symboliek was kennelijk niet aan de programmamaker besteed. De clochard moest aan het oude verhaal denken waarin een programmaker uit Nederland een jaar lang zijn leven verruilt met een clochard.

Of nee, het was anders: de programmaker durfde zijn vaste dienstverband niet op te geven, en voor de clochard was het simpelweg een nachtmerrie om ook maar een halve dag in vaste dienst over zijn programma-ideete moeten vergaderen. Na die halve dag zou hij net zo smaken (en ruiken!) als in Nederland gefabriceerde camembert, zo wist hij van de clochard die destijds wel op het voorstel was ingegaan en inmiddels een hoge functie bij de bemiddelingscommissie netconatie bekleedde: van programma's maken was niet veel gekomen, maar hij sliep nu wel met twee onder een kap, in plaats van met zijn vijftigen onder die van het Gare du Nord.

De clochard pakte de hand van de programmamaker. 'Iemand met een middelmatig of helemaal geen talent heeft in principe levenslang', zei hij. 'Je moet er je hele leven mee door. Zonder subsidies, uitkeringen en vaste dienstverbanden houdt het non-talent het nog korter uit dan een kikker in een stationshal. Ik had u op de mouw kunnen spelden dat ik vroeger een prins was die ervan droomde de nieuwe Frans Truffaut te worden, maar de kans is groot dat wanneer u mij kust ik in een kikker zal veranderen.'

Toen ging het beeld naar zwartwit. Een trein floot. Neil Young zette in. Titels.

Meer over