Kijken naar hoe het bloed uit een wond wordt gepompt

Is doden lekker? Vorig jaar zag ik een documentaire waarin Amerikaanse Vietnam-veteranen openhartig spraken over het genot dat ze voelden bij het afschieten van mensen....

Herman Franke

Strijden, oorlog voeren, de vijand doden, mannen houden ervan in de atavistische onderbuik. Dat in Bosnië vreedzame mannen door het wegvallen van een centraal gezag veranderden in wrede moordenaars en verkrachters, wijst erop dat vrijheid uiteindelijk ook de lust tot geweldpleging bevrijdt.

In Nederland en andere Europese landen is in de loop der eeuwen de vrijheid van geweld tussen burgers langzaam maar zeker aan banden gelegd. Geweld is bij ons nu voorbehouden aan dienaren van de overheid. Burgers die onenigheid met vuisten of wapens beslechten, worden bestraft. Nederlanders zijn hierdoor zeer gevoelig voor geweld geworden. Wat ze eerst niet meer mochten, wíllen ze nu niet meer. De stille marsen tegen zinloos geweld zijn geen reactie op toegenomen geweld, maar op een toegenomen gevoeligheid ervoor. Als die marsen niet steevast gepaard gingen met een botrechtse roep om orde en gezag, zou ik er veel sympathie voor hebben, want ik ben blij dat fysieke agressie in Nederland zoveel weerzin wekt.

Ik vind het mooi dat het moorddadige beest zo effectief en duurzaam onderdrukt is, dat de meeste Nederlanders alleen al door het zien van geweld emotioneel overstuur raken. Watjes ja, maar liever watjes dan ratjes. Het vermogen om gewelddadige impulsen te beheersen, vind ik een verworvenheid van de beschaving. Iedereen mag voor mij de ongetemde, wilde natuurmens uithangen, zich lamzuipen, kapotdansen en seksueel uitleven, maar bij slaan, steken en schieten trek ik een streep.

American Psycho van Bret Easton Ellis heb ik, zachtjes uitgedrukt, dan ook niet met plezier gelezen. Maar het is een adembenemende en griezelig goed geschreven roman. Eerst word je nietsvermoedend de trendy uitgaanswereld van New-Yorkse yups ingetrokken, waar merkkleding, kinky veelneuken, eten in dure restaurants en bizarre drankcocktails kop en kont beheersen. Dan ontpopt de hoofdpersoon, een jonge schatrijke beurspeculant, zich als een gewelddadige engerd van het gruwelijkste soort. Vrouwen en mannen worden aan stukken gesneden, verkracht en gemarteld. Ik legde het boek af en toe walgend terzijde.

Uiteindelijk blijf je in het ongewisse over de vraag of er werkelijk gedrag of een geperverteerde fantasie van de hoofdpersoon is beschreven. Een moreel oordeel ontbreekt. Het boek voert je onweerstaanbaar binnen in een helse wereld die je niet wilt kennen. Ik voelde me een beetje betrapt toen ik het dichtsloeg. Kijk die Franke, geweld verafschuwen en toch rode oortjes. Ja, goede literatuur is machtig.

'Een boek dat de lezer dwingt tot stellingname, dat zich vastbijt in je nek', las ik. En zo is het. Maar... deze zin komt uit het juryrapport van de Gouden Uil voor jeugdboeken die dit jaar werd toegekend aan Wolfsroedel van Floortje Zwigtman, ook een buitengewoon gewelddadig boek. Een 19de-eeuwse jongensbende in Roemenië rooft en moordt er lustig op los en toont ruwe minachting voor zijn slachtoffers. Lachen om de doodsangst van mensen die je gaat vermoorden, ik vind het vreselijk, en ze doen het, de knaapjes in dit boek. Een verraderlijk maatje wordt naakt over de keien getrokken achter een paard, daarna met pekel ingesmeerd en vervolgens leeggezogen door een vrouwelijke vampier. De roversverhalen worden gespiegeld aan de broederstrijd tussen twee 15de-eeuwse prinsen die de koppen van hun vijanden op stokken spietsten en arme sloebers voedsel aanboden om ze vervolgens op te sluiten en levend te verbranden. Het wordt verteld op een bloedserieuze, volwassen toon.

'Ik schrijf op hoe lekker het is om iemand dood te maken. Omdat dat zo kan zijn. Niet omdat ik het goedkeur', verklaarde de schrijfster in een interview met deze krant. Hoezo lekker? Heb je weleens iemand gedood dan? En waarom wil je dat indringend aan 14-jarigen vertellen? Die vragen stelde de interviewer helaas niet, dus stelde ik ze maar aan het boek zelf. Op de eerste vraag geeft het inderdaad een antwoord. Halverwege het boek legt een van de bendeleden uit wat hij bij het doden van zijn eerste slachtoffers voelde: 'Het moorden maakte je vrij van alle wetten en geboden. Je deed het voor jezelf, omdat je rood een mooie kleur vond, of er graag naar keek hoe het bloed uit een wond gepompt werd, of omdat de kreten van je slachtoffers je een vreemd gevoel gaven op een onnoembare plaats in je lichaam . . . Met een dolk of boog in je hand was je machtig. Je besliste over leven en dood.'

Ik vind dit goed gezegd, ook al geeft het een erg romantisch beeld van geweld en kan ik me niet voorstellen dat het uit de mond van een boerenjongetje komt. De werkelijkheid is vast en zeker veel ruwer, miezeriger en minder rationeel. Ik denk niet dat de schrijfster het zo opgeschreven zou hebben als ze zelf iemand gedood had. Maar ze heeft zich serieus afgevraagd wat gewelddadige mensen bezielt, dat blijkt ook uit de vele andere bloedige passages in het ingenieus gecomponeerde boek. Waarom ze dit aan prille tieners wil vertellen, blijft voor mij een raadsel.

Bret Easton Ellis bezorgt je de koude rillingen. Hij doet wat kunst moet doen: ontregelen, betoveren, schokken, verwarren. Hij toont de literaire macht van het woord. Maar Floortje Zwigtman reikt met al haar verteltalent niet hoger dan een zeer spannend jongensverhaal. Haar boek bracht mij tot een onbegrijpend schouderophalen. Zij zegt tegen een opgelegde moraal in jeugdboeken te zijn. Maar is het niet veel moralistischer om pubers ervan te willen doordringen dat doden lekker kan zijn dan om geweld te veroordelen?

Meer over