KFOR bagatelliseert Kosovaarse garde

Het Kosovo Bevrijdingsleger houdt op te bestaan en zal worden vervangen door een kleine, bewapende nationale garde. Een soort brandweer, zeggen ze bij KFOR....

Het Kosovo Bevrijdingsleger wordt ontwapend, gedemilitariseerd en ontmanteld. Maar verdwijnen zal het niet. Na de geplande opheffing van de strijdmacht van de Kosovo-Albanezen, op 19 september, zal uit haar as dan toch iets nieuws verrijzen: de kern van het UCK zal worden omgevormd tot een 'nationale garde': een kleine, geüniformeerde en gewapende eenheid van ongeveer drieduizend man met een verder nog even onduidelijke als omstreden status.

De spaarzame mededelingen die van westerse zijde over de garde worden gedaan, suggereren vergoeilijkend dat de garde niet meer dan een met zakmessen bewapende civiele eenheid zal worden, die zal worden ingezet bij bestrijding van bosbranden.

In UCK-kringen daarentegen heerst een heel andere opvatting. Daar gaat men ervan uit dat de garde een goed getrainde en uitgeruste Albanese strijdmacht wordt, die op termijn de basis voor een volwaardig Kosovaars leger zal vormen.

Bij KFOR wordt er alles aan gedaan om de oprichting van de garde te bagatelliseren. De Amerikaanse senator Joe Biden had het afgelopen weekeinde over een dienst die vooral diende 'om het gezicht van het UCK te redden', zodat het na alles wat het had doorstaan niet helemaal van de aardbodem hoefde te verdwijnen.

In de nieuwe dienst zouden voormalige UCK-soldaten zich onder internationale controle aan rampenbestrijding wijden. Het houdt de UCK'ers een beetje van de straat.

Maar Biden's Republikeinse collega Mitch McConnell voegde daar onhandig aan toe dat het UCK niet hoeft te verdwijnen en zich nu niet meer bezorgd hoeft te maken 'wat er met hen zal gebeuren als de NAVO zal zijn vertrokken'. 'Zij zullen toch een soort veiligheidsdienst nodig hebben', zei McConnell, 'en wij kunnen helpen die eenheid te trainen en moeten dat ook doen'. McConnell had het letterlijk over een 'force', wat veel meer klinkt naar een legertje dan naar een vrijwillige brandweer.

Het UCK zelf heeft er nooit een geheim van gemaakt dat het de kern van zijn rebellenlegertje wil omvormen tot een kleine professionele militaire organisatie. De mannen die al meer dan een maand voor de 'garde' aan het trainen zijn, zijn allesbehalve brandweermannen.

Het zijn voornamelijk beter opgeleide kaderleden uit het 'oude' UCK-leger dat op 19 september wordt ontmanteld, en hun commandant is de voormalige opperbevelhebber van het UCK, Suleyman Sulemi, in oorlogstijd bekend als commandant 'Sultan' - mannen die voor iets anders in de wieg gelegd zijn dan voor het blussen van bosbranden.

Naim Maloku, adviseur van Hasim Thaci, zegt het ronduit: 'We bereiden dit korps voor om het toekomstige leger van Kosovo te worden.'

In Kosovo zelf zal de oprichting van een etnisch Albanese strijdmacht de angst onder de toch al met de dood bedreigde Serviërs en Roma-zigeuners nog groter maken. Na het vertrek van het Joegoslavische leger uit Kosovo zijn zij slachtoffer geworden van een terreurcampagne die vele tientallen mensen het leven heeft gekost en tienduizenden uit hun huizen heeft verdreven.

De Serviërs en Roma houden het UCK verantwoordelijk voor de terreurcampagne en de omvorming van datzelfde UCK tot een officiële strijdmacht zal mogelijk een nieuwe, laatste vluchtelingenstroom richting Servië op gang brengen.

Ook zonder garde strekt de macht van het UCK zich inmiddels uit over bijna alle geledingen van Kosovo. Lokale en regionale besturen zijn na de oorlog geruisloos in handen van het UCK terechtgekomen, een situatie die door KFOR is geaccepteerd omdat het wel handig is. Ook de nieuwe politiemacht voor Kosovo, die onder toezicht van de internationale gemeenschap wordt opgericht, bestaat voor het overgrote deel uit ex-UCK-soldaten.

Bovendien wordt gewerkt aan de oprichting van een politieke partij en een eigen geheime dienst. Al maanden functioneren 'ministeries' van het UCK. Kosovo is er klaar voor: de onvermijdelijke volledige afscheiding van Kosovo van Servië.

Alleen de rest van de wereld is nog niet zo ver. VN en NAVO gaan er formeel nog steeds van uit dat Kosovo een provincie is van Servië en dat ook in de toekomst blijft. Maar ook daar heerst allang het besef dat dat een gepasseerd station is.

Het is ondenkbaar dat Kosovo ooit nog zal terugkeren onder enig bestuur vanuit Belgrado. Al houden KFOR-woordvoerders naar buiten toe de mogelijkheid nog open dat alles nog anders kan worden 'mocht er in Belgrado een omwenteling plaatshebben'.

De invoering van de Duitse mark als belangrijkste betaalmiddel voor Kosovo, vorige week, de oprichting van een VN-douane die onafhankelijk van Joegoslavië de grenzen van Kosovo gaat beheren, en de aanstaande invoering van nieuwe identiteitsbewijzen voor de provincie wijzen allemaal in de richting van een toekomstige onafhankelijkheid.

Maar net als bij de oprichting van de nationale garde wordt ook bij deze maatregelen krampachtig volgehouden dat er niets aan de hand is. Volgens de hoge vertegenwoordiger van de VN, Bernard Kouchner, had Kosovo vroeger, als autonome provincie ook eigen diensten. Het zal Kouchner en de NAVO veel overredingskracht kosten om de kritici (voorlopig) van hun onschuld te overtuigen.

Vooral de Russen, die in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties hun goedkeuring moeten geven aan de 'garde', zijn zeer sceptisch.

Meer over