Keynesianen staan met hun rug naar de toekomst

DE ontwikkelingssocioloog Frans Doorman luchtte in Forum van 9 mei zijn hart in een artikel getiteld 'Sorry, de economische wetenschap is dood'....

In modern onderzoek naar economische dynamiek staat echter de lange-termijnontwikkeling centraal. Laten we conjunctuur interpreteren als de golvende beweging van de feitelijke economische activiteit rondom een trendmatige ontwikkeling. Deze ontwikkeling wordt normaliter als economische groei aangeduid.

Een verhoging van de economische groei is de droom van elke politicus. Waarom? Een cijfervoorbeeldje kan de enorme effecten van economische groei illustreren. Stel dat de economische groei 1 procent bedraagt. Dit betekent dat het zo'n zeventig jaar duurt voordat het nationaal inkomen is verdubbeld. Stel nu dat een briljant econoom een maatregel afschaft (of verzint), waardoor de ontwikkeling ineens wordt versneld tot 2 procent. Dan duurt het nog maar 35 jaar voordat het inkomen verdubbelt.

Uit onderzoek is gebleken dat private investeringen goed zijn voor de economische groei. Met andere woorden, factoren die investeringen belemmeren verlagen de economische groei. Bovendien blijkt dat overheidsconsumptie een voorspoedige groei van de economie in de weg staat. Belastingheffing verstoort de marktwerking en vermindert de prikkels tot investeren.

Welke rol speelt de conjunctuur in dit verhaal? Laten we ervan uitgaan dat schommelingen in de economische bedrijvigheid ongewenst zijn (er zijn economen die het tegendeel beweren, maar dit terzijde). Hoewel de verleiding groot is, moeten we ons niet beperken tot de vraag wat het maatschappelijk nut van het afzwakken van deze conjunctuurschommeling is. Uitgaande van de eerder vermelde empirische inzichten dient de correcte vraag in deze context te luiden: zijn de maatschappelijke baten van een regelmatiger verloop van de conjunctuur groter dan de maatschappelijke kosten van een aantasting van de economische groei?

Om deze vraag te beantwoorden is het nuttig om terug te blikken op de erfenis van Joop den Uyl. Tijdens de na-oorlogse jaren vijftig en zestig was de werkloosheid in Nederland erg laag en stabiel. Keynes leek zijn gelijk te halen. Onder invloed van de oliecrises van 1973 en 1979 wakkerde de inflatie sterk aan, met als gevolg dat inflatiebestrijding in plaats van werkloosheidsbestrijding de hoogste prioriteit op de politieke agenda kreeg. De reacties op de oplopende werkloosheid was een verdere uitbreiding van het stelsel van sociale zekerheid.

Den Uyl trachtte de patiënt te genezen door bestrijding van de symptomen; de kwaal werd niet aangepakt. Bovendien veranderde het karakter van de werkloosheid. De werkloosheid liep op tijdens recessies, maar verminderde niet in perioden van hoge economische activiteit. Er was, met andere woorden, sprake van een trapsgewijze ontwikkeling van de werkloosheid. Werkloosheid werd meer een structureel probleem.

Paradoxaal genoeg lijkt een actieve keynesiaanse conjunctuurpolitiek deze structurele problemen mede te hebben veroorzaakt. Bestrijding van structurele werkloosheid met behulp van keynesiaanse politieke instrumenten is even ineffectief als het aanbieden van plastische chirurgie aan hartpatiënten. Het is echter niet alleen ineffectief, maar ook schadelijk: een verkeerd gebruik van de instrumenten tast de gezondheid van de patiënt verder aan.

0

ET VERLEDEN heeft uitgewezen dat een beleid van keynesiaanse vraagpolitiek gepaard gaat met een stijging van de structurele werkloosheid, een structurele stijging van de publieke bestedingen en een verhoging van de collectieve lastendruk. Dientengevolge is de economische groei sinds 1973 structureel lager uitgevallen. Al met al ben ik geneigd de centrale vraag, of de baten van keynesiaans conjunctuurbeleid opwegen tegen de maatschappelijke kosten van lagere groei, ontkennend te beantwoorden.

Met de rug naar de toekomst proberen de laatst overgebleven keynesianen aandacht te vragen voor hun opvattingen. Zij zullen hierin niet slagen, want Keynes is dood, leve Keynes!

Erik Canton is macro-econoom te Tilburg.

Meer over