Keuze voor infrastructuur is natte-vingerwerk

Als de politici een besluit moeten nemen over de aanleg van verschillende dure infrastructuur-projecten, blijken ze dat vaak te moeten doen op basis van onvolledige informatie....

Zij pleiten voor meer standaardisering: kosten-batenanalyses moeten voortaan meer uitgaan van dezelfde methodiek en opzet. Op zijn minst is er meer overeenstemming nodig tussen onderzoekers.

Boneschanker en Van Noort onderzochten de besluitvorming van vijf grote projecten: de uitbreiding van Schiphol (totale investeringen 33 miljard), de hoge-snelheidslijn (4,1 miljard), de Betuwelijn (8 miljard), de verbetering van de infrastructuur voor het goederenvervoer (13 miljard) en de aanleg van het oostelijke deel van de Ringweg rond Amsterdam (1,3 miljard).

Bij de Ringweg bleek dat economische effecten vaak dubbelgeteld werden, waardoor de baten hoger uitkwamen dan feitelijk het geval was. De afweging tussen economische en milieu-effecten wordt vaak onvoldoende gemaakt. Niet alle externe kosten worden meegeteld, wat vooral bij de Ringweg en het goederenvervoer een rol speelt. Bij de Betuwelijn is verzuimd de kosten van de aantasting van het landschap mee te tellen.

Ook worden vaak onderhouds- en exploitatiekosten niet meegerekend (Schiphol en de hoge-snelheidslijn). Schiphol, schrijven beide onderzoekers in een voetnoot, blijkt overigens 'niet de banenmachine te zijn waarvoor de luchthaven vaak wordt gehouden'. Dat komt volgens hen omdat in de publiciteit het verkeerde cijfer van 55 duizend banen wordt aangehouden, 'in plaats van het juiste getal gebaseerd op een macro-economische berekening (ruim 20 duizend arbeidsjaren)'.

Meer over