Analyse

Kettingbotsing dreigt door vaccinongelijkheid

Een vrouw wordt gevaccineerd in Afghanistan. De vaccinatiegraad tussen hoge- en lage-inkomenslanden verschilt enorm. Beeld Getty
Een vrouw wordt gevaccineerd in Afghanistan. De vaccinatiegraad tussen hoge- en lage-inkomenslanden verschilt enorm.Beeld Getty

Om de coronavaccins wereldwijd beter te verdelen, is het herverdelingsprogramma Covax in het leven geroepen. Maar wie kijkt naar de vaccinatiegraad per land, zie dat het systeem niet naar behoren werkt. Waar gaat het mis?

‘Deze pandemie is een test en de wereld zakt voor die test.’ Veel duidelijker kon directeur Tedros Adhanom Ghebreyesus van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) niet zijn toen hij voorafgaand aan de Olympische Spelen in Tokio sprak over de ongelijke verdeling van vaccinaties wereldwijd. Hij riep landen op nog veel meer te doneren aan het Covax-programma.

Wat is Covax ook alweer?

Covax is een internationaal samenwerkingsverband van onder meer de WHO en hulporganisatie Gavi, met als doel nog dit jaar twee miljard prikken te zetten in de 92 van de armste landen ter wereld. Op die manier zouden die landen een vaccinatiegraad van ten minste 20 procent bereiken, waardoor de meest kwetsbare groepen beschermd zijn, net als een cruciaal deel van de beroepsbevolking, zodat ook de economieën deels kunnen doordraaien.

De vaccins worden aangekocht door Covax zelf (ruim 2,5 miljard doses) en gedoneerd door rijkere landen die vaccins overhebben (in totaal 1,25 miljard doses). Zo werd deze week bekend dat de meer dan 700 duizend AstraZeneca-vaccins die nog in Nederland op de plank liggen, zullen worden doorgestuurd naar armere landen. De verreweg grootste donateur aan Covax is vooralsnog de VS, met 500 miljoen toegezegde vaccins. Daarna volgen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk met respectievelijk 80 en 31 miljoen toegezegde doses.

Wat gaat er niet goed?

Ondanks alle plannen en toezeggingen laten de statistieken nog altijd een extreme tweedeling zien: landen die door de Wereldbank worden aangemerkt als hoge-inkomenslanden hadden op 21 juli al 50,15 procent van de bevolking volledig ingeënt, terwijl dat percentage in de lage-inkomenslanden deze week op slechts 1,32 procent lag.

Dat komt vooral doordat de rijkere landen in het begin van de crisis vrijwel alle beschikbare doses hebben opgekocht; 16 procent van de wereld heeft de hand gelegd op ongeveer 50 procent van alle vaccins. Die landen hebben beloofd een groot deel van die overgebleven vaccins te doneren aan Covax. Maar van daadwerkelijke levering komt vooralsnog weinig terecht, onder meer omdat steeds meer rijke landen nadenken over een zogenoemde ‘boosterdosis’: een derde prik om beter beschermd te zijn tegen nieuwe virusvarianten.

Het gevolg: van de 2 miljard prikken die Covax dit jaar wil zetten, zijn er pas 136 miljoen doses in de 92 armste landen gearriveerd, veel te weinig om de gehoopte vaccinatiegraad van 20 procent te bereiken.

Ook de mogelijke oplossing die landen als India en Zuid-Afrika bepleiten, namelijk om de wereldwijde productiecapaciteit van vaccins op te schroeven door farmaceuten tijdelijk hun patenten vrij te laten geven, komt niet van de grond. Vooral een aantal landen binnen de Europese Unie, waaronder Nederland, vinden dat de huidige regels al flexibel genoeg zijn – een standpunt dat de grote farmaceuten steunen (de wereld telt negen nieuwe miljardairs dankzij de coronavaccins, waaronder de topmannen van Moderna en BioNTech).

Dat het Covax-programma nog niet volop loopt, is overigens niet alleen de schuld van het Westen. ‘Ook in de lage- en middeninkomenslanden zelf zijn er uitdagingen. Zo is de vaccinatiebereidheid in sommige landen laag door bijvoorbeeld nepnieuws’, zegt Suzanne Laszlo, de Nederlandse directeur van Unicef. Binnen Covax zorgt Unicef onder meer voor de aankoop en distributie van de vaccins.

Waarom die ongelijkheid een probleem is

Dat de Amerikaanse president Joe Biden deze week aankondigde dat de VS vanaf augustus ook kinderen onder de 12 gaan vaccineren – een groep die relatief weinig risico loopt – terwijl in grote delen van de wereld zelfs de meest kwetsbare groepen nog niet zijn geprikt, is volgens velen niet recht te praten. Van paus Franciscus tot WHO-directeur Ghebreyesus: allemaal wijzen ze op die ‘afschuwelijke onrechtvaardigheid’.

Maar buiten de morele bezwaren, kleven er ook concrete problemen aan die ‘vaccinatie-apartheid’, zoals Ghebreyesus het noemt. Als het virus blijft rondwaren in een groot deel van de wereld, betekent dat ook dat een groot deel van de wereldeconomie geteisterd blijft worden door lockdowns en economische tegenslag, waarschuwde het IMF onlangs.

Virologisch zijn de risico’s groot. Alleen al de afgelopen weken waren er grote virusuitbraken in landen als Nepal, Sri Lanka, Vietnam, Cambodja, Kenia en Indonesië. Zolang er landen bestaan waar veel virusoverdracht is, blijft ook de kans bestaan dat er nieuwe, gevaarlijke varianten van het virus ontstaan, die op ten duur ook door de barrière van vaccins in het westen heen zullen breken. Na de deltavariant uit India, is het wachten op de sigmavariant uit Kenia, of de omegavariant uit Kirgizië.

Zo dreigt het tweede jaar van de pandemie, ondanks de komst van de vaccins, nog veel dodelijker te worden dan het eerste, waarschuwde Ghebreyesus deze week. Ook zullen er steeds meer mensenrechten in het geding komen. In landen zonder een sociaal vangnet zijn de gevolgen van de pandemie doorgaans heviger. Met een soort kettingbotsing aan problemen tot gevolg. Unicef-directeur Laszlo: ‘In 2020 zijn 1,5 miljard kinderen niet naar school gegaan als gevolg van de pandemie. Ook hebben de effecten van maatregelen gezorgd voor voedseltekorten, stijging van kinderarbeid en kindhuwelijken. Het zijn vicieuze cirkels.’

Meer over