Ketters van het Vlaamse platteland

Hun optredens waren woedend en bezwerend, als de vroege Sex Pistols. Ze stopten in 1982, maar ontwaakten weer in de jaren negentig....

Fred de Vries

Aan de overkant van het water, in Manchester, hadden ze Joy Division. Wij hadden De Brassers, uit een grauw Belgisch gat. Even authentiek en minder theatraal. Geen band die het gevoel van angst, vertwijfeling en woede van de vroege jaren tachtig beter wist vast te leggen dan De Brassers. Grafkransmuziek ter omlijsting van een decor vol burgermanshypocrisie, katholieke benepenheid en een aanloeiende economische crisis.

De Brassers kwamen uit het Vlaamse grensplaatsje Hamont, zevenduizend inwoners. Ze maakten vertraagde punk: onvast, twee akkoorden, soms drie. Het geluid was topzwaar, de zang breekbaar. De bas pompte, de gitaar klonk astmatisch, terwijl de drums en de synthesizer het geheel iets hypnotisch gaven, dat teruggreep op Krautrock en de drone van de avant-garde. De teksten waren in het Vlaams en later in het Engels. Een boodschap was er niet, slechts een gevoel. De titels spraken voor zichzelf: Twijfels, En toen was er niets meer, ??? (Ik wil eruit), They wanted us away, Kontrole. Toen was wanhoop nog heel gewoon.

In Nederland werden De Brassers onsterfelijk na een VPRO-documentaire uit 1981 die zich afspeelde in Hamont en was geschoten in grofkorrelig grijs. In minder dan tien minuten leggen de makers de Hamontse kleinburgerlijkheid genadeloos bloot. Een politieman die wordt gevraagd of hij De Brassers kent, maakt zich ‘geen commentaar’ snauwend uit de voeten. Een onderwijzer maant ouders in een brief om hun kroost uit de buurt van De Brassers te houden omdat ze ‘slecht zijn voor de geestelijke gezondheid en de karaktervorming van de jeugd’.

De camera verplaatst zich naar de oefenruimte van De Brassers. De bassist probeert krampachtig de juiste woorden te vinden voor zijn gevoel van machteloosheid. Terugslaan en wegwezen, wil hij uiteindelijk. De zanger, uiterlijk een kruising tussen Blixa Bargeld en Johnny Rotten, maakt onbeholpen bewegingen met zijn hand en zegt: ‘In het begin liep ik op krukken (*) Ze riepen me na op straat: ‘Kreupele zot.’ Als er toen niet zoiets als punk was geweest. . .’

We zien de ‘ketters van het Vlaamse platteland’ werken aan hun culthit They wanted us away. Onverbloemd autobiografisch, want de Hamontenaren lieten hen niet met rust. Ze waren bang voor die vijf onaangepaste muzikanten en de groep van twintig, dertig jongens en meisjes in leren jacks, die zich om hen hadden geschaard en samenschoolden in jeugdcafé Kwiet.

Het werd een legendarisch stukje televisie, dat bijdroeg aan de mythevorming rond De Brassers. ‘De sfeer was inderdaad nogal paranoïde toen’, zegt bassist en tekstschrijver Marc Haesendonckx nu. ‘En het feit dat we aantrekkingskracht uitoefenden op de jongeren veroorzaakte veel ongerustheid. Het busje waarmee we naar optredens reden werd een geliefkoosd doelwit voor politiecontroles. Alle groepsleden kregen met huiszoekingen en rechtszaken te maken, en het jeugdcafé dat we openhielden werd op bevel van de burgemeester gesloten.’

Het idee voor De Brassers werd geboren toen de tieners in 1977 op het ‘ingeslapen hippiefestival’ Jazz Bilzen de Londense punkbands The Damned en The Clash over het podium zagen razen. Het gevoel van ‘wow, dit kunnen wij ook’. De Brassers debuteerden op 3 maart 1979, in De Ster in datzelfde Bilzen.

Hun optredens hadden een soms huiveringwekkende intensiteit die deed denken aan de vroege Sex Pistols en Killing Joke, woedend en bezwerend. Ze speelden in ieder denkbaar jeugdhonk en kraakpand, zeulend met hun instrumenten en versterkers. Als toeschouwer vroeg je je af hoe lang ze dit zouden volhouden.

De Brassers verkenden het duistere niemandsland dat hun generatiegenoot dichter Jotie T’Hooft had nagelaten toen hij in 1977 na een overdosis heroïne overleed. Luister naar het dreinende Toen was er niets meer, met de onsterfelijke regels ‘De macht van het gezag, het gezag van de macht, die waren sterker dan wat voelde en dacht.’

Ze brachten in eigen beheer een single uit, die zelfs in de Britse New Musical Express lovend werd besproken en inmiddels voor 100 euro van de hand gaat. Ze brachten een EP uit. Ook verscheen er een live-tape, opgenomen met een gammele cassetterecorder.

En toen was er niets meer. Alles was gedaan. In 1982 hielden De Brassers op te bestaan. Het gezag van de macht had gezegevierd. ‘Het werd allemaal wat te veel: de drugs, de problemen met justitie, relaties, de impact daarvan op ons functioneren. Waardoor we meer met onszelf en overleven bezig waren dan met de groep en muziek maken’, zegt Haesendonckx.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. In de hedonistische nineties dreunden er plotseling weer onheilspellende klanken uit die garage in Hamont. De Brassers waren ontwaakt, met een nieuwe drummer, een nieuwe keyboardspeler en een nieuwe plaat, Slijk, waarop Pijn oude tijden doet herleven. ‘Anger is an energy is nog steeds een mooie kreet’, zegt Haesendonckx over de wederopstanding. ‘Maar de drang om tegen schenen te schoppen heeft plaats gemaakt voor muziek als overlevingsstrategie. Er zijn nog steeds van die magische momenten waarop samen musiceren voor een echte ontlading zorgt.’

Levend heette de cassette uit 1981. Levend zijn ze nog steeds, ondanks de wonden en de woede. Onlangs kwam er weer een cd uit met een overzicht van 30 jaar Brassers, Gesprokkeld en Bespoten. Op 1 mei treden ze op in Diksmuide met de even invloedrijke Engelse band Wire. Nostalgie? Haesendonckx: ‘Eerst ben je hip, dan word je een oude zak en dan ben je om de een of andere reden weer terug hip. Terwijl je au fond steeds je ding bent blijven doen. We doen niets waar we geen zin in hebben, of omdat het moet, of omdat het goed zou zijn voor onze business. We hebben namelijk geen business.’

Meer over