Kermisromantiek

Tim Burton, de 'Master of Darkness' van Hollywood, maakte met 'Big Fish' een film met een moralistische, sentimentele ondertoon. 'Ik heb een eigen smaak....

Door Ronald Ockhuysen

Zodra de naam Disney valt, reageert regisseur Tim Burton (45) als door een horzel gestoken. Zijn nieuwe film Big Fish is weliswaar dromerig en opbeurend, geeft hij toe, maar g variant op de milde en suikerzoete toon van het amusementsbedrijf waar hij als 20-jarige tekenaar zijn carri begon. 'Ik besef dat Big Fish zachter is dan mijn andere werk. Dat is onbewust zo gegaan. Ik ben niet het type filmmaker dat van tevoren nadenkt over de richting die het op moet. Ik ben er ook nooit op uit geweest The Master of Darkness te worden. Ik heb een eigen smaak. Die volg ik. Niets meer en niets minder.'

Big Fish, gebaseerd op Daniel Wallace' roman Big Fish: A Novel of Mythic Proportions (1998), is voor een groot deel een typische Tim Burtonfilm, met surrealistische sfeerschetsen, cartooneske behuizingen, en malle personages. Maar de film heeft een sentimentele en soms zelfs moraliserende toon die voor Burton nieuw is - alsof de nihilist van Hollywood plotseling besefte dat pessimisme niemand verder helpt.

Burtons nieuwste film gaat over de moeizame relatie tussen een zoon en een fabulerende vader. De verhalen van Edward Bloom uit Alabama, die steevast handelen over de heldendaden van Edward Bloom, zijn het fundament van een wereld waarin een sympathieke reus, een Siamese tweeling, een dichter-annex-bankrover, en een wolfachtige circusdirecteur alledaagse personages vormen. De verzonnen avonturen van de oude Bloom vormen de achtergrond van de zoektocht van zoon Will, die vanuit Parijs naar zijn ouderlijk huis terugkeert om aan het sterfbed van zijn vader alsnog diens ware gezicht te leren kennen.

Burton: 'Ik werd geraakt door de vaderfiguur, door die oude Edward. Hij heeft zichzelf in het leven omhoog gestunteld. Een man die eerst verhalen verzint en vervolgens aan die verhalen een identiteit ontleent. Dat vind ik mooi.'

Edward Bloom is een flamboyante verteller, maar in Burtons versie gaat Big Fish vooral ook over Blooms eigenschap zichzelf achter zijn verhalen te verstoppen. Wat stelt waarheid nu precies voor, vraagt zoon Will zich af, als zelfs mijn bloedeigen vader niet weet wat het is. Burton: 'Dat vluchten in fictie komt mij bekend voor. Regisseren is ook een vorm van vluchtgedrag. Het stelt je in staat een eigen wereld te scheppen.' Zijn oma vertelde hem dat hij als peuter al het huis uit kroop wanneer het gezelschap hem niet beviel. 'In mij zit de diepe behoefte ingebakken altijd weer voort te gaan, weg van de status quo. Dat zal de reden zijn dat ik filmmaker ben geworden. Het past bij mijn natuur een aantal maanden alles te geven, om daarna weer helemaal op nul te beginnen.'

Big Fish is niet door Burton bedacht of geschreven, en toch praat hij erover als een 'persoonlijk project'. Het verhaal over de relatie tussen de vader en de zoon kwam op zijn pad toen Burton en zijn partner, de actrice Helena Bonham-Carter, over een kind nadachten - ze hebben inmiddels een zoon. Met zijn eigen vader had Burton, die op zijn twaalfde bij zijn grootouders ging wonen, een moeizame relatie. 'Hij was geen verhalenverteller. Ik kom uit een gezin dat het uitstekend zou doen in een film van Ingmar Bergman. Bij ons werd tijdens het avondeten vooral gezwegen en gestaard.' Zijn vader overleed twee jaar geleden. 'De dood van een vader of moeder is een frontale aanval op de kern van je bestaan, daar doet de kwaliteit van de relatie niets aan af. Toen mijn vader dood was, werd ik gedwongen over ouderschap na te denken. Ik probeerde te definin welke positie mijn vader in mijn leven innam, en werd me plotseling veel bewuster van mijn eigen gedrag. De omgang met ouders is iets waarvoor iedereen een modus moet ontwikkelen. Toch ken ik weinig mensen die toegeven dat zij moeite hebben met de rol van hun ouders. De meeste mensen wekken de indruk dat familiebanden per definitie een gelukkig karakter hebben. Dat is natuurlijk niet zo. Kijk maar eens goed rond op straat. Al die rondhobbelende gezinnen. De gezichten spreken boekdelen.'

Met Big Fish neemt Burton wraak op de lauwe reacties die volgden op zijn versie van de cultklassieker Planet of the Apes (2002). Deze reimagination werd net als Batman (1989) en Batman returns (1992) een kassucces, maar de Burton-volgelingen waren teleurgesteld over het gebrek aan eigenheid. Was de man van bizarre animatiefilmpjes (Frankenweenie, 1982), anarchistische komedies (Beetlejuice, 1988), aanstekelijke waanzin (Edward Scissorhands, 1990) en macabere sprookjes (Sleepy Hollow, 1999) onderdanig gemaakt aan de commerci eisen van Hollywood? Burton: 'Dat vind ik te makkelijk. Planet of the Apes drijft op ironie en sombere visioenen. Dat zijn geen vanzelfsprekende ingredien voor een film van die grootte. Het was voor mij echt een verrassing dat de film zo aansloeg.'

Big Fish is, erkent Burton, wel 'een soort reactie' op Planet of the Apes. Hij kon zich tijdens de opnamen weer helemaal toeleggen op magie en kermisromantiek. 'Voor mij gaat de film over de kracht van de fantasie. Ouderwetse tovenarij. In die geest heb ik Big Fish geregisseerd.' De computereffecten zijn tot een minimum beperkt. 'De reus had ik natuurlijk ook digitaal kunnen oprekken. Maar dat zou de film te steriel, te kunstmatig maken. Ik vond het passender een echte reus van een kerel te nemen, en hem met speciale lenzen vanuit lage invalshoeken te filmen. Dat is het soort fopperij dat ik zocht.'

Zijn keuzes komen irrationeel tot stand, als een verliefdheid. Pas veel later dringt de vraag zich op of die particuliere preoccupaties ook een algemene zeggingskracht hebben. 'Dat is wel de bedoeling. Ik bedoel: films maken is toch een vorm van contact leggen. Als mensen mij op straat aanklampen en iets over mijn werk zeggen, dan vind ik dat nog altijd geweldig.'

In Big Fish duikt een banjo-speler op. Hetzelfde personage, gespeeld door dezelfde acteur, was eerder te zien in Deliverance (John Boorman, 1972), een van Burtons favoriete thrillers. 'We draaiden in Alabama, in het achterland van Deliverance. Tijdens de voorbereidingen dacht ik vaak aan die film. Ik vroeg ik me af hoe het met die banjospeler zou gaan. Hij bleek al jaren in een diner te werken. Ik heb hem zonder nadenken een rol aangeboden.' Burton beseft dat alleen freaks zo'n detail opmerken. 'Dat doet er niet toe. Voor mij is de banjospeler een gouden vondst. Hij was op de set mijn talisman.'

Meer over