Kennisnet nog lang niet optimaal benut

Internet via de kabel gaat sneller. Desondanks werd deze week de laatste school in Nederland aangesloten op het computernetwerk Kennisnet....

Eindelijk kan ook de Bleiswijkse basisschool De Wiekslag de zegeningen van het digitale tijdperk ondergaan. Als laatste van de ruim elfduizend gegadigden werd ze eerder deze week aangesloten op het computernetwerk Kennisnet. In het bijzijn van minister Hermans van Onderwijs uiteraard. Want zijn departement heeft ruim 180 miljoen euro gespendeerd aan het project waarvan de ontsluiting van De Wiekslag de voorlopige bekroning vormt.

Schooldirecteur Bob Ravelli nam de gelegenheid te baat om de bewindsman te danken voor zijn inspanningen. Hij verwacht namelijk veel van Kennisnet. De toegankelijkheid van de computer zal erdoor worden vergroot, en scholen zullen in de beslotenheid van hun eigen netwerk zinnige informatie kunnen uitwisselen.

Maar dat hij zonder dit nieuwe snufje nu ernstig onthand was? Nee, zover wil hij niet gaan. Ook zonder Kennisnet konden de leerlingen tal van sites bezoeken om informatie te verzamelen voor een werkstuk. En ook zonder Kennisnet kon de school contact onderhouden met een ernstig zieke leerling. Het zal nu allemaal nog wat makkelijker worden, verwacht Ravelli. En Kennisnet zal gaandeweg in een grotere behoefte voorzien.

Zijn collega Jeroen Tans, directeur van De Rolpaal in Blokzijl - een van digitale 'voorhoedescholen' -, deelt die opvatting niet. Sterker nog: op zijn school is Kennisnet uit de gratie geraakt. Naar het zich laat aanzien definitief. De wondere wereld van het internet is via de kabel sneller te bereiken. 'De database van Kennisnet is nodeloos star en stug. Bovendien ging ze aanvankelijk zo vaak plat, dat we weer naar het onbeschermde internet zijn uitgeweken.'

Daarmee legde hij een van de belangrijkste argumenten voor Kennisnet naast zich neer, namelijk dat de gebruiker gevrijwaard blijft van onwelkome boodschappen. Nog afgezien van het feit dat die beveiliging niet altijd waterdicht is gebleken, stelt Tans ook helemaal geen prijs op een dergelijke bevoogding. 'Als een kind onverhoopt iets ziet wat hem schokt, praat ik er liever over', zegt de schooldirecteur.

Hans de Boer, communicatiemanager van Kennisnet, erkent dat onder de beoogde doelgroep nog enig missiewerk moet worden verricht. 'Nu benutten docenten en leerlingen de digitale faciliteiten nog lang niet optimaal. Uit onderzoek is ook gebleken dat velen de computer nog meer als een last dan een lust ervaren. Ik heb niet de illusie dat Kennisnet hier meteen verandering in brengt, maar het schept in elk geval wel de optimale voorwaarden voor digitalisering van het onderwijs.'

Dat was ook het oogmerk waarmee Kennisnet (toen nog Edunet geheten) in 1997 door toenmalig minister Ritzen in het leven werd geroepen. Het zou enerzijds als 'portaal' gaan dienen voor de doorverwijzing naar relevante sites, en zou anderzijds gaan fungeren als virtuele ontmoetingsplaats voor de aangesloten scholen.

Daaraan bleek grote behoefte te bestaan, getuige de aansluiting van alle scholen (een kleine achterhoede van principiële weigeraars uitgezonderd). Het aantal gebruikers van Kennisnet is inmiddels gegroeid tot ruim vijftigduizend per dag. De duur van het gemiddelde bezoek bedraagt tien minuten. En dat is veel, weet De Boer. Kennisnet is, met andere woorden, snel ingeburgerd aan het raken.

En minister Hermans wil al helemaal niets weten van kanttekeningen bij het project waarmee Nederland eertijds de vrees voor 'Jutlandisering' probeerde tegen te gaan. 'We zijn drie jaar geleden begonnen met zaaien', zei hij onlangs in de Kamer in antwoord op kritische vragen, 'en nu trekken we het gras uit de grond om te kijken of het wel wortels heeft.'

Meer over