Keihard

Een groot deel van pagina 3 stond volgeschreven over de NS en de ('macht' van) de ouderen (de Volkskrant, 10 september)....

Nou, ik ben er ook zo een, een vrouw, uit die periode. Met 17 van school. Geld was er thuis niet. Werken dus, in de verpleging. En kei- en keihard werken, zes dagen per week de eerste jaren. Per maand verdiende ik 65 à 70 gulden. En ook toen kostte een paar schoenen ongeveer mijn maandloon, en die werden niet vergoed.

Pas veel later is de salariëring wat opgetrokken, maar vele, vele jaren, en nóg, word ik onderbetaald voor het werk dat ik doe. En mijn pensioen, als vrouw, is voorwaar geen vetpot.

Dus wat bedoelt Wansink met '(dat) ''ze'' goede aanvangssalarissen konden bedingen', en: beleggen in snel in waarde stijgend onroerend goed'? En met: 'reeds als scholieren begonnen ''ze'' te consumeren', en 'zeer goed voor zichzelf hebben gezorgd'? Daar heb ik allemaal niks van gemerkt, helaas.

Meer over