Keihard beeld verweesd Nederland

Aan het eind van zijn lange lijdensweg stikt Tim in zijn eigen kots. In de armen van zijn butler Herman en gezeten op het dak van zijn witte bolide glijdt hij de dood in....

Hein Janssen

Ogen en oren kom je tekort bij de voorstelling Tim van Athene, een coproductie van ZT Hollandia en Het Toneelhuis in regie van Gerardjan Rijnders. Gemaakt naar zijn eigen tekst, waarvoor hij de actualiteit als het ware om Shakespeares Timon van Athene heen modelleerde.

Aanvankelijk zou Tim van Athene gaan over tastbare rijkdom en geestelijke armoede in het Nederland van nu. Over voorkennis en beursval, over schaduwfondsen en politiek schimmenspel. Met als hoofdpersoon Tim, die net als Timon vrijgevig en charismatisch was, vrienden verzamelde, al zijn bezittingen verloor en ten slotte zichzelf en zijn entourage vermorzelde.

Terwijl Rijnders met zijn stuk bezig was, werd Pim Fortuyn vermoord. Tim werd Pim, een soort Pim althans.

Gaat deze voorstelling dan uiteindelijk over Pim Fortuyn? Ja en nee. Ja, in de zin dat Tim een outsider is die met een eigen Lijst in de Kamer wil komen en uiteindelijk minister-president wil worden. Aangevuurd door zakenlui die via hem een eigen stem in dit land willen kopen. En nee, omdat Tim ook een verweesd popidool is, die vindt dat hij als een Jezus Christus moet boeten om de aarde van zijn zonden te verlossen.

Beide Tims vallen in de voorstelling op den duur als vanzelfsprekend samen. In het deel voor de pauze raakt Tim nog het meest aan de actualiteit. In de oude loods waarin gespeeld wordt, is

een enorme catwalk gebouwd waarop de personages om Tim heen hun koninkrijk verkondigen. Ze heten Nina en Sylvia en Cor en refereren dus aan Brink, Tóth en Boonstra maar ook net weer niet. Ze zijn gekleed in opzichtige kostuums, uiterlijk vertoon dat zowel nouveau riche als patjepeeër van hen maakt. Tim is met zijn witte hanenkam en witte bontmantel een ijdele praalhans die geniet van de schijnwerpers, maar ook een ander leven leidt: in darkrooms op zoek naar jongens. Zijn grote liefde is een hippe, allochtone modeontwerper.

In dit deel slaat Rijnders onder alle venijnige verwijzingen een lichte, haast cabareteske toon aan, met vooral een erg grappige Elsie de Brauw als Nina. Na de pauze, en dus na zijn val, heeft Tim zichzelf verbannen naar een godvergeten vakantiepark, een 'in elkaar gesodemieterd Van der Valk-lusthof'. Daar komen zijn 'vrienden' hem opzoeken, hetgeen leidt tot een subliem verwoorde vorm van zelfbeklag, op een toon die op het naargeestige af is.

Rijnders gaat hier diep in op hoe een verweesde samenleving zichzelf tegenkomt. Tim van Athene krijgt dan bijna bijbelse trekjes, als Tim de zakenlieden van het podium jaagt, zoals Jezus destijds de handelaren uit de tempel verjoeg.

Theatraal hoogtepunt in deze superieure kermis der ijdelheden is de scène tussen Tim en Apie, zijn nar, zijn betere geweten. Chris Nietvelt (Apie) begint met het zingen van Brandend Zand en eindigt in een furieuze monoloog, waarin ze haar tekst schreeuwend uit het diepst van haar longen perst. En toch is elk woord te horen, elke nuance te voelen – acteertechniek en inleving uit de hogeschool van de toneelspeelkunst.

Aus Greidanus jr. is aanvankelijk een zelfzuchtig zetstuk dat bestaat bij de gratie van anderen, en zich wentelt in 'poep-, pies-en pijpparties' – geen professor, maar 'een geflipte stand-up comedian'. Later lijkt hij angstvallig veel op Michael Jackson; houding, dictie en aanwezigheid zijn dan groots.

Timon van Athene is in alles een Rijnders-voorstelling, met die typische combinatie van oogverblindende stilering en keiharde tekst. Het gebeurt maar zelden dat de actualiteit tot deze vorm van theater leidt: hard, cynisch, meedogenloos en, bovenal, belangwekkend.

Meer over