reportage

Keert de omhelzing terug, na anderhalf jaar op anderhalve meter afstand?

Chantal van Galen begroet op het Centraal Station van Utrecht een vriendin die ze meer dan een jaar niet heeft gezien. Beeld Freek Van Den Bergh / de Volkskrant
Chantal van Galen begroet op het Centraal Station van Utrecht een vriendin die ze meer dan een jaar niet heeft gezien.Beeld Freek Van Den Bergh / de Volkskrant

De anderhalvemeterregel staat op verdwijnen. Gaan bekenden dan weer handen schudden als begroeting? Krijgt een vriend een omhelzing en tante op haar verjaardag als vanouds drie zoenen? ‘Nou, ieder nadeel heeft z’n voordeel.’

‘Hoe wij elkaar straks begroeten, wil je weten? Nou, Piet is dubbel gevaccineerd en ik ook. Ik ken hem al 40 jaar en we hebben elkaar een paar maanden niet gezien. Dus waarschijnlijk wordt het een hartstochtelijke begroeting.’

Wouter van der Schaaf (71) staat maandagmiddag rond een uur of twee te wachten onder de ‘ontmoetingswolk’ op station Utrecht Centraal. Sinds het grote blauwe bord er niet meer hangt – het bord dat reizigers al klapperend op de hoogte bracht van de vertrektijden – geldt het kunstwerk hier als officieel ontmoetingspunt, al lijken veel reizigers daarvan niet op de hoogte.

Toch valt daar daags voordat het kabinet zal aankondigen dat de anderhalvemeterregel wordt afgeschaft uitstekend te zien hoe mensen elkaar in coronatijd begroeten. Zo heb je de hoi’ers, die een handje opsteken en ‘hoi’ zeggen zonder elkaar aan te raken. Een enkeling steekt als vanouds de rechterhand uit. Er zijn boksers en ellebogers. En je hebt weer knuffelaars, veel knuffelaars.

Hoe hebben al deze mensen hun vrienden en bekenden de afgelopen anderhalf jaar begroet? Zien zij de vertrouwde begroetingsrituelen snel terugkeren? Of mag het in de toekomst een onsje minder?

Van der Schaaf vertelt dat hij vooral de boks en de elleboog heeft toegepast. En ook nu nog is hij voorzichtig. ‘Laatst wilde iemand me een hand geven. Ik vroeg of hij gevaccineerd was. Nee, zei hij, want ik heb er alles over gelezen. Ik ook, antwoordde ik, en daarom heb ik me laten vaccineren. We hebben elkaar toen niet de hand geschud.’

Dat Nederland de handdruk op korte termijn weer en masse omarmt, vindt Van der Schaaf onwaarschijnlijk. Hij ziet het als een cultureel fenomeen dat op bepaalde plekken ontstaat en verdwijnt. ‘Ooit had ik een collega die vanuit Friesland in Amsterdam kwam werken’, zegt hij. ‘Die was stomverbaasd dat iedereen elkaar de hand schudde. Dat gebeurde in Friesland niet. Het was heel onnatuurlijk voor hem.’

Armen gespreid

En dan komt zijn vriend door de toegangspoortjes. Als ze elkaar tot op een meter zijn genaderd, brengt Piet zijn elleboog omhoog. Van der Schaaf ziet het niet – of wil het niet zien – en spreidt zijn armen. Dan volgt alsnog de omhelzing.

Zo is er meer geknuffel onder de wolk. Neem Chantal van Galen (17), die vertelt dat ze zich de afgelopen anderhalf jaar vrij strikt aan de regels heeft gehouden. Ze ging niet naar het feestje van haar beste vriendin, omdat ze vond dat er te veel mensen uitgenodigd waren. En bij begroetingen hield ze meestal afstand. Het was ‘zwaaien en hoi zeggen’. En ja, dat leverde soms ongemakkelijke situaties op, zegt ze. ‘Dan probeerde iemand me te omhelzen terwijl ik afstand wilde houden.’

Nu ze gevaccineerd is, probeert ze nog altijd afstand te houden, al is ze nu minder streng. ‘Ik ga mijn vriendin straks wel een knuffel geven’, zegt ze. ‘Ik heb haar al een jaar niet gezien. En ze heeft me verteld dat ze dubbel is gevaccineerd. Dan moet het kunnen.’

Als de anderhalvemeterregel binnenkort wordt opgeven, verwacht ze de teugels nog wat meer te laten vieren. Enerzijds hoopt ze dat alles snel weer als vroeger is, anderzijds ziet ze ook de voordelen van de huidige tijd. Want dat niet iedereen tegenwoordig meer geknuffeld en gekust hoeft te worden, is niet per se verkeerd, vindt Van Galen. ‘Ik heb nu altijd een excuus om het niet te doen.’

Ze is niet de enige. Meerdere andere wachtenden vinden dat we in de toekomst best wat minder scheutig mogen zijn met al die fysieke begroetingen. ‘Ik vind het wel prima zo’, zegt Naomi Meijer (22) bijvoorbeeld. ‘Ieder nadeel heeft z’n voordeel.’

Meijer, die een mbo-opleiding biomedisch analist afrondde, vertelt dat ze al anderhalf jaar niemand een hand gaf. Ook nu nog is ze voorzichtig, omdat ze vindt dat de maatregelen te snel worden afgeschaald.

‘Als iemand nu een hand naar me zou uitsteken, dan zeg ik dat ik niet het risico wil lopen dat ik mijn moeder besmet. Zij is chronisch astma-patiënt.’

Meijer zal haar klasgenoot straks dus gewoon met ‘hoi’ begroeten, waarna ze samen naar de tram lopen.

Vreselijke boks

In deze deze overgangsperiode zal voorlopig enige verwarring over de wijze van begroeten blijven bestaan. Etiquette-deskundige Reinildis van Ditzhuyzen zegt desgevraagd vanaf een berg in Oostenrijk dat het lastig te voorspellen is hoe we elkaar na de pandemie zullen begroeten. Omgangsvormen veranderen nu eenmaal, en niemand weet precies hoe.

Het zou haar in ieder geval niet verbazen als de handdruk terugkeert, zegt ze. ‘En daarmee verdwijnt ook meteen die vreselijke boks en die vreselijke elleboog. Idiote gebaren zijn het. En je komt ook nog eens dicht bij elkaar.’

Zelf zal ze geen handen schudden zolang het virus rondwaart, zegt ze. ‘Dat kan nu gewoon. Vroeger was het een enorme belediging als je een uitgestoken hand weigerde, nu niet. Hoe ik mensen dan begroet? Ik geef een knikje. En ik kijk ze in de ogen. Daar gaat het om: elkaar aankijken.’

Meer over