'Kèèk nauh, Lou Bandy'

DAAR WAS hij weer, de man die bij rouwplechtigheden het woord nam, ook al had niemand daar om gevraagd. Ontvalt ons een beroemdheid uit de lichte muze, dan is daar beroepsredenaar Herman Emmink....

In de schaduw van de roem beperkte Herman Emmink zich deze keer tot sonoor commentaar in een radiomicrofoon. De doden waren ook allang dood. Een steen van marmer geeft sinds deze week de plaats van hun geboortehuis aan; in de Haagse Van Limburg Stirumstraat kwamen de broers Lou Bandy en Willy Derby weer even tot leven bij de klanken van een pierement. Los van die onthulling gebeurde dat ook al sinds februari met een expositie in het Volksbuurtmuseum, hartje Schilderswijk. Een doorslaand succes. 'Kèèk nauh, daar hebbie Loe Bandy'

'Willy Derby, eh, speelde die niet bij ADO?' Dat een willekeurige passant nu meer in hogere voetbalsferen verkeert, zal de in Oranje gedompelde buurt hem niet aanwrijven. Willy ('We gaan naar Rome') Derby stierf in 1944. Zijn nalatenschap is van dit kaliber:

Aan de muur van 't oude kerkhof

ligt een knaapje klein en teer

smeekt tot ons Lief Heertje boven

ach, breng ons toch moesje weer!

Zijn beroemde broer Lou Bandy verweet Willy een krolse kater te imiteren. Op zijn beurt hield Willy vol dat Lou balkte als een ezel. Willem en Lodewijk Dieben heetten ze. De achternaam werd omgedraaid en verengelst tot Bandy. Onder de naam Bandy Brothers traden ze op, totdat het duo door ruzie uiteenviel. In het schoenenmerk Derby vond Willy zijn nieuwe artiestennaam. Handelsmerk: de snik. Het repertoire vol tranentrekkers uit de crisistijd: 'O gij, die nog werk hebt/ O denk er toch aan/ Geen werkoze stumper te smaden/ Wees blij, dat u niet in de rij hoeft te staan.

Op Oud Eik en Duinen ('Eèk en Deune', zegt de Hagenees) is Derby's graf opgelapt. Daar greep menigeen deze week naar de zakdoek bij de herinnering aan 'Scheiden doet lijden', 'Het fiere schooiershart' en: 'Wat je niet laat en niet doet voor geeneen, dat laat en dat doe je voor je moeder alleen.' Loes was er ook; Louise ('zit niet op je nagels te bijten') Berendsen, geboren Dieben: enige dochter van Lou Bandy. Muziek van haar vader heeft ze aan een verzamelaar gegeven, ze zong zelf nooit buiten de badkamer; haar vader vond dat ze zich aan haar kinderen moest wijden. In haar herinneringen domineert een uitspraak van Lou Bandy: 'We hadden het thuis zo arm, we aten aardappels op ons brood.'

Maar Lou Bandy zocht, toegejuicht door het revue-publiek, de zon op, 'dat is zo fijn, want een beetje zonneschijn dat moet er zijn'. Zijn toppers Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan? en Als ik in mijn klamboe lig te dromen zijn geparenteerd aan nasaal stemgeluid en een strooien hoedje. Was hij in Frankrijk geboren, dan was hij een tweede Maurice Chevalier geworden, schreven de kranten.

Over zijn leven, in 1959 geëindigd in zelfmoord, zou een film met melodramatische lading gemaakt kunnen worden. Op 62-jarige leeftijd trouwde de zanger met de 18-jarige Carla, zodat de volksmond zong: 'Ze trouwt niet met een grote fluit, het is slechts een antiek hangertje.'

Ongaarne wordt dochter Loes herinnerd aan de biografie Van wandluis tot landhuis van Han Peekel, waarin Bandy's leven van piccolo tot hoteldirecteur beschreven staat. Ze wil er weinig meer over kwijt dan dat de geliefde van haar vader wèl alle sieraden heeft teruggegeven waarmee ze de wijk had genomen naar het buitenland. 'In het begin vond ik het wel een aardig meisje. Maar later niet meer. Ze ging met andere mannen, ze heeft mijn vader bedrogen bij het leven. Hij is er niet overheen gekomen.'

Een aandoenlijke versie van Bandy staat in het Volksbuurtmuseum: de 83-jarige Frans Vreeswijk, alias 'De Haagse Lou Bandy', die vergeefs om het bezit van Bandy's strooien hoedje heeft geworven. Op de band loopt z'n eigen stem steeds wat vóór - of achter.

'Lang zal het duren', zingt hij krakend.

'Uren, uren', echoot de band. Zelfs factotum Herman Emmink is met stomheid geslagen. Even.Ben Haveman

Meer over