PostuumKenneth Kaunda

Kaunda (1924-2021) was de laatste onafhankelijkheidsleider van koloniaal Afrika. En hij behoedde Zambia decennia lang voor wanorde

In Zambia is oud-president Kenneth Kaunda donderdag op 97-jarige leeftijd overleden. Zijn dood markeert het definitieve einde van een tijdperk: van alle Afrikaanse leiders die tijdens de dekolonisatie in de jaren zestig hun landen naar de onafhankelijkheid voerden, was hij de laatste die nog leefde.

Oud-president van Zambia Kenneth Kaunda. Beeld AP
Oud-president van Zambia Kenneth Kaunda.Beeld AP

27 jaar lang, vanaf het vaarwel van de Britse koloniale heersers in 1964 tot aan zijn verkiezingsnederlaag in 1991, regeerde Kaunda over Zambia. Afgelopen maandag werd bekend dat hij was opgenomen in een militair ziekenhuis in de hoofdstad Lusaka. Volgens de autoriteiten had Kaunda een longontsteking.

Onder de als joviaal bekendstaande Kaunda bleef Zambia het soort politieke wanorde bespaard dat veel kersverse Afrikaanse staten trof. Zo behoort Zambia tot de minderheid van landen waar het bestuur nooit is omvergeworpen door een staatsgreep (al was Kaunda in 1990 wel doelwit van een couppoging). Zambia, waar nog geen 20 miljoen mensen leven, kreeg zelfs de naam een tikje gezapig te zijn.

Onderhandelen met Britten

In tegenstelling tot andere Afrikaanse leiders verwierf Kaunda de onafhankelijkheid niet via een guerrillastrijd: als goed opgeleide ex-leraar en leider van een nieuw opgerichte, nationalistische partij behoorde hij tot de prominenten die begin jaren zestig aan de onderhandelingstafel tot een vergelijk met de Britten kwamen. Met instemming van Londen hield Noord-Rhodesië – zoals Zambia toen nog heette – in 1964 verkiezingen. Kaunda’s partij won, en in oktober van dat jaar werd onder zijn leiding de onafhankelijkheid gevierd.

Gaandeweg verbood Kaunda de meerpartijenpolitiek, zoals vermaarde onafhankelijkheidsleiders als Kwame Nkrumah in Ghana en Julius Nyerere in Tanzania ook deden. Een eenpartijstaat voorkomt politieke en etnische spanningen, zo luidde Kaunda’s verklaring. Het gebrek aan democratie leidde echter tot steeds meer onvrede onder de bevolking, die bovendien onvoldoende economische vooruitgang zag. Ondertussen gebruikte Kaunda’s regering wel de voor Zambia zeer belangrijke kopermijnindustrie om politieke vrienden blij te maken met geld en baantjes.

Nelson Mandela

In de strijd voor onafhankelijkheid in andere landen in zuidelijk Afrika steunde Kaunda onder meer het ANC van Nelson Mandela. ANC-leden konden zich tijdens hun verzet tegen het Zuid-Afrikaanse apartheidsbewind organiseren in Zambia. Toen Mandela in 1990 vrijkwam uit de gevangenis, zei hij Zambia te bedanken ‘uit de grond van mijn hart’.

Het einde van Kaunda’s lange regeerperiode werd ingeluid door straatprotesten in Lusaka en diplomatieke druk vanuit het Westen. Door het einde van de Koude Oorlog konden socialistische leiders zoals hij niet langer steun zoeken bij de Sovjet-Unie. Washington – waarmee de pragmaticus Kaunda wel altijd goede banden had onderhouden – verlangde een terugkeer van de meerpartijenpolitiek en vrije verkiezingen. Nadat hij in 1990 bovendien was opgeschrikt door een poging tot staatsgreep van een luitenant, besefte Kaunda dat zijn tijd er op zat. Na zijn verlies van de verkiezingen in 1991 hield hij de eer aan zichzelf en trad hij terug.

Strijd tegen aids

Als president in ruste zette Kaunda zich onder meer in voor de strijd tegen aids. Hij wist uit eigen ervaring welke enorme tol de ziekte eiste op het Afrikaanse continent: zijn zoon Masuzyo was er aan overleden. Zelf toonde Kaunda zich bijzonder taai, hij overleefde zelfs drie van zijn vijf presidentiële opvolgers van na 1991. Kaunda zal voorts worden herinnerd om zijn kleding: bij officiële gelegenheden droeg hij steevast een safari-jas, vaak met korte mouwen. In menig (Engelstalig) Afrikaans land staat de dracht bekend als een ‘Kaunda-suit’.