Katholieke wijngaard in de schaduw van Calvijn

Van eind 16de tot midden 19de eeuw namen de Nederlandse katholieken een achtergestelde positie in. Charles H. Parker beschrijft de katholieke restauratie in Noord Nederland in geuren en kleuren....

Kees Fens

Het laatst in Amsterdam, in 1578, werd het katholicisme buiten de wet gesteld en werd op alle kerkelijk eigendom beslag gelegd (de Oude en Nieuwe Kerk in Amsterdam waren eigendom van de stad en gingen haast vanzelf in calvinistische handen over). De situatie dat de christenen zich in twee nominaties, de katholieke en de calvinistische, opsplitsten, met de tweede groepering als de nieuwe macht, moet als zo ongewoon zijn ervaren dat wij het, in een pluriforme samenleving nauwelijks kunnen begrijpen.

Ineens was een nieuwe maatschappij ontstaan. Hoe vreemd moet het voor katholieken ook zijn geweest, dat hun kerken, waarin, als in de Nieuwe Kerk, tot voor kort veertig altaren gloeiden in het kaarslicht, nu leeg waren en voor hen niet meer toegankelijk. Zij moesten verscholen hun eredienst verrichten.

Holland werd in de jaren zeventig van de 16de eeuw missieland: vanuit een bijna-leegte moest een kerk opnieuw geschapen worden. Aan de grondslag van die restauratie – een bewonderenswaardige prestatie – staat de geest van Sasbout Vosmeer (1548-1614) en van de grote Philippus Rovenius (1573-1651).

De restauratie was geen herstel van het verleden – dat zou ook in de nieuwe maatschappij onmogelijk zijn geweest – het was een restauratie in de geest en naar de voorschriften van het Concilie van Trente. Het oude moest met een nieuwe geest bezield worden.

De Hollandse Zending hield in dat er geen bisschoppelijke hiërarchie was, waardoor de vertrouwde en machtige structuur ontbrak. Pas in 1853 zou die hiërarchie weer terugkeren (de glorie van de 16de en 17de eeuw roerde zich toen voor het laatst: nog een maal protesteerden de protestanten in de zogenaamde april-beweging).

De laatste anderhalve eeuw van het clericale katholicisme in Nederland begon. Ik benadruk dat ‘clericale’, want de grootheid van de restauratie in Noord-Nederland is geweest dat ze in samenwerking van leken en priesters tot stand is gekomen. De geleidelijke groei van de katholieke kerk had niet als oorzaak onze veel geroemde tolerantie, die was betrekkelijk; onverdraagzaamheid en vervolging bleven als kleine epidemieën uitbreken. De groei werd van binnenuit bewerkt, financieel door de vele vermogend gebleven katholieke families, geestelijk door godvruchtige lekengezelschappen. De priesters lijken in hun dienst! In elk geval: de situatie is uniek voor Europa. Over die unieke situatie gaat de studie van de Amerikaanse historicus Charles H. Parker Faith on the Margins, Geloof in de marges, een in veel opzichten uitzonderlijke studie.

Daar is allereerst de ongewone grote kennis van de religieuze situatie in de 17de eeuw in Noord-Nederland. De bibliografie lijkt van een haast voorname volledigheid. Grote lijnen, waarin Parker een meester is, gaan samen met de geschiedenis van het kleine: die van pastoors en parochies. Uitzonderlijk is zijn concreetheid: hij weet personen en situaties vaak schitterend en zeer direct op te roepen: men is voortdurend zeer dicht bij het verleden. Beweringen zonder bewijzen levert hij niet. Het meest uitzonderlijk is natuurlijk dat hij het eigen katholieke karakter in een verder voor het grootste deel calvinistische maatschappij voor het eerst gestalte weet te geven. Aangezien de randgebieden zijn domein zijn, wordt het calvinisme alleen zichtbaar in wisselwerking met het katholicisme. Naar mijn mening is niet zijn kennis maar wel zijn inlevingsvermogen in het katholicisme sterker dan in het calvinisme. Scherpe portretten van grote protestanten ontbreken, heel sympathieke portretten van bisschoppen, vicarissen, aartspriesters in overvloed!

De probleemstelling – hoe kwam de restauratie bij de katholieken tot stand – veronderstelt een grote voorkennis over de in zo korte tijd zo grondig veranderde situatie van de katholieken. Parker beschrijft het schitterend, nogal veel keren, want herhaling is een van zijn zwakten. De restauratie is uiteraard een geleidelijke geweest, een moeizame ook. Het priestertekort was rond 1580-1590 groot, de priesters waren slecht gevormd. Vosmeer begon met een studiehuis (bij Keulen). Er is een uitstekend hoofdstuk aan die studiehuizen (Rovenius stichtte er ook een) gewijd. Heel goed wordt in het derde hoofdstuk het doel van de priesteropleiding zichtbaar gemaakt: zielzorgers werden er gevormd. Over hun werkwijze in de wijngaard des Heren die in de schaduw van de calvinistische brouwerijen moest bloeien, komt men zeer veel te weten.

Tot in de tweede helft van de 16de eeuw was het katholicisme in Noord-Nederland overal zichtbaar. Rond 1580 is alles opgeborgen, alle uiterlijkheden, maar daarmee ook de geest die door die uiterlijkeden zichtbaar werd gemaakt. De restauratie beoogde ook het katholiek geloof opnieuw zijn plaats in de maatschappij terug te geven. Het moest weer zichtbaar worden. Dat is geleidelijk gelukt, door de trouw en de geest van de leken, die naar buiten traden en voor wie het geloof meer was dan een kerkdienst en een zaak van de priesters alleen.

Parker blijft binnen het verleden, maar spiegeleffecten met een latere tijd kunnen bij de lezer niet uitblijven. Het voorlaatste hoofdstuk geeft van de nieuwe samenleving een gedetailleerd en bewondering afdwingend beeld. Het slothoofdstuk is van economische aard. Alle kerkelijke goederen waren geconfisqueerd; de kerk was arm, terwijl er veel geld nodig was. De rijke katholieken – vrij talrijk – hebben die materialisatie mogelijk gemaakt, van het ‘salaris’ van de pastoor tot de opleiding van nieuwe priesters, tot de kerkgebouwen. De twee opleidingen waren sterk op de theologie van Augustinus gericht. Die Augustijnse kant leidde tot wrijvingen met de jezuïeten, die overal jansenisme ontdekten. Zij waren hier ook druk werkzaam, zij het ‘voor eigen rekening’. Hun gezag was in Rome, bij de generaal van hun orde.

Het conflict sluimert de hele studie door. De uitbarsting van rond 1720, waaruit de oud-katholieke kerk ontstond, blijft buiten het boek. Helaas, want een schisma is het duidelijkste teken van volwassenheid!

Meer over