Kat-en-muis met de kaalkoppen

Duitsland is zo vastbesloten het rechts-extremisme geen kans te bieden, dat de staat verstrikt raakt in een bizar kat-en-muisspel. Rechters buigen zich over de kleur van schoenveters, ambtenaren bestuderen de muziek van DJ Adolf....

Door Philippe Remarque

'We nemen altijd plakband of pleisters mee naar de demonstratie', zegt Frank Schwerdt, secretaris van de National-demokratische Partei Deutschlands (NPD). Veel aanhangers verschijnen met verboden tatoeages, opschriften en kleding en de politie controleert meticuleus. Dus trekken sommigen hun bomberjack binnenstebuiten aan en plakken anderen hun White Power-tatoeage af.

De staat verbiedt nazi-symbolen, de neonazi's grijpen naar geheimtaal, die de staat ook weer verbiedt. Bij sommige demonstraties is het niet toegestaan de getallen 18 en 88 te dragen, die staan voor Adolf Hitler en Heil Hitler. 'Onze demonstranten lopen dan rond met 2 x 44 of 87 + 1', zegt Schwerdt, die zelf al eens in de gevangenis zat wegens het verspreiden van nazi-propaganda.

In Thüringen behaalde hij onlangs een overwinning. Een rechter oordeelde in hoger beroep dat de demonstranten toch witte veters in hun Springerstiefel mochten dragen. Op dit moment wacht hij af welke beperkingen de politie oplegt aan de 1 mei-demonstratie in Berlijn. Dat zijn doorgaans lange brieven: de Duitse democratie levert voor iedere inperking van het demonstratierecht een juridische onderbouwing.

De brief voor de 1 mei-demonstratie van vorig jaar verbiedt uitdrukkelijk het optreden van een aangekondigde spreker, omdat deze eerder bestraft is wegens antisemitische uitspraken. 'Het gebruik van vlaggen, behalve de bondsvlag en de huidige vlaggen van de bestaande Duitse deelstaten en één vlag van de NPD per honderd deelnemers, is verboden', stelt de brief. Reden: door de zich opdringende associatie met het Derde Rijk zouden 'onbevangen toeschouwers worden geïntimideerd'.

Ook verboden is het gebruik van fakkels, trommels en uniformen 'alsmede het gezamenlijk dragen van donkere Springerstiefel en bomberjacks in de kleuren zwart, blauw, legergroen en donkerrood'. De brief somt verboden leuzen specifiek op, zoals Wir sind wieder da. Verheerlijking van de nazi-dictatuur 'is voor de meerderheid van de bevolking zo onverdraaglijk, dat zij de openbare orde ook dan in gevaar brengt, als de grens van de strafbaarheid nog niet is bereikt'. De Berlijnse politiechef die deze brief 'met vriendelijke groeten' ondertekent, Joachim Haß, zegt dat hij de optochten wil ontdoen van hun bedreigende karakter. 'In Duitsland, met dit verleden en de vervolgden die nog in leven zijn, is dat niet gewenst.'

De demonstratie die volgt op de brief, in de Berlijnse wijk Hohenschönhausen, ziet er niettemin dreigend uit, door de boze, kale koppen en de niet mis te verstane kledingcodes. Zelfs de meisjes horen er duidelijk bij met hun Germaanse vlechtjes of hun truttig-ouderwetse kleren. 'Een Duitse Mädel moet er fatsoenlijk bij lopen', zegt een van hen, gekleed in een lange rok en geruit overhemd met het bovenste knoopje dicht.

Langs de kant jouwen antifascistische tegendemonstranten de skinheads uit. Agenten van de afdeling politiek gemotiveerde misdrijven houden scherp in de gaten of niemand de regels overtreedt. Drie agenten halen een grote kaalkop uit de rijen en bekeuren hem. 'Een 86a-tje', zegt een van hen, doelend op het wetsartikel dat symbolen van ongrondwettige organisaties verbiedt. De skinhead heeft de verboden Kühnen-groet gebracht.

De Duitse staat heeft het maar druk met extreem-rechts. Niet alleen op de kleding wordt gelet. Ook de cd's van bands als Landser, Proissenpower of DJ Adolf, met Wehrmachtsoldaten en Germaanse symboliek op het hoesje, worden zorgvuldig beluisterd en indien nodig op de index van verboden muziek gezet. Een commissie van twaalf neemt de beslissing. 'Het gebrul is soms erg moeilijk te verstaan', vertelt een medewerker van de Bundesprüfstelle für jugendgefährdende Medien in Bonn. Steeds weer komen nieuwe cd's uit en proberen neonazi-bands illegaal op te treden, nauw op de hielen gezeten door de politie.

De Duitse geheime dienst, de Verfassungsschutz, is zo ver geïnfiltreerd in rechts-radicale kringen, dat het door regering en parlement aangevraagde verbod van de NPD in maart eindigde in een blamage. De in de aanklacht aangehaalde misdrijven bleken deels door betaalde informanten van de staat te zijn gepleegd. Staatsspionnen bleken in skinhead-bands te spelen en illegale cd's te verkopen. Het Constitutionele Hof brak het proces af.

Frank Schwerdt van de NPD vindt de autoriteiten dom. 'Het is voor ons een kat-en-muisspel geworden.' Ook experts waarschuwen dat repressie soms averechts werkt. Halverwege de jaren negentig verbood de regering in reactie op de aanslagen op asielzoekerscentra een reeks extreem-rechtse organisaties. Volgens Ulli Jentsch van het Antifaschistisches Pressearchiv und Bildungszentrum in Berlijn volgde daarop een moderniseringsgolf. De kaderleden dragen hun ideeën nu uit via rechts-radicale muziek en skinhead-kleding, die in Oost-Duitsland de jeugdcultuur domineren. 'Daar heeft de staat geen antwoord op. Je kunt een cultuur niet verbieden', zegt Jentsch.

Ruud Koopmans, een Nederlandse socioloog die Duits rechts-extremisme onderzoekt aan het Wissenschaftszentrum Berlin, vindt dat de staat overreageert. Electoraal zijn de rechts-radicale partijtjes met minder dan een procent van de stemmen verwaarloosbaar. Duitsland vecht volgens hem vooral met de spoken van het verleden. 'Het belangrijkste doel van de politici en autoriteiten is symbolisch. Ze willen tonen dat Duitsland zich distantieert van het nazi-verleden en nooit, nooit meer dezelfde fout zal maken.'

Professor Eckard Jesse, een extremisme-expert uit Chemnitz, adviseerde de regering de NPD niet te verbieden. 'Onze Bondsrepubliek is een gevestigde democratie. Er is slechts een kleine laag rechts-extremistisch droesem, net als in alle landen', zegt hij. 'De politiek zou liberaler moeten zijn en meer moeten vertrouwen op de mondigheid van de burger. Maar de last van het verleden is te groot. ' Volgens Jesse zijn de Duitsers nog altijd onzeker over hun identiteit. 'Er is toch geen land ter wereld dat bij iedere beslissing denkt: wat zal het buitenland ervan vinden?'

Dit beeld wordt bevestigd door een gesprek met de Verfassungsschutz in Berlijn, die zetelt achter veiligheidssluizen in een kantoorgebouw zonder opschrift. 'Als Le Pen met achtduizend man over de Champs Elysées loopt, besteedt niemand daar aandacht aan. Maar als er tweehonderd skinheads met trommels en vlaggen voor de Brandburger Tor staan, staat in alle buitenlandse kranten een foto', zegt Carsten Pfohl, wiens werk het is de Berlijnse neo-nazi's in de gaten te houden. 'Wij zijn toch altijd nog de moffen.'

Pfohl vindt het terecht dat Duitsland het rechts-extremisme in de kiem wil smoren. 'Het blijft een trauma, ook nog over vijftig jaar. Met zes miljoen doden kun je niet onverkrampt omgaan.' Hij vindt dat de staat keihard moet optreden tegen het extreem-rechtse geweld, dat ook de relativerende experts verontrust.

Vooral in het depressieve Oost-Duitsland slaan groepjes rechts-radicale jongeren geregeld mensen met een donkere huidskleur, linkse jongeren of daklozen in elkaar. Soms trappen ze met hun Springerstiefel tegen het hoofd. Sinds de hereniging zijn vijftig doden gevallen, actievoerders tellen er honderd. Zwarten in Berlijn bedenken zich tweemaal voor ze een uitstapje maken naar de omliggende deelstaat Brandenburg.

Pfohl staat kritisch tegenover de media-aandacht voor het rechts-extremisme. In de zomer van 2000 ontstond grote verontwaardiging na een racistische moord en ander geweld. Bondskanselier Schröder riep op tot een 'opstand van de fatsoenlijken'. Politie en rechters werden actiever en talloze projecten tegen racisme kregen geld. Inmiddels zijn kritische rapporten verschenen die suggereren dat de goedbedoelde braderieën met etnische muziek hun doel missen. Voor een consequente aanpak in het onderwijs is vervolgens weer geen geld.

Door de ijverige registratie van 'propaganda-delicten' groeit het rechts-extremisme in de politiestatistiek. Maar daarbij wordt ook een scholier meegerekend die een hakenkruis in de schoolbank kerft. Er zijn veel imitatiedaden, zoals de besmeuring van joodse kerkhoven. Juist het historische taboe en het strenge optreden maken overtredingen voor jongeren aantrekkelijk. 'Een hakenkruis is een eenvoudig middel om te provoceren', zegt Pfohl. Hij is er tegen te veel op symbolen te letten. 'Die jongens alleen hun jas afpakken heeft geen zin. Je kunt pas invloed op ze krijgen als je inhoudelijk op ze ingaat.'

Veel schoolleiders zijn bang dat een pietluttige strijd om kledingvoorschriften een averechts effect heeft. Maar op een middelbare school in Sanitz in de Oost-Duitse deelstaat Mecklenburg-Vorpommern heeft het wel gewerkt. Directrice Christine Marek merkte hoe twaalf jongens door hun uniforme kleding de andere scholieren intimideerden. Ze verbood drie jaar geleden het dragen van bomberjacks en Springerstiefel. 'De bedreiging is nu weg. De echte extremisten verander je niet, maar meelopers en vooral hun ouders gaan door het verbod bewuster om met het probleem.'

Veel scholen proberen de kinderen bij te brengen dat buitenlanders gelijkwaardig zijn. De leerlingen van het Friedrich-List-gymnasium in de Oost-Berlijnse wijk Pankow spelen tijdens de speciale projectdagen anti-racistisch toneel en hangen aan de lippen van een uitgetreden skinhead die over zijn tijd bij de NPD vertelt.

Een andere groep speelt een rollenspel: asielzoeker tegenover Duitse ambtenaren. De giechelende 15-jarigen weten de strengheid van de staat goed te spelen: 'Waarom kiest u uitgerekend Duitsland als verblijfplaats?', vraagt Jana. Zij vindt de les nuttig, zegt ze later. 'We hebben gehoord dat maar 5procent van alle asielzoekers Duitsland binnenkomt. Dat helpt tegen de vooroordelen.'

Maar heeft het zin deze brave gymnasiumkinderen voor te lichten? Volgens projectleidster Dorothea Schütze wel. 'Rechts-extremisme is meer dan partijen en symbolen. Het is het alledaagse racisme dat geweld mogelijk maakt.' Als ze een klas met vijf skinheads erin voor zich heeft, richt ze zich juist op de andere 25. 'De grote groep is belangrijker, die moet leren nee te zeggen en uit te komen voor zijn eigen mening.'

Maar de strijd om de hoofden en harten is taai. De muziek en kleding van de extreem-rechtse subcultuur is op veel plaatsen in Oost-Duitsland het enige vermaak. Om de hoek van het gymnasium in Pankow biedt een winkel op zijn buitengevel de gewilde merken Fred Perry en Lonsdale aan. Binnen wordt geworven voor bijeenkomsten van neonazi's.

Meer over