Karpers

Er staan altijd van die fijne plaatjes in de krant. Neem nou gisteren. Bikinimeisjes, te water, elk met een reusachtige karper in hun armen. Eén karper lijkt sprekend op Arthur Docters van Leeuwen, maar dat meisje omhelst hem teder, als was het een pasgeboren labradorpuppy. Er dobbert een roze lelie op de voorgrond. Ik wil dan de tekst bij zo'n foto al niet meer lezen, bang dat de betovering wordt verbroken.

Vervolgens las ik een stuk over angst voor de dood. Daar kan ik over meepraten, al doe ik dat liever niet, want je weet maar nooit of magere Hein opeens zegt: 'Ja, jij daar, die dikkerd die zich overal mee bemoeit, kom jij maar eens mee, dan ben ik meteen klaar voor vandaag.' Nee, ik zwijg liever. Maar bij dat verhaal stond een intrigerend plaatje; een molshoop met een grote klont boter erop. Wat?

Terwijl een klotsend golfje doodsangt om mijn blote tenen speelde, belde ik een vriend en vroeg hem mee te kijken. Het was geen molshoop, besliste hij, maar koffie, een bergje koffieprut, met een cake erop. En verdomd, toen zag ik het ook. Koffie met cake, natuurlijk, de beruchte symbolen van het gapende graf.

Om de beklemming van me af te schudden bladerde ik terug naar pagina 3. Daar werd het voedingspatroon van een 2 meter lange, 100 kilo zware roeier in fleurige prentjes afgebeeld. Zo'n man eet zeven keer per dag. Kilo's Brinta, spaghetti en muesli gaan erdoorheen, en zijn lunch bestaat uit vijf eieren en vier boterhammen met rosbief (plus een 'visolietablet', ach gosje, die beer van een kerel met zo'n wezenloos pilletje naast dat enorme bord vreten).

Wel jammer dat ze nooit een hele pagina aan het voedingspatroon van een stukjestikker besteden, dacht ik. 'Wat eet een schrijver?' Ik zag mezelf al zitten, op zo'n fijne infographic, in mijn kantoorstoel. En daaromheen, met pijltjes, alles wat ik op een dag eet. Een kapje met grillworst. Twee partjes sinaasappel die de kinderen hebben laten liggen. Een kippenvleugel, over van gisteren. Drie paprikachips. Een tomaat met peper en zout. Een hap van iemand anders' kroket. Een rauw peentje. Een kaaskoekje, een kop Thaise kokossoep, een half ei... Ik fleurde er helemaal van op. Wat heb ik toch een heerlijk leven, bedacht ik, met al die lekkere dingen! En helemaal zónder karpers, visolietabletten of Brinta. En vooral ook zonder koffie met cake.

Die komt pas als ik dood ben. Dan merk ik er niets meer van. En trouwens, misschien was het tóch een molshoop met een klont boter.

Ik hoop het maar.

Meer over