Profiel

Kardinaal De Jong ging élke dwaling te lijf, dus ook het nationaalsocialisme

Tijdens de Duitse bezetting riep aartsbisschop Jan de Jong aanhoudend op tot ‘geestelijk verzet’ tegen het naziregime. Nu is hem daarvoor de Yad Vashem-onderscheiding toegekend.

Sander van Walsum
Portret van Nederlandse aartsbisschop en kardinaal Johannes (Jan) de Jong (1885-1955), datum onbekend. Beeld ANP / Spaarnestad Photo
Portret van Nederlandse aartsbisschop en kardinaal Johannes (Jan) de Jong (1885-1955), datum onbekend.Beeld ANP / Spaarnestad Photo

‘Met deze man is niet te praten’, zei een hoge Duitse functionaris tijdens de oorlogsjaren over de Utrechtse aartsbisschop Johannes (Jan) de Jong (1885-1955). Een mooiere aanbeveling kon laatstgenoemde zich niet wensen – al begeerde hij geen heldendom of eretekens. De Jong, geboren tussen ‘dun gras op de schrale grond van Ameland’, wilde slechts zijn moederkerk dienen. En dit bracht hem ‘vanzelfsprekend’ in conflict met de nazi’s – aanhangers van een ‘duivelse leer’. Die overtuiging hoefde De Jong niet eens met stemverheffing uit te dragen: soms volstond hij met een stille weigering om een bevel van de Duitse gezagdragers uit te voeren.

Zoals op de vroege ochtend van zondag 3 augustus 1941, toen twee Gestapomannen zich bij het aartsbisschoppelijk paleis aan de Utrechtse Maliebaan vervoegden om De Jong ertoe te bewegen een ‘herderlijke brief’ in te trekken waarin hij zijn geloofsgenoten aanspoorde tot passief verzet tegen de nazificering van de Nederlandse samenleving. De aartsbisschop liet, aldus zijn biograaf Henk van Osch, ‘de brede, paarse staatsiesjerp uit de kast halen, en samen met het gouden borstkruis en paarse kalotje werd zijn grote gestalte een indrukwekkende verschijning’. Om de Duitsers – gevoelig voor decorum – nog meer te imponeren, ontving hij hen in de luisterrijkste zaal van zijn ambtswoning. Daar nam hij, ‘na een ongemakkelijke stilte’, het bevel van de rijkscommissaris in ontvangst. Hij liet zijn gasten ‘met een enkel woord’ weten dat hij hen had begrepen, maar instrueerde vervolgens alle bisschoppen dat ze de herderlijke brief deze zondag volgens plan moesten voorlezen. Als reactie op dit vergrijp werden meerdere priesters en rooms-katholieke vakbondsbestuurders gearresteerd. De Jong zelf kreeg een boete van 500 gulden opgelegd. Gelovigen zamelden geld in om hun leidsman in staat te stellen deze zware last te dragen.

Eerbetoon

Voor zijn verzet tegen de nazi’s en – meer in het bijzonder – zijn verbod aan rooms-katholieken om mee te werken aan de deportatie van Joden, is aan De Jong nu alsnog de Yad Vashem-onderscheiding toegekend (bedoeld voor niet-Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog Joden hebben bijgestaan, en daarmee grote persoonlijke risico’s hebben gelopen). De huidige aartsbisschop, Wim Eijk, had zijn verre voorganger al in 2017 voor dit eerbetoon voorgedragen, maar kwam hierop terug nadat de verdenking was gerezen dat De Jong na de oorlog op de bres was gesprongen voor een tot de doodstraf veroordeelde oorlogsmisdadiger – een familielid van zijn gerechtsvicaris. Bij nader onderzoek is echter komen vast te staan dat De Jong zich niet met de rechtsgang heeft bemoeid – sterker: hij achtte de daden van de veroordeelde ‘te erg’ om een gratieverzoek te ondersteunen. Daarmee kwamen de mogelijke bezwaren tegen een Yad Vashem-onderscheiding te vervallen, en reanimeerde Eijk de voordracht.

In de hoekigheid van zijn geloofsovertuiging en de manier waarop die werd uitgedragen, stond De Jong mentaal dichter bij de steile calvinist dan bij de wendbare katholiek. Gedurende zijn hele werkzame leven heeft hij bezwaar gemaakt tegen bijna alle voortbrengselen van de Verlichting. Als student godgeleerdheid en wijsbegeerte in Rome stelde hij zich bloot aan de antimoderne geest van paus Pius X. Hij nam aanstoot aan de feesten waarmee Italië in 1911 zijn 50-jarig bestaan als soevereine staat vierde, omdat die naar zijn smaak een antipauselijke inslag hadden. Later bracht hij de kwalen van de 20ste eeuw in verband met de Franse Revolutie en het democratisch bestel. Hij uitte begrip voor Balthasar Gerards, de (katholieke) moordenaar van Willem van Oranje.

‘Zuiveringsziekte’

Na de oorlog fulmineerde hij ingetogen – De Jong was volgens Van Osch ‘een polemist zonder hartstocht’ – tegen de ‘zuivering’ waarmee Nederland zich van nazistische smetten ontdeed. ‘Ons volk is aangetast door een afschuwelijke ziekte, die wij de zuiveringsziekte zullen noemen. De ene helft van het volk ‘zuivert’ de andere helft. (…) Er zal en moet gezuiverd worden!’ Een ander tijdsverschijnsel – de sociale wetgeving van Willem Drees – kon zijn goedkeuring evenmin wegdragen. ‘De Staat tracht steeds een grotere macht en invloed uit te oefenen en verstikt de levende christelijke krachten; zelfs op het gebied van de liefdadigheid, de oudste en zo echt christelijke deugd, tracht de Staat alles aan zich te trekken.’ Hij vreesde een toekomst zonder kerk, waarin Nederland ‘door Afrika gemissioneerd zou worden’.

Maar van alle dwalingen die hij trotseerde, was het nationaalsocialisme de meest bedreigende. ‘Allerminst strijdlustig van zichzelf, waren het de tijdsomstandigheden die van hem de moed en dapperheid vroegen die hem het aureool van een held gaven’, schreef Van Osch. De Jong heeft het heldendom geenszins geambieerd. ‘In plaats van mee te moeten spelen op het toneel, was ik maar liever toeschouwer gebleven’, zei hij. Die verzuchting kwam ook voort uit het feit dat de bezettingsautoriteiten represailles uitvoerden in de lagere echelons van de kerkelijke hiërarchie als reactie op zijn oproepen tot ‘geestelijk verzet’. De Jong zelf durfden zij niet aan te pakken uit vrees daarmee een katholieke volksopstand te ontketenen. Hij zou daarover de rest van zijn leven in gewetensnood hebben verkeerd – al gaf hij daaraan als rechtgeaarde noordeling maar zelden uiting.

3x Jan de Jong

5.500 Nederlanders

De organisatie Yad Vashem kent de eretitel ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’ toe aan niet-Joden die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog met gevaar voor eigen leven voor vervolgde Joden hebben ingezet. De onderscheiding is toegekend aan ruim 5.500 Nederlanders, onder wie Corrie ten Boom (die meerdere Joodse onderduikers huisvestte), Miep Gies (een van de helpers van de bewoners van het achterhuis) en Frits Philips (die zijn Joodse werknemers naar vermogen beschermde).

Edith Stein

In juli 1942 werden 245 katholieke Joden opgepakt nadat de Nederlandse kerkgenootschappen per telegram bij rijkscommissaris Seyss-Inquart hadden geprotesteerd tegen de eerste deportaties van Joden. Een van de slachtoffers was Edith Stein, destijds kloosterling in Echt. Zij werd in Auschwitz vermoord. In 1998 is ze heilig verklaard.

Pius XII

‘Oorlogspaus’ Pius XII zou waardering hebben gehad voor de houding van aartsbisschop De Jong – die na de oorlog dan ook tot kardinaal werd benoemd. Over de rol van de paus zelf zijn de historici het nog niet eens. Enerzijds heeft hij Joden onderdak geboden (en op andere manieren geholpen), anderzijds heeft hij de nazibewind nooit publiekelijk willen veroordelen.

Meer over