Karavaan

'Ik vertrok in de karavaan uit Sistan..

met stoffen gesponnen uit het hart,

geweven uit de ziel. . .' (Farrogi)

Ik heb een boek voor me liggen, uitgegeven bij de gerespecteerde uitgeverij Bulaaq. Een bloemlezing van de klassieke Perzische poëzie van onder andere Roedaki, Ferdousi, Omar Khayyam, Nezami, Ataar, Roemi, Saadi, Hafez, Djami, Farrogi.

Zeggen die namen u wat?

Bovengenoemde dichters, zijn de grote meesters van duizend jaar goddelijke poëzie van het vaderland.

Elk van hen is een wonder, maar het Westen kent ze nauwelijks.

De Hollander J.T.P de Bruijn heeft er een bloemlezing van 502 pagina's van gemaakt. Duizelingwekkend. Dat kan niet, zoiets doe je niet met je lezers. Het is alsof je uit vele rivieren van elk een bekertje krijgt. Kan men met een bekertje water voorstellen hoe die rivier zich verplaatst, hoe hij neuriet in de nacht en hoe hij zingt als hij verdrietig is?

Duizend jaar poëzie, honderden rivieren en één bekertje.

Hoe dan ook, ik heb deze prachtige bundel op mijn schoot: Een karavaan uit Perzië.

Deze karavaan is niet voor hen die geen geduld hebben. Maar wie van poëzie houdt, moet het lezen. Wie zich dichter acht, moet hem hebben.

Wat de Bruijn heeft gedaan is ongekend. Geen vertaling van een Engelse bundel, maar een ernstige worsteling met het gedachtengoed van oriëntale meesters. En dat in het Perzisch. De Bruijn moet zijn leven er in gestopt hebben. Je geest moet in harmonie komen met die van de meesters anders wordt het niets. Geld verdien je er niet aan. Je moet heel erg gedreven zijn anders doe je dat niet. De heer J.T.P de Bruijn is gegrepen.

Persoonlijk ken ik hem niet, maar ik ben jaloers op hem want hij doet iets wat ik wilde doen. Maar als ik het had gedaan, had ik het anders gedaan. Als je verliefd raakt, word je blind. Je vindt alles van je geliefde mooi. De Bruijn is blind. Ik niet. Ik knip, ik plak als ik het over mijn geliefde heb. Zoals hier:

'Schenkster, schenk! Laat hem rondgaan!

De liefde leek gemakkelijk te zijn, maar moeilijkheden doemden op.

De zuidenwind heeft van die lok de geur van muskus losgemaakt. . .

kleur het bidtapijt met wijn als de oude Magiër je zegt.' (Hafez)

De afgelopen jaar was ik met de bewerking van een oude Perzische klassieker bezig. Opeens kwam een gedachte bij mij boven: 'Ik hoop dat professor de Bruijn niet met de vertaling van dit boek bezig is.' Want de misdaad die ik met dat boek beging, zou hij nooit kunnen begaan. Hij is betrouwbaar en vertaalt alles puntje voor puntje. Dat doe ik niet, dat kan ik niet, ik sneed soms een paar pagina's als een stuk vlees af. En ik voegde stiekem hier en daar alinea's toe. Een wonder dat het werkte. Slecht werk, ik snap het, maar zo maakte ik het draagbaar. Professor Bruijn moet (nee, hij moet niets) een dichter pakken en zijn poëzie bewerken, uitleggen, benaderen. Anders blijft zijn werk buiten bereik voor velen.

Kader Abdolah buigt zijn hoofd voor J.T.P. de Bruijn! En zegt het volgende gedicht van zijn bundel in het Perzisch op om haar natuurlijke ritme en haar geur terug te geven:

De zon met leem bedekken kan ik niet,

De raadsels van het lot verklaren kan ik niet.

Het brein dook uit het diepst van mijn gepeins

een parel op, maar hem doorboren kan ik niet. (Khajjam)

Meer over