Kapitalistisch verdienen, socialistisch verdelen

De kibboets in Israël is 'een broeikas voor een bepaalde manier van leven'. Maar het aantal neemt af, en het ontbreekt de leden vaak aan een gemeenschappelijk streven....

MET ZIJN lichtgrijze vilten hoed, onberispelijke overhemd en zijden das is Brian Denn een vreemde verschijning in de woestijn van Judea. Maar zijn uitdossing bevreemdt nog meer als je bedenkt dat hij ook nog een kibboetslid in functie is. 'Ik ben het beste bewijs van de metamorfose die de kibboetsen doormaken', vertelt Brian met een knauwend Texaans accent. 'Een jaar of vijf geleden had ik me met deze uitdossing hier belachelijk gemaakt. Maar tegenwoordig mag je anders zijn.'

De kibboets En Gedi aan de Dode Zee, waar Brian Denn al 22 jaar woont en werkt, is één van de ongeveer honderd kibboetsen die deels of grotendeels van het toerisme leven. De kibboets-hotels proberen vooral toeristen te lokken die voor de tweede keer naar Israël gaan en toeristen die ménsen in plaats van monumenten willen zien. De hotels bieden ook een mooie gelegenheid de hectiek van de stad te ontvluchten en het platteland te zien.

'Je moet je vijand met zijn eigen wapens verslaan', grinnikt Yuval Peleg, de pr-man van de kibboets Shefayim, één van de rijkste kibboetsen van Israël, vijftien kilometer ten noorden van Tel Aviv. 'We verdienen ons geld kapitalistisch om het socialistisch te verdelen.' Shefayim was in 1943 de eerste en lange tijd de enige kibboets die het toerisme gebruikte om te overleven.

'Het kibboetsleven is traditioneel naar binnen gericht. Het vergde een enorme omslag om de buitenwereld tegemoet te treden, kapitalisten te ontmoeten zonder angst besmet te raken.'

Of Shefayim inmiddels besmet is geraakt, daarover verschillen de meningen. Maar het moderne complex, waar de inwoners hun lunch en boodschappen met magneetpasjes betalen, ziet er uit als een goed geoliede onderneming. Vooral het waterpretpark, met zijn slalom- en kamikaze-glijbanen de spectaculairste en grootste van het land, is een kassucces. 'Maar we zijn méér dan een professioneel bedrijf', vertelt Peleg, terwijl in de grote eetzaal de musjes over zijn hoofd scheren. 'Als je dat wilt, ben je hier méér dan een van de vele hotelgasten. We organiseren rondleidingen over de kibboets en je maakt hier makkelijker contact met anderen, zowel met gasten als bewoners.'

'Dát is de paradijsvogelboom. Nee, díe daar.' Brian Denn wijst op een palmsoort tussen de jaccaranda- en de papaya-boom. 'En ken je de ondersteboven boom uit het boekje De Kleine Prins? Hier staat-ie. Een echte boabab-boom uit Afrika.'

Van alle kibboets-rondleidingen is die over het terrein van kibboets En Gedi aan de Dode Zee-kust een van de meest indrukwekkende. En Gedi is, in het Hebreeuws, een anagram voor Hof van Eden - en dat is precies waar deze oase in de woestijn van Judea aan doet denken.

Binnen de omheining van de kibboets, waar de luipaarden met schrikdraad op afstand worden gehouden, wisselen mediterrane, tropische en subtropische planten en bomen elkaar af. Hier bloeien de petunia's gelijk op met de cacteeën. Als érgens de strijd van de Israëli om het land wordt verbeeld, dan is het hier. Maar dan de strijd om het land vrucht te laten dragen.

Net als de meeste kibboets-hotels lijkt En Gedi op een resort-hotel. Eentje waar een prettig gebrek aan formalisme de overhand heeft. Het kibboets-restaurant, met warme en koude buffetten, is bovendien een welkome afwisseling voor wie het geworstel met de menukaart beu is. Eindelijk een manier om zonder schade en schande talloze (koshere) gerechten uit te proberen.

De meeste kibboetsen hebben zich pas de laatste vijf jaar tot het toerisme bekeerd. In 1992 'deden' veertig van de 270 aan toerisme. In 1996 waren dat er al honderd. Niet alleen het kapitalisme schrikte de kibboetsleden af, maar ook het dienstverlenende karakter van het toerisme. 'Dat strookte niet met ons imago', vertelt Peleg. 'We waren naar Israël gekomen om het land te bewerken en te bezitten, iets wat de Europese joden in de diaspora altijd was ontzegd. Typische beroepen uit de diaspora hebben nog altijd een lage status in Israël. Ga jij in Tel Aviv maar eens op zoek naar een schoenmaker'

ET SYMBOOL van de kibboets Ramat Rachel in zuid-Jeruzalem is al van ver te zien: een groepje olijfbomen dat in een betonnen schaal op zware peilers hoog boven het landschap uittorent. Maar ook Ramat Rachel leeft niet langer van de landbouw. In werkelijkheid worden de olijven in het olijvenpark van de kibboets niet eens meer geoogst. 'Ja, soms komen er dagjesmensen olijven plukken. Maar voor ons loont het de moeite niet meer', zegt Yosef Angel, zonder enige spijt.

Angel werkt grotendeels buiten de kibboets. Hij is een vermaard expert op het gebied van toerisme en wordt regelmatig ingehuurd door de Israëlische overheid en internationale organisaties. Zijn loon stort hij trouw in de kas van de kibboets. 'Ik vind het wel makkelijk zo', grijnst hij terwijl hij zijn broekzakken binnenste buiten keert. 'Geen gedoe met belastingen of verzekeringen. Alles is geregeld: huisvesting, scholing, kinderopvang en medische voorzieningen.'

Maar echt archaïsch werken de kibboetsen niet meer. Uit Angels borstzak steekt, net als bij zijn landgenoten, een draagbaar telefoontje. In zijn portemonnee zit, net als bij zijn landgenoten, een creditcard. Want ook kibboetsleden kunnen anno 1997 niet zonder bankrekening en digitaal geld. Hoeveel 'zakgeld' Angel ontvangt voor persoonlijke uitgaven, weet hij niet. 'Dat regelt mijn vrouw. Maar ik schat dat het vijftienhonderd shekel per maand is voor een gezin met kinderen (2400 gulden).'

Ramat Rachel kijkt uit over een een golvend woestijnlandschap dat er dankzij het voorjaar en de aanplant van grote groepen bomen tamelijk groen uitziet. Eén heuvel verder is de omstreden woonwijk Har Homa gepland. De unieke ligging van de kibboets, aan de zuid-rand van Jeruzalem met in de verte uitzicht over Betlehem, staat dus op het spel. Zeker nu het gemeentebestuur een rondweg heeft gepland die langs het terrein van de kibboets komt te lopen. Yosef Angel is de laatste die de vooruitgang wil blokkeren. 'De wind staat gunstig. We zullen niks van die weg horen', zegt hij schouderophalend.

De buitenwereld moderniseert en het kibboetsleven ook. 'Vroeger was het kapitalisme klein en onschuldig als een baby. Maar het kapitalisme is zo allesoverheersend geworden, je kunt je er niet meer aan onttrekken. De kibbutzim willen ook een leuk leven en ook op vakantie in het buitenland. Daar hoef je je niet voor te schamen', vindt Brian Denn. Terwijl hij zijn duim en wijsvinger een millimeter van elkaar houdt, zegt hij: 'De winstmarges op landbouw zijn zó klein, maar die op toerisme zijn zo groot', en hij spreidt duim en wijsvinger zo ver mogelijk van elkaar. 'Het is een kwestie van overleven.'

In Ramat Rachel schudt Yosef Angel het hoofd. 'Overleven is een heel ander verhaal. Natuurlijk is toerisme een leuke bron van inkomsten en natuurlijk moet je een beetje met je tijd mee. Maar dat is niet het kernprobleem van de kibboetsen. Het ontbreekt de leden aan een doel, een gemeenschappelijk streven. Dát probleem is veel moeilijker op te lossen.'

Het aantal kibbutzim op de totale Israëlische bevolking is gekelderd van 7,5 procent in de jaren veertig naar 2,7 procent nu. Yuval Peleg zit er niet mee. 'Het zal altijd een minderheid blijven die op deze manier wil leven.'

De Texaan Brian Denn valt hem bij. 'Wij zijn een broeikas voor een bepaalde manier van leven. Zonder drugs, zonder prostitutie en criminaliteit. We are still the closest thing to communism. Toen Gorbatsjov hier in 1991 op bezoek kwam, zou hij een half uur blijven. Het werd tweeëneenhalf uur. En weet je wat hij zei: dit hadden de Russen voor ogen toen ze in 1917 de revolutie ontketenden. Collectivisme in vrijheid.'

Kibboets-hotel reserveringscentrum, 90 Ben Yehuda St., PO Box 3194, Tel Aviv 61031, tel: 03-524.6161, fax: 03-527.8088.

Meer over