Kaper voor de Republiek

De geschiedenis wordt 'met mannenbloed' geschreven, weet Robert Pierre..

door Martin Sommer

Denard. De notoire vechtjas en communistenhater knapte voor diverse geheime diensten in postkoloniaal Afrika het vuile werk op. Frederick Forsyth vereeuwigde hem in The Dogs of War, maar na veertig jaar begint de mythe-Denard te tanen. Frankrijks bekendste huurling staat deze week terecht wegens moord.

'WACHTERS, laat de beschuldigde binnenkomen.' De stemming in het immense Palais de Justice van Parijs is dinsdag plechtig te noemen. De president van het Hof begint de rituelen van een strafzaak af te werken, en de plaats van handeling drukt. In deze zelfde zaal werd na de oorlog maarschalk Pétain ter dood veroordeeld. Een paar deuren verder besloten de revolutionairen van 1793 dat het hoofd van koningin Marie-Antoinette moest rollen. En om de hoek is het gebouw van de Police Judiciaire, waar commissaris Maigret zo vaak uit het raam naar de Seine keek en pookte in zijn potkachel.

De zaak van vandaag past in de historische omgeving. Uw naam en beroep?, vraagt de president. 'Robert Pierre Denard, 70 jaar, ik heb meer beroepen gehad. Militair, garagehouder, consultant.' In de beklaagdenbank zit een forse man, zeker voor zijn leeftijd, in een camelkleurig jasje. Zijn hand trilt, niet van nervositeit of ouderdom, maar omdat Denard een kogel in zijn hoofd heeft gekregen, in Katanga, 1963.

Naast de drie gendarmes zit namelijk niet zomaar iemand die van moord is beschuldigd. Daar zit veertig jaar roerig postkoloniaal Afrika, belichaamd in Frankrijks bekendste huurling. Denard stond model voor Frederick Forsyths boek The Dogs of War. Daarin beschrijft Forsyth de mislukte staatsgreep van Denard in het West-Afrikaanse staatje Benin, waar hij in 1977 de communistische president Kerekou probeerde weg te jagen.

Het is slechts een van de Afrikaanse wapenfeiten van Denard, die vooral naam maakte als 'onderkoning van de Comoren' en grossierde in aliassen: Gilbert Bourgeaud, Remy Destrieux, Roger Dupuis, Antoine Thomas en Mustapha Mahdjou. Kleurrijk is voor Denard een bleke uitdrukking.

De zaak begint als twee zwarte advocaten opstaan en zich presenteren als 'parties civiles' namens de overheid van de Comoren. In het Franse strafrecht kunnen slachtoffers als eisende partij meedoen aan een proces, en de twee pleiters schilderen in felle bewoordingen wat Denard hun eilandengroep allemaal heeft aangedaan. De Comoren zijn drie vlekken in het water tussen Madagascar en Mozambique. Meer dan kruidnagels en vanille groeit er niet en er wonen krap een paar honderdduizend mensen.

De drie eilandjes vormen tussen 1975 en 1989 het keizerrijk van voormalig Citroën-licentiehouder Denard. Zijn bemoeienis begint een maand na de onafhankelijkheid van het Franse moederland. Denard is dan al vijftien jaar in Afrika actief. Hij werpt op verzoek van een zekere Ali Soilih het bewind van Ahmed Abdallah omver, waarna hij drie jaar later op verzoek van Ahmed Abdallah het bewind van Ali Soilih verwijdert. Denard leidt vervolgens jarenlang met ijzeren hand de presidentiële garde - op filmfragmenten zie je hem het défilé afnemen, een zweterige man in tropenhemd, dan nog getooid met wat Forsyth in zijn boek een 'down-turned mustache' noemt. Zijn Comoraanse imperium omvat ook een hotelketen benevens een auto-verhuurbedrijf.

In 1989 gaat het mis, mogelijk omdat de linkse regering in Parijs wat minder gecharmeerd is geraakt van Afrikaanse landen die door Fransen worden bestuurd. De Comoraanse oppositie roert zich en onder onduidelijke omstandigheden sterft president Abdallah, met vijf kogels uit een kalasjnikov in het lijf. Denard is in de kamer op het moment van de schietpartij, die hem nu wordt verweten. Tien jaar later kan hij levenslang krijgen voor moord met voorbedachten rade.

De twee advocaten zwaaien met de wijde mouwen van hun toga's en wrijven Denard aan dat er is gemarteld en dat het land niet heeft kunnen vooruitkomen. Dan is het de beurt aan de verdediging, die in de vaardige handen ligt van Jean-Marc Varaut. Koppen als die van Varaut worden sinds het ancien regime niet meer gemaakt. Hij afficheert zich openlijk als royalist en is steeds aan de zijde te vinden van rechtse tot nog rechtsere cliënten - laatstelijk van oorlogsmisdadiger Maurice Papon. Dit proces lijkt voor Varaut een simpel klusje, en hij begint in alle rust de twee Afrikaanse confrères te vermorzelen.

'U vertegenwoordigt hier de staat der Comoren, zegt u. Welke staat der Comoren?' Het is even bizar als treurig: nog geen week geleden heeft zich op de archipel de achttiende staatsgreep voltrokken sinds de onafhankelijkheid. Drie van de achttien staan op naam van Bob Denard, maar déze kan hem onmogelijk in de schoenen worden geschoven. Een 40-jarige officier heeft verklaard dat 'het land moet worden gered uit de chaos'. De putchist is vorige zomer afgestudeerd aan de Parijse Ecole de guerre, hetgeen maître Varaut de opmerking ontlokt 'dat er dan misschien nog wat goeds van kan komen'.

Voor het overige heeft de Franse regering de coup krachtig afgekeurd, en vraagt Varaut zich af wie de twee advocaten behalve zichzelf vertegenwoordigen.

Het hoort allemaal bij de inleidende beschietingen van een zaak die minimaal twee weken zal duren, aangenomen dat de getuigen uit de Comoren niet door hun staatsgreep worden verhinderd. En het gaat natuurlijk om veel meer dan die ene moord, gepleegd op pakweg tienduizend kilometer afstand, krakkemikkig onderzocht door een rechter-commissaris die één keer ter plaatse is geweest, vier jaar na dato, zonder dat autopsie is gepleegd op het slachtoffer, en zonder materieel bewijs van enige omvang.

'Zullen er nog skeletten uit de kast rollen?', had een gretige journalist van het televisienieuws van TF1 de oude vechtersbaas gevraagd, de dag voor de zitting. Denard zat op zijn leren driezitsbank in een Parijse buitenwijk en bladerde in een foto-album. 'Och, het hangt ervan af', zei hij kalmpjes. 'Als ik een eerlijk proces krijg, dan niet. Maar als de dekolonisatie en Franse Afrika-politiek in de beklaagdenbank komen te staan, dan heb ik nog wel wat te vertellen.'

In zekere zin is dit proces het laatste hoofdstuk van de Franse Afrika-sage. Twee jaar geleden overleed Jacques Foccart, de 'monsieur Afrique' van Charles de Gaulle die tot ver in de jaren tachtig in het schemerduister aan vele marionetten trok. Vorig jaar werd de Afrika-politiek van Mitterrand aan de schandpaal genageld bij het parlementair onderzoek naar de Franse rol in Rwanda. En nu er eigenlijk geen Franse Afrika-politiek meer over is, krijgen we het proces van Bob Denard als een toegift op een halve eeuw vervlogen grandeur en staatsraison. Want Denard heeft steeds staande gehouden dat hij niet zomaar een huurling is geweest, hij was 'Corsaire pour la République': kaper in dienst van het vaderland.

Blader in het curriculum vitae van Denard en de Afrikaanse versie van de Koude Oorlog trekt voorbij. Hij vocht in Kongo voor Tsjombe tegen de linkse Lumumba en Mulele, voor Ojukwu in Biafra, wat je toen nog als Ojoekwoe moest schrijven, voor Hissène Habré in Tsjaad, voor Savimbi in Angola en zoals gezegd tegen Kerekou in Benin. Denard had aan zijn linkse vader een degelijke afkeer van communisten overgehouden en schaarde zich bij elk conflict in Afrika feilloos bij de tegenstanders van Russen, Cubanen, Chinezen, Oostduitsers en alles wat verder maar rood was. Al doende onderhield hij naar eigen zeggen mooie relaties met de Franse, de Zuid-Afrikaanse en de Amerikaanse geheime diensten.

Aan de 'hogere motieven' van Denard is nogal eens getwijfeld, de huurling moest rechtpraten wat krom was. Tot vier jaar geleden een documentaire op de Franse televisie werd vertoond waarin een zekere Maurice Robert een boekje opendeed. Deze Robert was niet de eerste de beste, want kolonel van de geheime dienst SDECE en stroman van 'monsieur Afrique' Jacques Foccart. Hij kon het weten.

'Voor Parijs was het simpel', zei Robert voor de camera. 'We moesten het voormalige Kongo in de Franse invloedssfeer zien te brengen. De regio was rijk: kobalt, koper, uranium. . . Ik heb dus Bob Denard via tussenpersonen gebruikt en sinds 1962 was hij mijn agent. We hebben in Zaïre acties ondernomen die de Sovjet-activiteiten moesten indammen. Robert Denard is altijd anti-communist geweest, dus het was heel gemakkelijk hem te gebruiken. . .'

Denard bleek inderdaad de 'kaper voor de Republiek' die hij voorgaf te zijn. In een eerder proces naar aanleiding van de mislukte staatsgreep in Benin kreeg Denard aanvankelijk vijf jaar. Tot bleek dat de Franse geheime dienst zich bij de couppoging niet onwelwillend had opgesteld. De straf werd stilletjes omgezet in voorwaardelijk.

Denard verdedigt tegenwoordig zijn 'mythe' - zo zegt hij het zelf - op Internet. Daar valt te lezen hoe 'het noodlot heeft gewild dat ik werd toegelaten in de kring van de mannen van het Grote Geheim'. Denard heeft de dingen nooit in het klein gezien, organiseerde al twee biografieën van zichzelf en werkt nu aan een persoonlijk museum. 'Ik wil getuigen voor de Geschiedenis, de échte Geschiedenis die met mannenbloed is geschreven.'

'Bob Denard on line' heet zijn Internetsite, maar de woordkeuze stamt net als hijzelf uit de tijd dat de scholen nog melkdoppen inzamelden voor de arme negerkindertjes in Afrika. 'Een dinosaurus van de Koude Oorlog', werd hij ergens genoemd.

Terug naar de rechtszaal. Tegen het hekje waarachter het publiek zich verdringt, leunt ook een bleke jongeling. Hij noemt zich een 'naamloze bewonderaar'. Het object van zijn adoratie heeft hij tweemaal de hand mogen schudden. Hoe denkt hij dat het proces zal aflopen? 'Te veel vrouwen in de jury', zegt de jongen zonder een moment van aarzeling. 'Voor mannen is zo'n leven als dat van Denard al moeilijk te bevatten. Maar vrouwen, die begrijpen er helemaal niéts van.'

Meer over