Kaneel, ouder dan de weg naar Rome

O jee, kaneel vergeten. Niet in het gerecht zelf, dat was wel opgevallen, maar erger nog: in de lijst met ingredien bij de Spaanse kippenschotel met saffraan, citroen, gember en dadels (de Volkskeuken van 12 maart)....

Of misschien had u dat al gedaan, want in de oude en zeker de Arabisch getinte gerechten was kaneel, samen met saffraan, kruidnagel, nootmuskaat en foelie een weliswaar dure, maar veel gebruikte specerij.

In de oud-Hollandse keuken die we kennen uit de degelijke kookboeken van Wannee, Wittop-Koning en andere onderwijzeressen op de vroeg twintigsteeeuwse huishoudscholen, figureert kaneel voornamelijk in zoete recepten.

Maar kaneel is letterlijk ouder dan de weg naar Rome, de Egyptenaren gebruikten de specerij al voor het balsemen van lichamen en voor het bestrijden van ziekten. Kaneel gold toen ook als een behoorlijk heftig afrodisiacum. Zowel Marc Antonius als Julius Ceasar moest geloven aan de zinnelijke roes die Cleopatra met behulpvan liefdespillen uit honing, gember, kruidnagel en kaneel volgens de verhalen wist op te wekken.

De meest gebruikte kaneel in die tijd kwam uit Sri Lanka (Ceylon) en dankt daaraan ook zijn naam: cinnamomum zeylanicum, de echte ceylonkaneel die minder scherp en bitter is dan de kassie (Chinese, of bastaardkaneel). Inmiddels groeien kaneelbomen niet meer exclusief in het oosten, maar ook bijvoorbeeld op de Caribische eilanden. De gidsen daar vinden het vaak prachtig om in het bijzijn van stadse westerlingen een stuk boomschors af te snijden en de verbazing te zien als iemand opeens de geur van kaneel herkent.

In de Oosterse en middeleeuwse keuken is kaneel dus zeker niet voorbehouden voor appelmoes en rijstebrij. In veel vlees-en ook visgerechten is hij een belangrijke smaakmaker, meegekookt als pijpje, of toegevoegd in poedervorm.

Hierbij een curry met inktvis uit Sri Lanka: maak de inktvis goed schoon en snijd hem in ringetjes (of neem voorgesneden ringen, maar let erop dat ze niet gepaneerd zijn). Spoel nog een keer onder stromend water goed af. Breng alle ingredien, behalve de olie, aan de kook en roer alles twee minuten goed door. Doe er dan de inktvisringen bij en laat ze op een zacht vuur een uurtje zachtjes koken. Roer af en toe en giet eventueel wat water bij als de saus te dik wordt. Zeef de saus, laat de inktvisringen boven de saus goed uitlekken en bak ze daarna even in een wok met hete olie. Doe de ringen weer in de gezeefde saus, maak alles nog even goed warm en dien daarna op met wat gehakte peterselie, dille of koriander.

Meer over